Refereyn op den geheelen A b c e
t
c
etera
Als ic sie hoet nu / in alle plaetsen / staet
Aenmerckende alle / dese vree
m
de abusen
So dunctmi / dat de weerelt op scaetsen / gaet
[p. 85]
origineel
Verkeert / seer wonderlijc / vol confusen
+
Eendrachticheyt wert v
er
jaecht / si moet verhusen
Liefte vergaet en haet / houdet velt
+
Men acht nu cloosters / kercken oft clusen
Gods dienst gaet te nyete / de waerh
eit
lijt gewelt
Veel wol
v
en werden ond
er
/ gods scaepke
n
s getelt
Hieremias wert ver
j
aecht / Ezechiel verbeent
Die de waerh
eit
wilt seggen / dus eest nu gestelt
Wert schiere als sinte Steven gesteent
De werelt is op een ende / voorwaer ic meent
Besiet den ottere / nu sinen tant / scerpen
Om te verbitene / al die hem tsegen sijn
Oude gewoo
n
te
n
/ wilt hi vander hant werpen
Al mach daer / der sielen / profijt in gelegen / sijn
Hi scrijft daer de me
n
sce
n
/ meest toe genege
n
9
/ sijn
[p. 86]
origineel
Hier omme sijn valsce leeren becliven
Vryheit / ongehoorsae
m
h
eit
/ dwelc saechte wege
n
sijn
Daer willen quaewillige / meest bi bliven
Si blasphemeren / si pruetelen / si kiven
Eest dat hem yemant contrarie seyt
In haer dwalinge / si lanc so meer verstiven
Te rechte dit jammer / elc goet herte bescreyt
Tes deerlijc als deen blinde den anderen leyt
Cleyne es devotie onder den volcke / nu
Penitentie te doene / wert letter geacht
Over de waerheit drijft / een duyster wolcke / nu
Daert voormaels claer dach was daer eest nu nacht
Veel vree
m
der opinien / werde
n
bedacht
Vande
n
uutgeloopen munc / te Swerten Berge
Deen blinde leyt den anderen / inde gracht
[p. 87]
origineel
Hi maect den volcke / conscientie lerge
Hi stellet hen soetkens / si sugen vande
n
merge
Maert venijn is bedect / dat blijft in muten
Anderlien goey wercken / verkeeren si in erghe
Si blasphemeren / si liegen si stuten
De snaren slaen discoort int vier metter luten
Die voormaels int gelove / simpel en slecht was
Sietmen vanden weghe / der waerheit wijcken
Men heetet nu crom / dat voormaels recht / was
Door nieuwe vonden / en loose practijcken
Elc wilt nu / op eenen anderen kijcken
Niet achtende / al is hi selver besmet
Sietme
n
in tgeestelic volc / gebreken blijcken
Dat wert in scrifte / op kercken geset
Nochtans stater gescreven / in Christus wet
[p. 88]
origineel
Mint uwen even naesten / hoe sidi dus bot
+
Wert hi v
er
doe
m
t en veroordeelt in sviants net
Die uut nide eenen slechten mensce heet sot
+
Waer vaert hi die de stathoud
er
s gods bespot
Een yegelijc wilt / schier selver prelaet / wesen
Tsijn nu al priesters / weer mans oft vrouwen
Goey oud
er
s voormaels / de
n
priesterlike
n
staet preze
n
Dwelc de jongers qualic onderhouwen
Men siet nu tpriesterscap heel verdouwen
Men heetse afgoden / en antecrists cnapen
Om datse som anders / doen / dan si souwen
Versmaetmen al tsamen / muncken en papen
Geven si goey leere / wie wilder na gapen
Maer haer gebreken / conne
n
si wel bespien
En meest deel sijnt selve / scorfte scapen
[p. 89]
origineel
Die eens anders stof / in sijn oogen wel sien
+
En haer selfs hoveken en willen si niet wien
Financiers / makelaers / loose cooplien
Volcxken die hem selven / qualic regeren
Veel rapiamus / wi onder den hoop / sien
Vanden genen / die alder meest / murmureren
Si willen de geestelicheit / reformeren
