¶ Een ander.
O Vyandelijc saet hoe werdy gesaeyt / nu
Hoe gaet de werelt aldus verdraeyt / nu
+
Dat elc begrijpt / eens anders ghebreken
[p. 21]
origineel
Met achterclap te hoore
n
/ is elc gepaeyt nu
Opten geestelike
n
staet / sulc weerlijc craeyt nu
En laten hem selven heel onbekeken
De balcken die in haer ooghen steken
Niet merckende ja achtende niet een haer
+
En willen al van anderen spreken
Recht oft si waren heel suver ende claer
Eens anders gebreken en dochte
n
o
n
s niet swaer
Waert dat wi wel wilden ons selven doorwien
Wi vonde
n
genoech houdic en tes ooc waer
Want tgebrec en is nergens da
n
onder de lien
+
In geestelic in weerlic veel sonden gheschien
+
In cooplien in ambachters in mans in wiven
Elc beter een hooft gods gramscap sal vlien
En doet na tgene dat ic u sal bedien
Elc wie sijns selfs hof wildi doncruyt verdriven
[p. 22]
origineel
Hoe mach eenich me
n
sce so dwaes gesint / sijn
En
de
in sijn herte so seere verblint / sijn
Dat hi derf oordeelen eens anders wercken
Laet den heere die alle saken bekint / sijn
+
Oordelen wildi van hem bemint / sijn
+
En
de
doet ghi selver wel god sal u stercken
Wat baet ons de duecht van papen oft clercken
Eest dat wi leyden een sondich leven
+
God en sal ons niet vragen dits goet om mercke
n
Wat heeft paus cardinael bisscop bedreven
Elc moet voor hem selven antwoorde geven
+
Van al sijn woorden wercken en
de
gedachten
Grondeerden si ditte si mochten wel beven
Die nu haer prelaten voor niet en achten
Met luegenen valscelijc bi dagen bi nachten
Haer eere berooven duer clappen duer scriven
[p. 23]
origineel
En
de
de principaelste van desen geslachten
Hem selven qualijc van sonden wachten
Elc wie sijns selfs hof wildi doncruyt verdrijven
Duer valsce prophete
n
/ het volc bedrogen / es
Machomets duve / weer uut gevlogen / es
Onder tscijn van duechden / veel valschede
n
scule
n
+
Preect yema
n
t de waerh
eit
/ me
n
seyt dat gelogen es
Met soeten venijne / datter menich getogen / es
Dies de kinder / op haren vader muylen.
Meest elc ongehoorsae
m
/ sine
n
tuyl wil tuylen
Dus machme
n
wel vreesen / voor meerder plage
Dorgelen der kercken / discoordelijc huylen
De waerheyt steectmen / heel achter tscrage
Tquaet cruyt groeyt meer / van / daghe te daghe
Want achterclap / eer nemen / en sijn geen sonde
n
[p. 24]
origineel
Al en waerder geen god / welc ic beclage
So sijn nu der menschen / tongen ontbonden
Haer overste versmadende / duer nieuwe vonde
n
Op dat si haer dwalinge / mochten verstiven
Certeyn ae
n
sage
n
/ si haer eyghen gronden
Si vonden hem selven / vol sondiger wonden
Elc wie zij
n
s selfs hof wildi doncruyt verdriven
Met rechte sal elc / sijn overste eeren
+
Om datse staen / inde plaetse ons heeren
+
En god heeft henlien / ons sielen bevolen
+
Aenhoort doch neerstich / sinte Peeters leeren
+
Onderhoort u overste / wilt duecht vermeeren
+
Niet alleen die goet sijn / maer die somtijts dolen
+
Aenmercke
n
de hoe swaerlic / d
at
Cha
m
heeft bequole
n
+
Die sijns vaders scamelh
eit
/ niet en woude decke
n
+
[p. 25]
origineel
Men vinter noch vele / twaer beter verholen
Die met haren vader / spotten en ghecken
Sijn eere verminderen / hem scande verwecke
n
Ja veel quaets versieren / meer dan si weten
En haer eygen siele / vol leeliker plecken
Ay lacen die hebben si heel vergeten
Twaer hem saliger / dat si haer scult af queten
En lieten de prelaten / prelaten bliven
Dan dat si hem te oordeelen vermeten
Hoveerdelijc dubbende in gods secreten
Elc wie sijns selfs hof wildi doncruyt verdriven
+
Prince die selve meest / vol sonden crielen
En dagelicx vermoorden / haer eygen sielen
Die willen nu / eens anders doot beweenen
Aensagen si / hoe dicwil si selver vielen
[p. 26]
origineel
Si en souden voorwaer / dus niet vernielen
Den geesteliken staet / ic sout wel meenen
Maer haer herte
n
/ sijn herder verhert dan steene
n
+
Als sviants kinderen / duer haet en
de
spijt
+
Willende op elckerlijcken beenen
Vergetende eylacen haers selfs profijt
Die eenen andere
n
begrijpt dats een ypocrijt
En sijn eygen vlecken niet uut en wil wriven
Een yegelijc trec uute sijn sondich habijt
+
So comt ghi ten oordeele sonder verwijt
+
Elc wie sijns selfs hof wildi doncruyt verdrijven
+
Mat xiii
+
Mat vii
+
Prov xx
+
Esaie i
+
Roma xiiii
+
Hebre iiii
+
Ezechie viii
+
Roma xiiii
+
i Timo iii
+
Roma xiii
+
Titum iii
+
i Timo vi
+
ii Para xix
+
Hebre xiiI
+
Johan xxi
+
i Petri ii
+
Gene ix
+
Roma xi
+
Hiere v
+
Psal cviii
+
Mat vii
+
Roma xiii