Refereyn.
Weer geestelic / weerlic / boere
n
/ oft prelate
n
Wi sijn arm crancke / sondige vaten
[p. 79]
origineel
Idel van duechden / maer vol ghebreken
+
Hoe comt da
n
/ dat wi / malcanderen dus haten
+
Beclappen / beliegen / dragen achter straten
Die selve totten ooren / in sonden steken
Dat volc nu dinct derft wel stoutelic spreken
En princepalic van muncken en papen
En hoe si de waerheit / bet seggen oft preken
Hoe veninege slangen / daer meer op gapen
En oft de priesters / som uut waren om rapen
Ten sijn geen ingelen / maer mensche
n
cranc
Besiet u selven / arm schorfte schapen
Peynst gaen si crepele ghi gaet wel manck
Ghi hoort ooc geerne inden budel geclanck
Eest wonder oft priesters / geerne penninge
n
sie
n
Ic segge ic en diene om geenen danck
Priesters sijn ooc menscen als ander lien
[p. 80]
origineel
Scaemt u clappaerts vol valscer suspitien
+
Ghi muecht wel vreesen / gods strange punitien
Als hi ten oordeele / sal sijn gheseten
+
Si seggen dat de papen / beneficien
Coopen en vercoopen dees quade conditien
Mercken si wel / maer si hebben vergeten
Hoe si selve tsweet / vanden armen eten
God weet / hoese som / crigen haer substantie
Door liegen / bedriegen / ontscriven / ontmeten
Oft anders duer woekere / oft finantie
Banckeroete / dats een ghemeen usantie
So wel onder de Duytscen / als onder de Walen
Een quinckernel / dats de quitantie
Si en willen van tween / niet eene betalen
Dit volc seit dat papen / en muncken dwalen
En haers selfs hoofken en willen si niet wien
[p. 81]
origineel
Merct uus selfs crancheit en segt sonder drale
n
Priesters sijn ooc menscen als ander lien
Oft priesters ooc / som / met vrouwen omgaen
Ic en segge niet / ten is qualic gedaen
Maer salme
n
haer crancheit / daer o
m
me v
er
breiden
+
Ghi gehoude mans / wilt mi wel verstaen
+
Ghi hebt voor de kercke / een huysvrouwe o
n
tfae
n
+
En hebt gesworen / onder u beyden
Dat ghi van malcandere
n
niet en sult sceyden
Sidi altijt getrouwe / uwen pare
Ghi gaet u oock somtijts / bi andere vermeyden
En laet u wijf / en verquistet hare
Oft de priesters ooc somtijts / hadde
n
een care
De duvel die u quelt / hen ooc tempteert
Haer lichaem als duwe / geseyt int clare
[p. 82]
origineel
Es tot alder crancheyt / geinclineert
Dit gevoeldi in u selven / als ghi wel jugeert
Hier soudi om dincke
n
/ als ghi yet saecht gescyen
En seggen als yemant / de priesters accuseert
Priesters sijn ooc menscen als ander lien
Oft priesters ooc somtijts / lachen en singen
Bi goet geselscap / dansen en springhen
En oft si in vruechden / waren de meeste
Salmense begripen / met sulcken dingen
Al sietmen hen ooc / een bacxken uut bringen
Sgelijcx ooc wachten / met bliden gheeste
Die ne
m
mermeer en verhuecht is wel een beeste
Si moeten ooc somtijts / haer hertken verlichte
n
Peynst hoe geerne ghi sijt / inde feeste
Daer vruecht hantieren / Vrou Venus nichten
[p. 83]
origineel
Oft priesters ooc sagen / op scoone aensichten
Salmense voor boeven achten / ter stont
En oftse ooc prisen de beste gerichten
Peynst wat goets smaect ooc wel in uwen mont
Eer ghy priesters begrijpt / gaet in uus selfs gro
n
t
En eest dat ghi daer vint / sgelijcx van dien
Laetse onbegrepen / en segt goet ront
Priesters sijn ooc menscen als ander lien
Prince achterclappers / en luegen vinderen
Sullen selde
n
eens anders / gebrec verminderen
Maer liever vermeerdere
n
/ elc si op sijn hoede
Oft priesters mesdoen / wat macht ons hindere
n
Wi sijn al tsamen / Adams kinderen
Te samen geset / van vleessce en van bloede
Men soude alle dingen / keeren int goede
[p. 84]
origineel
Metten pryesterlijcken staet / spotten en gecken
Maer doen gelijc / Constantinus de Vroede
Die haer misdaet / metten mantel woude decke
n
Dit soude u met rechte / tot duechden verwecke
n
Die met achterclappe / haren tijt verquisten
Met luegenen der priesters / fame bevlecken
Seydense noch niet meer / dan si en wisten
Hoort ghi Lutersce / evangelisten
Die gods stathouders / dus al omme bespien
Laet staen u clappen ghi duvelsce artisten
Priesters sijn ooc menscen als ander lien
+
Roma iii
+
Psal xiii
+
Mat vii
+
Mat xiiii
+
Gene ii
+
Ephe v
+
i Corin vi