terug  begin  verderprepost

Een ander refereyn

 
DE werelt gaet manc / si behoefde wel crucken+
 
Haer hooft es cranc / de pilaren hucken+
 
Wat gebueren heensdaechs / al vreemder stucken
 
Diet wel speculeert+
 
Weduwen en weesen / sietmen plucken+
 
Si sijn sonder vreesen / die de goede verdrucken+
 
De scapen tegen de / herders / tucken
 
Alle quaet regneert.
[p. 73]origineel
 
Die best kan sueren / nu meest triumpheert
 
Die tfutselboec studeert / die weet nu watte
 
Om loose vonden te vinden / elc practizeert
 
Trecht wert gecorrumpeert / geseyt op tplatte
 
Tvolc speelt met malcanderen gelijc de catte
 
Speelt metter ratte / men siet trouwe verstieven
 
Al en is de werelt noch ditte noch datte
 
Tsal noch eens beteren alst god sal ghelieven
 
 
 
Aensiet de kercke / is nu vol confusen
 
Tginc bat te wercke doen dabdijen waren clusen
 
En doen de abten / woonden als musen
 
In gaten in holen
 
Nu maken si den blaet met hoogen husen
 
Men siet hoet gaet / si brassen si busen
 
Si rijden peerden si verkeeren si flusen
[p. 74]origineel
 
Als de herders dolen+
 
Dan werden de scapen / vanden wolven gestolen
 
Dwelc wert bequolen / vanden goeden wachermen
 
Bisdommen werden / den kinderen bevolen
 
Die noch gaen ter scolen / gods moets ontfermen
 
Hoe soude een wicht de scapen beschermen
 
Wi muegen wel kermen / duer dit mesrieven
 
Maer al eest nu quaet / ic blive bi dees termen
 
Tsal noch eens beteren alst god sal gelieven
 
 
 
Princen en heeren / nu vechten ende striden
 
Op datse in eeren / mochten verbliden
 
Maer deere gods / setten si besiden
 
Al gaet si verloren
 
Si souden tgevechte / int christen bloet miden
 
Met scerpen rechte / de ketters castiden
[p. 75]origineel
 
Nu laten si den armen / lantman af riden+
 
En bederven tcoren
 
De capiteynen vollen haer tresoren
 
Tvolc wert gescoren / men salse saen villen+
 
Dlant is vol dwalinghen / achter en voren+
 
Die te straffen horen / behoeven geen brillen
 
Si sien door de vinger / de quade vercrillen
 
Si doen datse willen / men hangt die cleyn dieven
 
De groote laetmen loopen / tghelt cant al stillen
 
Tsal noch eens beteren alst god sal gelieven.+
 
 
 
Den coopman wilt kijken / al omme int ronde
 
Siet de practijcken / woecker en is geen sonde
 
Si makent recht oft men gheen god en vonde
 
Men vreest gheen plaghen
 
Merct hoese verloven / si liegen metten monde.
[p. 76]origineel
 
Tbeste leyt boven / tquaetste ten gronde+
 
Si wegen tgoet uute / metten lichten ponde
 
In valsche waghen
 
Darm gemeynte schieten / si in haer magen
 
Siet hoese hen dragen / als princen en graven
 
Dan loopense wech / dan makense haer daghen
 
De sculdenaers clagen / si latense draven
 
Sy onthouden den loon / vanden armen slaven
 
Si geven gaven / en vercrijgen brieven
 
Maer al sijn de goey cooplien schier witte raven
 
Tsal noch eens beteren alst god sal gelieven
 
 
 
Willeken dunct mi / sijn / al omme patere
 
In sonden vry / sijn / dat es de matere
 
En eygen goet duncken / es procuratere
 
Tsijn nu al propheten
[p. 77]origineel
 
Dees Duytsce doctoren / hebben den snatere
 
Si stroyen erroren / te lande te watere
 
Arm dwasen / u waer beter een clatere
 
Wilt ghi u vermeten
 
Scriftuere te verstane / vol secreten
 
Leert doch eerst weten / tgene dat u es noot
 
Si studeren som datse haer werc vergeten
 
De kinder souden eten / ja haddense broot
 
Leeft oft volc van Ysrael / gods gramscap ontvloot
 
Wanneerse haer hoot / tegen Moysen op hieven
 
Maer al haet Malchus / Petrum totter doot
 
Tsal noch eens beteren alst god sal gelieven
 
 
 
Prinche.
 
Reyn prince vermaert / recht herde der scapen+
 
Ons allen bewaert / veel wolven na ons gapen
 
Die geerne donnosele / souden op rapen
[p. 78]origineel
 
Wantse weldoen haten
 
Wilt bi ons bliven / als ons herders slapen
 
En wilt verdriven / des viants knapen
 
Die roepen op nonnen / muncken en papen
 
En elcken verwaten
 
En selve sijnt sondighe / stinckende vaten
 
Och wilde elc laten / sijn sondige seden
 
God verwecte goey herders tot onser baten
 
Maer in alle staten / is duecht vertreden+
 
Het hooft es siec / en alle de leden
 
Roept met gebeden / steenen herten wilt clieven
 
Hoe qualijc dat gaet / opten dach van heden
 
Tsal noch eens beteren alst god sal gelieven

+Ozee iiii
+Esaie i
+Eccle viii
+Roma viii
+Mat xxiiii
+Johan x
+Esaie iii
+Amos iii
+Esaie i
+Esaie i
+Prover xx
+Johan x
+Esaie i
prepostterug  begin  verder