Refereyn.
O Eewige claerheit / diet al doet verlichten
+
Sent doch u stralen / op ons arme wichten
+
Wi roepen tot u om consolatie
[p. 113]
origineel
Siet hoe veel wolven / de scapen bevichten
Wie mach ontgaen / haer veninege schichten
Niemant dan die ghi jondt / u gratie
Op eerde en was noyt / booser natie
Naer mijn estimatie
Dan dese vertwijfelde / Lutherianen
Si maken onder tvolc / twist en turbatie
En disputatie
Op datse alle duechden / mochten uut planen
En men siet hoe datse uut steken haer vanen
Men laetse betijden / dwelc ic beclage
Wie strijt daer tsegen / wie coe
m
t hen ter banen
Letter yemant / dus segge ic met heeten tranen
Hier om groeyt de dwalinge alle daghe
+
O geestelike prelaten / van hooger famen
[p. 114]
origineel
Paus / cardinalen / bisscoppen / al tsamen
Ghi sijt al wachters / gestelt opten toren
+
Om te trompen / alser vianden quamen
Sidi nu in slape / ghi mueget u wel scamen
Tot herders des volcx / sidi vercoren
+
Wert yemant duer u onachtsaemheit verloren
God heeft ghesworen
Van uwen handen / sal hi eyscen haer bloet
Maer so hi duer Ezechiel / sprac te voren
+
Ghi hebt gheschoren
De scapen niet geweyt / maer u selven gevoedt
+
Ghi soect u eygen eere / en tijtlijc goet
+
In gods eere te soecken sidi seer traghe
Om dat ghi de scapen / niet wel en hoet
Comen de wol
v
en / om dat ghi dit doet
+
Hier om groeyt de dwalinge alle daghe
[p. 115]
origineel
Ghi predicanten / ontpluyct u monden
+
Roept sonder ophoude
n
/ segt den volcke hair sonde
n
Laet u stemme luden / als een trompet
Waer werden nu vierige leeraers vonden
+
Ay lacen tsijn meest / al stomme / honden
Si en conne
n
niet bassen / hier om wert gods wet
Vergeten en heel / achter rugge geset
Tsimpel volc comt int net
En volgen met hoopen / na Luthers doctrine
Om dat daer so menich / rijc groot cadet
Mede is besmet
Vreesen de predicanten / scade en pine
Si sorgen om die waerheit / vervolcht te sine
Voor tgeloove en wilt nyemant laten sijn crage
De wijnroepers mingen / dwater metten wine
+
Dies seggic noch eens en blive bi dmine
[p. 116]
origineel
Hier om groeyt de dwalinge alle daghe
Doctoren geleert / inde theologye
Ghi behoort te weerstane / de ketterye
+
Hier om soudi inde scriftuere studeren
+
Maer ghi let meer / op ander fantasie
Op poetrie en philosophie
En als ghi de ketters / gaet examineren
Ghi wiltse veel te soetelijc / hanteren
Te saen absolveren
Als sijt willen / weerroepen / ghi laet u paeyen
En siedi niet / hoe dat sijt revoceren
Datse u tromperen
Als een riet si met allen / winden draeyen
Haren ouden sanc si ter stont weer craeyen
En loopen ter scolen / achter de hage
[p. 117]
origineel
Haer ketterie / si al omme saeyen
De cleyn correctie doetse verfraeyen
Hier om groeyt de dwalinge alle dage
O weerlijcke vorsten / elc si nu een man
Tgeestelic sweert / de ketters n
iet
bedwinge
n
en ca
n
Wat de predicanten roepen oft kiven
Si spotten daer mede / si en vreesen geenen ban
Haddise gestraft / doen tspel eerst began
Twaer gedaen / nu sijnse quaet om verdriven
Men is hen niet straf / men wiltse niet ontlijven
De ronde schijven
Werden heensdaechs / veel te seere begeert
+
Dit doet veel volcx / in haer dwalinge bliven
+
Na Paulus scriven
Ghi en hebt te vergeefs / niet ontfange
n
tsweert
+
[p. 118]
origineel
Die tgeloove / niet en bescermt / en is niet weert
Dat hi eenen princeliken / name draghe
Om eertsce eere / en spaertme
n
/ harnas oft peert
Gods eere gaet te niete / dit is dat mi deert
Hier om groeyt de dwalinge alle dage
Ingeniose geesten / wilt dit wel spellen
De princen sijn ontrouwe / der dieven ghesellen
+
De vos en de wolf / houden de wake
+
Si en willen de bruers / in Christo niet quellen
Want mochtmen de rechte waerheyt vertellen
Si sijn som siec / vanden selven ongemake
Al sietmen de ketters / op een cake
Dats een cleen sake
Al hechtmen hem een cruysken / opte mouwe
Dit dunct hem al eere / peynst oft ict rake
[p. 119]
origineel
Best aen eenen stake
Wa
n
t ter stont als si af sijn so eest weder douwe
Si en sijn maer te quader / weer man oft vrouwe
Wie isser af gebetert / solveert dees vrage
Hoe datse sweeren / si en houden geen trouwe
Wantmense niet en straft alsomen souwe
Hier om groeyt de dwalinge alle daghe
Daer en is schier niema
n
t / die tgheloove bemint
Hier om seylen de ketters / al voorden wint
Si bedriegen veel volcx soot heeft gebleken
Maer al eest dat volc som / haer bedroch wel kint
Liefte / en profijt / haer herte / verblint
Daerse den voet / onder de tafel steken
Si swigen en loven / si en derven niet spreken
Maer hooren na tpreken
[p. 120]
origineel
Want si vreesen te verliesen / de lecker beten
+
Wien sietme
n
als Phinees gods lachter wreken
Certeyn wi ghebreken
Meest al hier inne ic derfs mi vermeten
Paulus scrijft wilt metten ketters niet eten
+
Groetse niet seyt sint Jan oft u naect plage
+
Christus raedt wacht u voor valsce propheten
+
Ay lacen dit wert al tsamen vergeten
Hierom groeyt de dwalinge alle dage
Princelijcke herders in beyden staten
Paus cardinalen / bisscoppen / legaten
Regeerders van landen en
de
van steden
Bescermt de kercke en comt haer te baten
Maer de kersten princen malcanderen haten
Theel lichae
m
is siec van boven tot beneden
[p. 121]
origineel
Dbloet Christi wert onder de voeten getrede
n
Opten dach van heden
De seven sacramenten / werden bespot
Ten sal niet betere
n
/ de quade leden
En sijn af gesneden
Want een quaet let / alle de leden verrot
Gelijc een mottich cleet / dander cleeren vermot
Waert dat elc prelaet / dit wel aensaghe
Hi castijde de ketters / maer dit es tslot
Tes al vaerken sot en kindeken sot
Hier om groeyt de dwalinge alle daghe
+
Joan i
+
Psal xlvii
+
Mat xiii
+
Ezechi xxxiii
+
Johan xxi
+
Ezechi xxxiii
+
Ezec xxxvii
+
Esaie i
+
Joan x
+
Esaie lviii
+
Esaie lvi
+
Esaie i
+
i Timo iiii
+
ii Timo ii
+
Eze xxii
+
Michee ii
+
Roma xxxi
+
Esaie i
+
Sopho iii
+
Nume xxv
+
i Corin v
+
i Johe i
+
Mathei vii