In een laatvijftiende-eeuws gebedenboek uit Brugge staat het berijmde aflaatgebed Ghetide van Onser Vrouwen. De tekst beschrijft niet de gewone getijden van Maria, maar de zeven droefheden die de heilige maagd doorstond tijdens het lijden van Christus. Het is een vertaling van de Hore de doloribus Beate Mariae in passione domini edite per dominum papam Johannem XXII, qui contulit omnibus eas singulis diebus legentibus quadraginta annos indulgentiae. Uit deze titulus valt af te leiden dat paus Johannes XXII (1316-1334) waarschijnlijk niet de auteur van de tekst is (zoals de Middelnederlandse tekst wil doen geloven), maar enkel degene die het gebed tot een officiële aflaat verklaard heeft.
De vertaler voert als reden voor zijn werk aan dat velen de Latijnse gebeden uitspreken zonder dat zij de betekenis kennen. Om het gebed goed te kunnen verwoorden en zo de 40 jaar aflaat te verdienen, is deze voor leken verdietst (vgl. De Gheldere 1896, p. 13-36 en 151-162).