Refereyn.
O Scepper almachtich u ogen neerslae
n
wilt
De dwalende scapen in gratie
n
ontfae
n
/ wilt
[p. 32]
origineel
Sijnde vanden rechten weghe / geweken
Want elc nu sijn eygen weghen gaen / wilt
En op sijns selfs goet duncken heel staen / wilt
De gene versmaen wilt / die hem anders preken
Om dat haer vleesch / vol alder ghebreken
Tot alder wellusticheit / is gheneghen
+
So prisen si / die na haer sinlicheyt spreken
Met loosen treken / wijsende nieu weghen
Oft god gave datse som hadden geswegen
Door wien beroct / dit quaet / valsch bedrijf is
Hebbende bedriechlic / veel menschen gecreghe
n
Die met hem houden / want al seytmer tseghen
Tprijst al den ruymen wech weert ma
n
oft wijf is
Waert dat sulc de
n
wech / veel nauwer gemaect hadde
Nu da
n
voormaels / de sonde
n
meer gelaect / hadde
[p. 33]
origineel
Preecte hi den menschen een strangher leven
Letter yemant / na sijn / leere gehaect / hadde
Aen spotten aen ghecken / hy wel geraect hadde
Elc hem versaect / hadde verjaecht verdreven
Maer want hi de tuegel / so lanc wilt geven
Daer mede heeft hi / tsimpel volc bedrogen
Wijsmakende / dat alle gheleerde sneven
Des hi wert verheven / en op ghetogen
Vanden ghenen dye hebben / tvenijn gesoghen
So dat om hem / al omme gekijf es
Dus vinde ic / voorwaer / en twaer beter geloge
n
Men derfs niet vragen / men sieget voor oghen
Tprijst al den ruyme
n
wech weert man of wijf es
Niet vasten / niet biechte
n
/ dit hoortme
n
prisen nu
Doverste niet vreesen / doet verjolijsen nu
[p. 34]
origineel
Dit dunct de
n
menscen / een volle vloet sijn
En die selver den rechten / wech soude
n
wisen / nu
Som na nieu wegen / ooc loopen en bijsen / nu
He
m
machs afgrijsen / nu / die va
n
herte
n
goet sijn
Elc leec me
n
sch wilt nu / der scrifturen vroet / sijn
Tsijn nu al doctoren / en doctorinnen
In woorden in wercken / si so onbehoet sijn
Si scinen verwoet / sijn / oft buten haer sinnen
Wildense dus den wech / des heeren beminnen
Hoe wel dat wandelen / wat hert en stijf / es
So mochte
n
si hier na / sijn rijcke gewinnen
+
Maer lacen neen / die en wilt niemant kinnen
Tprijst al den ruyme wech weert man of wijf es
Gods vrie
n
de
n
he
m
/ van welluste besneden hebben
+
Onder sijn baniere / vroom gestreden / hebben
+
[p. 35]
origineel
Si en hebben geen ruyme wegen vercoren
+
Want si gewaect gevast en gebeden / hebben
+
Van quaden menscen vervolch gelede
n
/ hebben
+
Scerp bereden hebben den ezel met sporen
+
Naer desen wech / nu weynich menscen horen
Maer volgen den genen / diese dwale
n
de leyt
+
Versmadende / martelaers en confessoren
Elc vreese goods tore
n
/ tsal noch werden bescreyt
Hier oft hier namaels / dus niet la
n
ge en beyt
Keert weder te wijle die siele in dlijf / es
Maer dnetken is so subtijl gespreyt
Datter meest al in blijft en
de
niet uut en sceyt
Tprijst al de
n
ruyme
n
wech weert man oft wijf es.
Prinche
Christus / hier strange / wegen passerende / was
+
[p. 36]
origineel
God die hemel en eerde regerende / was
+
Hinc voor ons scandelijc / naect en
de
bloot
+
Dye heere hem om den knecht vernere
n
de / was
+
Wie leeft die dit te dege gronderende / was
Oft exalterende was sijn ootmoet groot
Volcht hem na / hi eest die den hemel ontsloot
+
Sijn bloedige voetstappen / wilt altijt ae
n
merke
n
Soect geen nieu leydslien loopt in sinen scoot
+
Hebben wi wederstoot / hi sal ons verstercken
Bliven wi goey kindere
n
der heyligher kercken
Maer daer is gebrec dus mijn motijf es
Meest elc valt rebel sijnt leecke oft clercken
Als wi wel aensien der menscen wercken
Tprijst al den ruyme
n
wech weert man of wijf es
+
Gene viii
+
Psal xvi
+
Gala v
+
Hebre iiii
+
Luce xiii
+
ii
C
orin xi
+
Hebre xi
+
i Corin ix
+
Apoc xiiii
+
i Petri ii
+
Sapi xiiii
+
Luce xxiii
+
Philip ii
+
Ephe v
+
Psal xlv