En haer selfs gebrec / si niet en mercken
Swijcht dwasen / wat wildi / veel ordineren
+
Elc staet voor hem selven / weer pape
n
oft clercke
n
+
Men sal elcken loonen / na sijn eyghen wercken
In doordeel gods / so scrifture ons leert
Al gesciender veel abusen / inder kercken
Dat en wert met uwen clappe niet gekeert
Ghi maer uus selfs sonde
n
/ daer duere en v
er
meert
+
[p. 90]
origineel
Gebiet / ons Christus / niet onderdanicheit
Mathei int drientwintichste / eest gescreven
+
Siet hoe swaerlijc / wrac god de wederspannich
eit
Die Chore / Dathan / en Abiron bedreven
+
Met twee hondert en vijftich / dye lieten dleven
Om datse tegen Moyses / vielen so fel
Weerspa
n
nige menscen wilt hier voor beven
+
Weest gehoorsae
m
u prelaten na gods bevel
En le
v
en si qualijc leeft selver wel
+
Volcht den woorde
n
n
iet
de wercke
n
ghi criges danc
En siet ghise valle
n
hout daer me gheen spel
Het sijn menscen als ghije broosch en
de
cranc
En gaen si crepele ghi gaet ooc wel manc
Haet en nijt is groot / in veel menscen / vry
Leefde Petrus noch / men sloech hem nu doot
[p. 91]
origineel
Wa
n
t quaet doe
n
/ quaet scrive
n
/ quaet wenscen si
Den paus van Rome naest Christus ons hoot
Men behoeft geen prelate
n
/ ten es geen noot
+
Dus spraken si ooc / die de waerheyt misten
Heeft de paus gebreke
n
/ si hanghent op sijn broot
Si soudent wel helen / als sijt niet en wisten
Onderdanige scaepkens / heeten papisten
De paus antechrist / wat abelder slot
De scriftuere verkeeren si met valscen listen
Veel menscen bringende in sviants cot
Snijt af de quaey leden eer theel lichae
m
verrot
Ic sorge ons plage / in corten dagen / naect
Om dat de sonden / dus overvloedich / sijn
Kent u misdaet / eer ghi de plagen / smaect
+
Wie
n
s tande
n
va
n
nide / dus scerp dus bloedich / sijn
[p. 92]
origineel
Besiet u selven / wilt niet meer moedich sijn
+
Wederspannich / verwaent / dus stout dus coene
Maer om datse som rijcke / en voorspoedich sijn
So en wetense van weelden / wat te doene
Waerme
n
comt / in weertscappe
n
/ avont oft noene
Daer moetent papen / en muncken ontghelden
Men verhalet daer al / eest rijpe oft groene
Wistense een moort / si soudense melden
En groote luegenen gebreken daer selden
Knaecht mij
n
bee
n
ke
n
die wilt / ic werpt int hond
er
t al
Diet aengaet / macht in sijn tessce steken
Wa
n
t het waer quaet / hiet ick yema
n
t bisond
er
t mal
Daer ic in veel lien / sie wijsheyt gebreken
Leeke ambachts lien / willen nu preken
Men gelooftse schier bat / dan geleerde mans
[p. 93]
origineel
Dees Duytsce clercken / vol valscer treken
Versmaden nu alle doctoren bicans
Maer die mede ae
n
houwe
n
ae
n
den nieuwen dans
Sijn alleene geleert / vernuft ende wijs
Al waert een spinster / oft een ander arm gans
Sulc volchde haer leeringe / en haer advijs
Siet toe en timmert op geen bevende ijs
Leefde Ambrosius en Richardus noch
Men hietse nu esels / met langhen ooren
Al preecte Augustinus / en Bernardus / noch
Veel menscen / en soudender / niet na hooren
Want men siet hoe grooten geleerden doctoren
Al scriven si goey redene / en claer besceet
Si moeten al dolen / dat es verloren
Maer eenen ketter sijn / si te hooren bereet
[p. 94]
origineel
Dien gelooftme
n
al omme wien lief oft leet
Hoe seere men hem siet / de waerheit croken
Elc sie toe / onder een scaepkens cleet
