In 1512 verscheen bij de Antwerpse drukker Claes de Grave de Fasciculus medicine, een boek met medische traktaten. In zijn proloog verklaart de (vermoedelijk Antwerpse) auteur Petrus Antonianus dat hij zijn vertaling gemaakt heeft om medische kennis beschikbaar te stellen aan ‘den gemeinen volcke’. Fouten in zijn bron heeft hij verbeterd en hij heeft bovendien additionele bronnen gebruikt. Critici verzoekt hij te zwijgen zolang zij niet met iets voor de dag komen dat zijn werk overtreft.
De tekst is uitgegeven naar het exemplaar dat in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek bewaard wordt onder signatuur Ned. Inc. 88 (fol. Ai,V). Vgl. Nijhoff en Kronenberg 1923-1971 (nr. 1223) en Jansen-Sieben 1989 (p. 99).
1God van hemelrijck geneest alleene alle siecheden ende ghebreken ende beswaert 2 die menschen weder daer mede als dat sinen goddelijcken wille belieft. Ende hy 3 heeft den menschen doer syne goddelijcke goedertierenheit ghegeven een redene 4 ende verstandenisse, op dat sy haer selven helpen moghen van hare ghebreecken. 5 Welcke gebreecken vele ende menigherande ende sonder ghetal zijn, op dat si haer 6 broescheit ende gebrekelijcheit ende sterffelijcheit kennen moghen. Ende op dat si 7 daer dore goede wercken in dit cort leven doen moghen, doer welcke wercken si 8 dat eewich leven vercrigen mogen.
9Want God en heeft dye crachten der cruyden, der steenen ende van alle andere 10 creaturen niet te vergheefs gescapen. Ghelijc in Exodo int XV capittel gescreven10 11 staet dat God Moyses geboet dat hi een hout dwelc God hem wijsde, in die bittere 12 wateren van Marath worpen soude. Welc hout alle die bittere wateren soet maecte, 13 opdat God die crachten der medecinen niet te vergeefs gescapen en soude hebben, 14 want hi hadde met eenen woerde alle de wateren moghen soet maecken.
15Datselfde dede oec sinte Pauwelsken sinen discipel Thimotheus, want hy wist15 16 wel dat hem God een wijsheit ende een kennisse der hulpen ende der medecinen 17 gegheven hadde. Ende want hi God niet tempteren en woude, daeromme maeckte 18 hy Thymotheo een medecine daer hi hem van zijnder siecte mede cureerde, want
19 hi de crachten Gods gelovende was. Maer andere joeden ende heidenen ghenas 20 hy van hare gebreecken doer zijn bedingen, op dat si de crachten Gods bekennen 21 mochten.
22Desgelijcke en sullen alle kerstene menschen God niet tempteren, maer sullen 23 haer selven helpen also langhe als si mogen. Ende want menich mensche in meni-24gerande siecte dicwils haestelic doot blijft of verrast wordt doer die onbekentheit 25 ende onwetenheit der hulpen. Ende want si den medecijn meesters nyet betrouwen 26 en willen. Ende want si ende deghene die bi die pacienten zijn dicwils die hulpen 27 ende remedien nyet en weten. Ende want si dye gebreecken dicwils cleine achten. 28 Ende want die cyrurginen ende andere meesters hair neersticheit nyet daer toe en28 29 doen gelijc si schuldich zijn. Ende want menigerande siecte ende gebreken onder 30 dat gemenen volc regneert.
31Hieromme hebbe ic, Petrus Antonianus, ter eeren vander generoser stadt van 32 Antwerpen ende ten profijte vanden gemeinen volcke, eenen boeck uut den Latijne 33 in dye Duytsche sprake ghetranslateert geheeten: Fasciculus medecine. Welcken 34 boec vele profitelijke ende nootsaeckelijcke boecsken ende tractaten in hem hou-35dende is, met vele schone ende experten hulpen ende remedien tegen alderhande 36 siecheden ende gebreken. Ende in dese heb ic vele fauten gebetert. Ende ic heb 37 hier toe vergadert zommige andere tractaten uut andere auctentike doctoren, die 38 sere profijtelijc ende nootsakelijc zijn. Biddende alle kerstenen menschen die hair 39 gheerne helpen souden, ende denghenen de haer tegen de siecheden bewaren wil-40len, ende sonderlinge denghenen de haer met cyrurgijnlijcke werckingen behelpen, 41 dat si onsen arbeyt in dancke willen nemen. Ende denghenen diet beter weten dat si 42 onse fauten goedertierlic willen castigeren. Ende den opsprekers dat si haren mont42 43 willen houden tot dat si wat beters gemaect hebben. Valete.43