¶ Een ander.
WAt sals gewerde
n
/ wie mochts mi maken vroet
Doverde
n
cke
n
therte / in vreesen hake
n
doet
Aensiende de dagen / die nu voor oogen / sijn
[p. 27]
origineel
Waer o
m
me een me
n
sce / seer neerstich wake
n
moet
+
Om te vliene tvenijn / dat scijnt int smaken / soet
Dwelc me
n
stroyt / waer duer veel me
n
sce
n
bedroge
n
zij
n
En vande
n
wege / der waerheyt getoge
n
sijn
+
Duer bedriegelijcke geeste
n
/ dye connen vleyden
Men heetse heylich mer tscijnt gelogen / sijn
Mits datse seer scaeylijc na haer vermogen / sijn
Der heyliger kercke
n
elck macht wel bescreyden
Haer subtijl netten si al omme spreyden
Waer duer veel sielen int helssce gepijn / sincken
Onnosel scaepkens wacht u van deser weyden
Elc sie voor he
m
wa
n
t sulc voor wijn venijn scincke
n
.
Men mach alle geesten / niet licht betrouwe
n
/ nu
+
Want sulck can he
m
wel / ootmoedich houwen / nu
+
Die inwendich / vol hoveerdien / gestrect es
[p. 28]
origineel
Legt merct wie ghi sijt / weer ma
n
s of vrouwe
n
/ nu
+
Aen valsche prophete
n
/ dye wonder brouwen / nu
Onder eens lams vlies / wel een wolf bedect / es
Elc vogel singt / na dat hi gebect es
Versmadende tgebot / der heyliger kercken
Om achterclap te spreke
n
/ meest elck verwect es
Hoe deerlijc haer siele / daer duere beplect es
Si bliven hertneckich / sijnt leecke oft clercke
n
Wille
n
de daer duere / haer quade secte verstercke
n
Haer boose wercke
n
/ voor gods aenscijn / stincken
Aen de discipulen / wilt den meester mercken
Elc sie voor he
m
wa
n
t sulc voor wijn venijn scincke
n
.
Meest elc is verblint / ons nake
n
plage
n
/ swaer
+
Men siet de menscen / schier nerge
n
s vrage
n
/ naer
Men spot metten sancten / van gode vercore
n
[p. 29]
origineel
Die Christum sijn cruce / hielpe
n
drage
n
/ maer
+
Waer sommiger menscen / gewagen / waer
Dye souden meest al sijn / verdoemt en verloren
En so menich hondert / heyliger doctoren
Die waren vervult / vanden heyligen geeste
Die de kercke verlichten / hier te voren
Eer dese nieu leeraer / oyt was geboren
Waer af men nu maect / dees groote feeste
Elc scou dees dwalinge / leeft nyet als een beeste
Sijt gehoorsae
m
/ en wilt om dlaetste termij
n
/ di
n
cke
n
Wacht u voor tbedroch / minste ende meeste
Elc sie voor he
m
wa
n
t sulc voor wijn venijn / scincke
n
+
Wee hem die oyt dit oncruyt / gesaeyt / heeft
+
Onder scijn va
n
duechde
n
/ tvenijn gespraeyt heeft
+
Dwelc lacen veel menscen / heeft brocht in dole
n
[p. 30]
origineel
Om dat hi flattere
n
de / wat nieus / gecraeyt heeft
Dat sommige
n
so soete / in dooren gewaeyt heeft
Waer duere hi heeft / haer herte gestolen
Wa
n
t hoe swaerlic / dat he
m
lieden wert bevolen
Si en willens niet laten / dat merctmen bloot
Tmocht noch wel swaerlijc / werden bequolen
Vande
n
gene
n
diet brout / twaer beter verholen
Ic meyn noch niet en leyt / den laetsten cloot
Tsal god noch verdriete
n
/ tquaet wert te groot
Si doen de onnosele / galle / voor wijn / drincken
Vliet de flatteerders / en vreest / haren poot
Elc sie voor he
m
wa
n
t sulc voor wijn venijn scincke
n
.
Prinche.
+
Blijft vaste int geloove / sonder respijt / ghi
+
Vander heyliger kercken u comt jolijt bi
+
Wilt scouwen / alle twistmakende natien
[p. 31]
origineel
Die geveynsdelic spelen / den ypocrijt / tfij
Die hem scuylt onder tgheestelijc habijt / vrij
+
Waer duer de werelt / is vol turbatien
Laet u niet verleyden / duer haer temptatien
Al willen sijt met scriftueren / verschoonen
En wilt niet achten / haer arguatien
Den geest des heeren / met sijnder gracien
En rust certeyn niet / op sulcken persoonen
Die discoort verwecken / en laet u niet hoonen
+
Al scijnt haer leere / claer als den robijn / blincke
n
Dyet wel aensage / tslacht der gegaetter boone
n
Elc sie voor he
m
wa
n
t sulc voor wijn venijn scincke
n
.
+
Ephe v
+
Roma xvi
+
Johan iiii
+
Eccle xix
+
Mat vii
+
Esaie xlii
+
Gala v
+
Hebre xiii
+
Mat xviii
+
Math xiii
+
[ii T]hessa ii
4
4
Bij de drie verwijzingen op deze pagina ontbreken in deze druk telkens de eerste twee of drie letters. Het ontbrekende gedeelte werd aangevuld m.b.v. de Maastrichtse druk (Maastricht, SB 6001 E 2).
+
[i C]orin xvi
+
[ii] Timo i
+
Titum iii
+
Jacobi iii