Es claerlijc / een gripende wolf gedoken
Wa
n
t valsce prophete
n
heeft Crist
us
voorsproken
+
Mi wondert grootelijc / boven maten
Dat volc heensdaechs / dus seere verblint es
Datse hem met woorden / dus verdoven laten
Van eenen wiens leven / hen onbekint es
Eest hi alleene / die van god bemint / es
Heeft hi he
m
sinen nausten raet laten weten
Voorwaer mi dunct / dat hi dwaes gesint / es
Dat hi hem boven andere derf vermeten
Die hem in duechden / bet hebben gequeten
Dan hi na dat sijn / selfs scriften tugen
[p. 95]
origineel
Daer geen quaey woorden / hi en sijn vergeten
+
Dwelc sijn discipulen wel van hem sugen
Dwaes sijn si die met alle winden bugen
Niet beters dan elc den ouden pat loopt
Want nieuwe wegen / doen dicwils dwalen
Die wel doet eenen scat / in shemels stat hoopt
Daer af den loon / nemmermeer en sal falen
+
Die wel doet / god salt / hem wel betalen
+
Als de siele comt / voorsijn presentie
+
Al hoordi nu yemant / anders verhalen
Vliet sulcke
n
menscen / geeft he
m
geen credentie
Schout haer leere / boven de pestilentie
Oft ghi wert daer duere / van gode getogen
Gelooft niet so saen / een smans sententie
+
Hi heeft meer luegenen / dan eene geloghen
[p. 96]
origineel
Die lichtelijc gelooft wert saen bedrogen
+
Op d
at
hi tgemeij
n
volc / tot he
m
waert trecke
n
mochte
So roept hi op de geestelicheit moort
Op dat hi tbedroch / te bet bedecken / mochte
So bracht hi eerst veel devocien voort
Sijn venijn v
er
breide
n
de / oost / west / suydt / noort
In dorpen in steden binnen en buten
Heel kerstenrijc / isser duere verstoort
Al omme spreectmen / van luten / van fluten
Certeyn sijn ooren / muegen hem wel tuten
Want waermen coe
m
t / men hoorter af snappen
En de duecht diemen daer uut siet spruten
Es dat si deen luegen aen dander lappen
Dat sal al drupen op sijnder cappen
Predicanten / diemen hier voortijts liep na
[p. 97]
origineel
Hoortmen nu antechristus / apostelen noemen
Men versmaetse nu / daermen eens riep / na
En men wiltse veroordeelen en verdoemen
+
Die dlant geerne souden / van dwalinge
n
broeme
n
Heeten helsce honden / en eertsce vianden
Scoenlappers hem boven doctoren beroemen
Ic hope ten is hier niet maer in ander landen
Daer en achtmen op paus oft op sijn banden
Aen allen predicanten weetmen nu een lac
Riedt yema
n
t me
n
sal dees boecxkens verbranden
Men riep crucifige inden sac inden sac
Soect dit volc god / jaes haer eygen gemac
Quaet is de saeyere / en quaet saet saeyt / hi
+
Wildi den boom kennen / merct wel sijn vruchte
n
+
So den vogel gebect is voorwaer so craeyt / hi
[p. 98]
origineel
Men hooret heesdaechs / aen de geruchten
De geestelicheit en machme
n
/ nerge
n
s geluchten
Sijnt moniken / sijnt nonne
n
/ men doet he
n
v
er
driet
Salt noch lange dueren / ic soudts mi beduchten
Het clootken en is noch / ten ende niet
Hoe voer Arrius / die thooft der ketters hiet
Tsal noch alcomen / teenen exteren neste
Goey herten en twifelt / niet al hoordi yet
Die waerheyt / salt al verwinnen / int leste
Peynst altijt / douliekens sijn de beste
+
Redene voormaels / te disputeren / plach
Nu disputeertmen / metter lien sonden
Geleerde ma
n
nen / men voortijts studeren sach
Om dat si de waerheit / wel souden orconden
Nu studeertme
n
om te vinden / nieuwe vonden
[p. 99]
origineel
In dleven van papen / muncken / en nonnen
