terug  begin  verderprepost
[p. 119]

34
Ghetide van Onser Vrouwen

In een laatvijftiende-eeuws gebedenboek uit Brugge staat het berijmde aflaatgebed Ghetide van Onser Vrouwen. De tekst beschrijft niet de gewone getijden van Maria, maar de zeven droefheden die de heilige maagd doorstond tijdens het lijden van Christus. Het is een vertaling van de Hore de doloribus Beate Mariae in passione domini edite per dominum papam Johannem XXII, qui contulit omnibus eas singulis diebus legentibus quadraginta annos indulgentiae. Uit deze titulus valt af te leiden dat paus Johannes XXII (1316-1334) waarschijnlijk niet de auteur van de tekst is (zoals de Middelnederlandse tekst wil doen geloven), maar enkel degene die het gebed tot een officiële aflaat verklaard heeft.
De vertaler voert als reden voor zijn werk aan dat velen de Latijnse gebeden uitspreken zonder dat zij de betekenis kennen. Om het gebed goed te kunnen verwoorden en zo de 40 jaar aflaat te verdienen, is deze voor leken verdietst (vgl. De Gheldere 1896, p. 13-36 en 151-162).
 
Dit zijn die ghetide van Onser Vrouwen,
 
Ghemaect na den groten rauwe
 
Die zoe hadde upten dach
 
Dat zoe haer lieve kint passien sach.
5
Ende dit ghetide maecte die Paues
 
Jan, die de XXIIste was
 
Also gheheten, ende heift geset
 
XL jaer oflaets in dit selve gebet,
 
Die elke mensche sonderlinghe
10
Verdienen, die gone diet vul bringhe.
 
Maer omme dat menich niet ne weet,
 
Die tLatijn niet en versteet,
 
Wat hi bidt ende wat hi doet,
 
Anders dan zine meninghe es goet,14
15
So hebbict, bider Gods jonste,
 
In Dietsche ghemaect, zo ic best conste.
14dan ... goet: dan dat de bedoeling goed is.
prepostterug  begin  verder