terug  begin  verderprepost
[p. 110]

31
De Gentse Boethius

Rond 1444-1447 voltooide een anonieme Gentenaar een mammoetproductie: de vertaling van Boethius' De consolatione philosophiae, vergezeld door de originele Latijnse tekst en een zeer uitgebreid commentaar. De incunabel waarin deze tekst is overgeleverd (in 1485 gedrukt door Arend de Keyser uit Antwerpen) omvat maar liefst 360 vellen op folioformaat.
Boethius' Latijn is op virtuoze wijze vertaald. Daarbij bleef niet alleen de inhoud, maar ook de vorm (afwisselend proza en metrum) in grote lijnen gehandhaafd. In het commentaar laat de vertaler andermaal zijn kwaliteiten zien: als latinist die zijn bronnen kende en als eigenzinnig filosoof met de durf om eigen ideeën en verbanden in zijn toelichtingen te stoppen.
Aan de tekst gaat een algemene proloog van drie folia vooraf, waarin uitgebreid verantwoording wordt afgelegd van de gevolgde werkwijze, de doelstellingen en de vorm van de tekst. Hieronder volgt slechts dat deel van die proloog dat direct met de vertaalarbeid te maken heeft (fol. a3rb). Vgl. Wissink 1989 en Goris en Wissink 1997. Een editie van het eerste boek (inclusief de algemene proloog) wordt voorbereid door W. Wissink, van wie wij onderstaande transcriptie ontvingen.

1Ende de prosen zijn na onser ghemeender tale ghestelt, maar de rijmen ende de ver-11-22sen bij meerderen compasse van coonsten ghemaect. Ende haren stilen ne bem ic22-5 3 niet connen ghevolghen, maer hebbe wat van gheliken ghetale van versen den sin 4 der van upt curtste besloten, om dat zij so vele te lichter onthoudeliker ende be-5ter om lesen werden. Ende hebbe also vele vander substancien der inne betrocken 6 alse ic hebbe gheconnen, maer niet al den sin, overmids dat alle de Dietsche versen 7 voorscreven up .VII. .VIII. .IX. of .X. sillaben ten hooghsten ghesloten zijn ende 8 de Latijnsche al meest wat langher vallen. Ic hebbe ooc onderwilen omme tghetal 9 der voeten te behoudene twee sillaben of woorden in een besloten, stellende ‘las’9

[p. 111]

10 over ‘elaes’ ende ‘hets’ over ‘het es’ ende van gheliken - also ment int lesen van 11 den versen bet vinden sal - up dat zij gherechtelic uutghescreven zijn.11

12Ende want also Jheronimus Super Job in prohemio seit: ‘Het es beter hebben12 13 correcte boucken dan schone, mids dat alle incorrectie wat sins beneimt dien gheine13-14 14 schoonheit gheven en can’. Ende Seneca Ad Lucillum in eener epistolen tuugt dat14 15 niet en verschilt hoe vele ende hoe lettel boucken men hebbe, maar correcte ende15 16 goede. So heb ic tot elcx nutscap ende profite den allereersten bouc van deser trans-17lacie met mijnder hand ghecorrigiert te Sente Verelde te Ghend in de librarie doen17 18 legghen, daer jeghen dat een yghelick duutghescrifte daer af sal prouven moghen.18

19In den welken ic onderwilen de allegacieen der docteuren ghestelt hebbe, also19 20 ic se in de principale boucken vant, ende van den minen so ic allerminst conste20 21 daer toe ghedaen. Ic hebbe ooc de meesterlike woorden onderwilen ghecordt ende21 22 tghoont der ute ghetoghen dat wat te minen propooste diende, ende de selve auc-2222-2323toriteden meer na den sinne dan na der lettre of texte ghetranslateert ende ooc on-24derwilen wat sedelics vertroostens over al ghesayt.24

25Biddende een ygheliken die den selven bouc horen of lesen sal, dat hine ten bes-26ten sinne betrecken wille. Ende vindt hij wat anders, dat hijt minlike begripe ende26 27 corrigiere. Nochtans ic en twifele niet dat so wie desen bouc punctelic overleist 28 ende studeirt, hij salre in vinden begrepen als boven: harde goede, noodsakelike, 29 oorborlike ende ghestichtighe leeringhe an ziele ende live.

1prosen: de prozagedeelten van Boethius' tekst.
ghemeender tale: de spreektaal, de ongebonden stijl, i.t.t. het rijm.
1-2de rijmen ende de versen: de metra.
2compasse: de juiste maten, vormen.
2-5Ende ... werden: om praktische redenen (nl. het probleem dat de verschillende stijlen en versvormen niet in het Middelnederlands om te zetten waren, en om de verzen leesbaarderen beter onthoudbaar te maken) wordt de inhoud van de metra soms bekort.
9voeten: versvoeten.
11gherechtelic: geheel.
12Jheronimus Super Job: de kerkvader Hiëronymus (ca. 340-420) schreef onder andere een commentaar op het bijbelboek Job. Het volgende citaat komt uit de inleiding daarvan.
prohemio: de proloog.
13-14alle ... can: het fraaie uiterlijk van een boek kan inhoudelijke onjuistheden niet goedmaken, omdat die zoveel betekenis aan de tekst ontnemen.
14Seneca Ad Lucillum: hierna volgt een uitspraak van de Stoïsche filosoof Seneca (ca. 4 v.Chr.-65 na Chr.) uit een van de Epistolae ad Lucilium (brieven aan een overigens onbekende procurator op Sicilië).
tuugt: verklaart.
15niet en verschilt: het niet uitmaakt.
17Sente Verelde te Ghend: het Sint-Pharaïldiskapittel te Gent.
18duutghescrifte: afschriften.
prouven: onderzoeken (van de correctheid).
19den welken: verwijzing naar de tekst als geheel.
onderwilen: hier en daar.
allegacieen der docteuren: commentaren van de geleerden.
20de principale boucken: de belangrijkste commentaren op De consolatione philosophiae.
21ghecordt: ingekort.
22propooste: doeleinden.
22-23auctoriteden: auctoriteiten, gezaghebbende auteurs.
24ghesayt: verspreid.
26betrecken: gebruiken.
prepostterug  begin  verder