terug  begin  verderprepost
[p. 116]

33
Pape van den Hamme: Cyromanchie

Chiromantie betekent handleeskunde, in de Middeleeuwen behorend tot de onzekere kunsten, omdat het niet zeker was of hij was ingegeven door God of door de duivel. Maar volgens de auteur van deze Cyromanchie, een priester uit Ham, was het ongetwijfeld een goddelijke wijsheid (vgl. vs. 1-5).
De (vijftiende-eeuwse?) tekst beschrijft de handleeskunde aan de hand van concrete gebeurtenissen uit het leven van de mens: voorspoed, ongeluk, rijkdom, armoede, huwelijk en dood. Na een uitgebreide introductie op dit onderwerp geeft de auteur aan waarom hij zijn tekst vertaalt (vs. 46 vlg.). Het werk is interessant en nuttig genoeg om ook toegankelijk gemaakt te worden voor diegenen die het Latijn niet machtig zijn. Hij wil met zijn vertaling zo dicht mogelijk bij het origineel blijven. De enige vrijheid die hij zichzelf toestaat, is het toevoegen van passende rijmvormen. Vgl. De Pauw 1893 (uitgave van de proloog op p. 272-274) en Lie 1985 (m.n. p. 164-167).
 
God, die oyt was ende nie begonste,1
 
Heeft Cyromanchia, eene conste,
 
Allen creaturen die leven
 
In die hant te siene ghegheven
5
An die linien, diet besceeden.5
 
Hoe datti den tijt sal leeden,6
 
Weder te ghelucke van goede
 
Of in rauwen der armoeden,8
 
Tusschen beeden in wiltheden
10
Loepen, jaghen of houden steden,9-10
 
Met ghelucke groet in sonden
 
Of in huwelike te sine ghebonden,
 
In water sterven of upt lant,
 
Dit toecht die tafel van der hant.14
[p. 117]
15
Want elken mensche, bi Gods consente,15
 
Hebben gheset die helemente,16
 
Hoe hi dus leeden sal sijn leven,
 
Als hiervoren staet bescreven,
 
Sinen tijt, ende hoe hoec mede.19
20
Maer mids goeder lieder bede20
 
So mach gracie van boven
 
Nature wel haer recht roven,21-22
 
Want God es altoes ten naesten.
 
Oec mach men wel die doot verhaesten,
25
Alsoe dickent ghevalt van hem somen;25
 
Maer als die tijt es al vulcomen
 
- Dat nature wijst te ghesciene -
 
Alle medicine of surgiene28
 
Die hoit hoerden die scrijfture,
30
En daden niet een half ure
 
Daerboven leven, het en dede
 
Gracie van Gods moghenthede.
 
Dits in die hant gheteekent tsiene,
 
Also philosophen ende astromiene
35
Bescreven hebben ende ict las
 
Van Galiene ende Pytagoras,36
 
Diet prouven in hare argumenten,
 
Hoe elc van den viere elementen38
 
Heeft ontfaen in sine figure39
40
Sijn wesen, complexie ende nature;40
 
Ende die planeten, diet oec mede
 
- Mids der naturen hemelichede42
 
Bin der secreten moederbant -43
 
Daer doen formeren in die hant
[p. 118]
45
Nature ende wesen altemale.45
 
Omdat die Latijnsche tale
 
Niet en verstaen alle die lieden,
 
So willict hu in Dietsche bedieden,
 
Ende niewer hoec toeslaen een wort49
50
Anders dan ten rime behoert.
 
Sallic tLatijn hier exponeren51
 
Datter die goede an moghen leeren,
 
Want hets ghenoughelic ende bequame.53
 
Nu so beghinnic in Marien name.

1oyt: altijd.
5besceeden: blootgeven, duidelijk maken.
6leeden: lopen.
8rauwen: verdriet.
9-10Tusschen ... steden: tussen geluk en verdriet verdwaasd ronddolen, (geluk na)jagen, of rustig op je plaats blijven.
14tafel: tableau, ‘schilderij’.
15consente: wil.
16die helemente: de (astrologische) elementen.
19ende hoe hoec mede: en hoe dat precies in zijn werk zal gaan (= herhaling van vs. 17).
20mids: door middel van.
21-22So ... roven: Gods genade kan het natuurlijke beloop van de dingen overstemmen, terzijde schuiven.
25Alsoe ... somen: zoals ook regelmatig gebeurt.
28medicine of surgiene: doktoren en chirurgijns.
36Galiene: de Griek Galenus (ca. 130-199), schreef meer dan 250 medische, filosofische en filologische teksten. Stond bekend als een van de grootste autoriteiten op geneeskundig gebied.
Pytagoras: Grieks filosoof uit de tweede helft van de 6de eeuw voor Christus.
38elc: ieder mens.
39figure: wezen.
40complexie: lichaamsgestel.
nature: karakter.
42Mids: door toedoen van.
hemelichede: behoefte.
43Bin: binnen.
45Nature: aard.
49niewer hoec toeslaen: niet toevoegen.
51exponeren: uitleggen, vertalen.
53bequame: nuttig.
prepostterug  begin  verder