Tvolc haet malcanderen / als Torcken en honden
Die tspel eerst rocte / wat heeft hi gewonnen
Het es geroct / maer noch niet volsponnen
Daer menich goet herte / af es vereent
Waer sal hijt verantwoorde
n
/ diet heeft begonne
n
Een geestelic man / de geestelicheit vercleent
Oft de duvel heeft ergens een cappe ontleent
Siet nu de werelt / wel al omme / aen
Vol lidens / vol verdriets / vol tribulatien
Mars wil door oorloge / opte bomme slaen
Goey herten sien / so veel temptatien
Dieren tijt naect ooc in corter spatien
Want door menichte / der sonde
n
/ oyt plage
n
vielen
Waer af is liefte onder de christen natien
[p. 100]
origineel
Deen bruer wilt nu / den anderen vernielen
+
Sulc vergeet de salicheit / van sijnder sielen
En moeyt hem met / gods oordeelen verholen
+
Kerstenrijc sietmen / vol dwalingen crielen
Leeke menscen houden / heymelijcke scolen
Quaet geselscap heeft god veel sielen ghestolen
+
Tes al evangelie dat den mont spreect
Maer de wercken / ope
n
baerlic / bewisen
+
Datter wat anders / inder herten gront / steect
Aen de wercken / kentme
n
/ der menschen ghijsen
+
Dat wi vele devangelie / prijsen
+
Dat en sal ons in doordeel gods / niet scoonen
Maer die wel doet / sal glorioos verrisen
Goey wercken goeden loon en laet u niet hoone
n
+
Leest de scriftuere / niet om verschoonen
[p. 101]
origineel
Leert u devangelie / dat ghi sult vloecken
En haten alle / geestelijcke / persoonen
Waer staet dat gescreven / willet mi soecken
Ghi Duytsce doctoren oversiet u boecken
Waer sidi doctorinnen / ic wil ooc groeten / u
Had ic dat vergeten / ghi sout u beclagen
Het vlas is diere / spint vry met moeten / nu
Maer int studeren / en muechdy niet vertragen
Ghi moet de sorge / ooc helpen dragen
Oft het soude inder kercken / al qualic gaen
Malloten god en sal u / daer na niet vragen
Draecht sorge voor duwe en ghi hebt voldaen
Wat meyndi / wildi die scriftuere verstaen
Boven mannen / die vol doctrinen scinen
Door tgroot abuys en weet ic wat seggen saen
[p. 102]
origineel
Staet de wijsheit nu op spinsters en baghijnen
So gaet dat geloeve wel op plattijnen
Christe Jesu / wiens dierbaer / bloet swam
+
Om dat wi ons sielen / daer in souden baden
+
Verleent ons gratie / ootmoedich goet / lam
+
Der heiliger kercken / staet nu in staden
+
Wildi ons helpen / wie mach ons scaden
Niemant / al doetmen ons / lide
n
en swaerheyt
De prelaten der kercken / wilt ooc beraden
Verlicht haer herten / met uwer claerheit
Den dolenden geest / kennisse der waerheit
Op datse haer / scult / hier muegen af kerven
Tes beter nu gesucht / dan datmen hier na screit
Maria gods moeder / wilt ons verwerven
Een duechtsaem leven een salich sterven
[p. 103]
origineel
Vijftien hondert drientwintich men scrive
n
/ sach
Eenentwintich in nove
m
ber tsi elcken bekent
Desen a b slecht van sne wier om kiven / mach
Was duer jonste diet begonste doen volent
+
i Joan v
+
Mat xxiiii
9
Verbeterd uit
genenege
n.
+
Deutro vi
+
Mathei v
+
Mat vii
+
Roma xiiii
+
Mat xvi
+
Roma ii
+
Mat xxiii
+
Nume xvi
+
Hebre xiii
+
Mat xxiii
+
Nume xvi
+
Ozee iiii
+
Deute xxxii
+
Mathei vii
+
Ephe iiii
+
Luce xii
+
Mathei x
+
Mat x
+
Esaie ix
+
Eccle xix
+
ii Para xxxvi
+
Mat xiii
+
Mat vii
+
iii Esdre iii
+
Hiere ix
+
Proe xxv
+
Prover i
+
Esaie xxix
+
Mathei vii
+
Joan iii
+
Johan v
+
Luce xxii
+
Apoca i
+
Johan i
+
Roma viii