terug  begin  verderprepost
[p. 130]origineel

[Wat geest eest die de Lutherianen regeert]

 
GEestelic / weerlic / heeren / ende knechten
 
Geleert / ongeleert / minste / metten meesten
 
Ic wil hier vragen / wie sal mi berechten
 
Waer de Lutherianen comen ter feesten
 
Si roepen al den geest / maer leven als beesten
 
Contrarie god / en der heyliger kercken
 
Wat geest regeertse / men vint tweederley geesten+
 
Eerst gods geest / die duecht leert sinen clercken+
 
En de bose geest / die alle quaet wilt stercken+
 
Die doet de sine / in dwalingen rasen+
 
Gods geest / leert ootmoedicheit in alle sijn werken
 
De boose geest maect noeswijs en op gheblasen
 
Gods geest maect wise / de bose geest maect dwazen
 
Gods geest is vreedsaem / de bose geest murmureert
 
Segt mi al die oyt scriftueren lasen
 
Wat geest eest die de Lutherianen regeert
[p. 131]origineel
 
Gods geest / leert simpelheit / onderdanicheit+
 
Want Christus / was gehoorsaem totter doot+
 
De boose geest / leert alle wederspannicheyt+
 
Versmaet u prelaten / en kent gheen hoot
 
Gods geest / seit / begeert niemants goet / al hebdy noot
 
De bose geest / seit / alle dinc is gemeene+
 
Gods geest / seit / wildi leven / hout dat god geboot+
 
Neen tis ommogelijc / u macht is te cleene
 
Seit de boose geest / ghelooft alleene
 
Al valdi in sonden het is gods wille
 
Gods geest raet voor dbeste / te bliven reene+
 
De boose geest / seit neen / swiget daer af stille+
 
Papen en muncken / trout elc een dille
 
Vervult gods woort / wast / en multipliceert
 
Ghi ouders die scriftuere / leest metten brille
 
Wat geest eest die de Lutherianen regeert
[p. 132]origineel
 
Gods geest / seit / geeft god dat ghy hem sculdich / sijt+
 
En den keyser / dat den keyser / toe behoort
 
Doet datse u heeten / in al verduldich / sijt+
 
Neen seit de boose geest / onthout dit woort
 
Ghi sijt al vry / dus u vryheyt / orboort
 
Acht geen menschen gheboden / dats minen raet
 
Gods gheest / raedt altijt / paeys en accoort+
 
De boose gheest / raedt oploop / en overdaet+
 
Gods geest / sayt goey tarwe / de bose geest quaet saet+
 
Gods geest / leert elcken zijn selfs hoveken wien+
 
De boose geest / raet hier teghen / dmeeste quaet+
 
Hem selven vergeten / en op andere / sien
 
Gods geest / leert / alle achterclap vlien
 
De boose geest / leert datmen elcken diffameert
 
Ic en weet wat seggen / maer ic vraechs den lien
 
Wat gheest eest die de Lutherianen regeert
[p. 133]origineel
 
De doot en dleven / water ende vier+
 
Kiest wat ghi wilt / uwen raet is in u hant
 
Dit seit gods geest / wat seyt de boose ghier
 
Ghi en hebt geenen wille / dit is ander verstant+
 
Gods geest / seit abstineert / neen ruert uwen tant+
 
Seyt de boose geest / ghi en derft niet vasten
 
Devangeliste / bescrijvet / in sassen lant+
 
Door ingeven des geests / tes goet om tasten
 
Wat geest dat is / tsijn ongelijcke gasten+
 
Gods geest leert / doet penitentie jolijtelijc+
 
De boose geest / seit neen / wilt u niet verlasten
 
Die sijn vleesch castijt / doet ypocritelijc+
 
Gods geest / spreect minlijc / de bose geest spitelijc+
 
Gods geest / maect sterc / de bose geest tempteert+
 
Beminders der waerheit / aenmerct doch vlitelijc+
 
Wat gheest eest die de Lutherianen regeert
[p. 134]origineel
 
Gods geest / seit gaet inne / door de inghe poorte+
 
Den wech is smal / die totten leven / leyt
 
De boose geest seyt hoort hier mijn soorte
 
Wandelt den rumen wech / vol rooskens gespreit+
 
Soect gemac / en alle wellusticheyt
 
Ghi en condt gods geboden / niet gehouwen+
 
Ten is geen noot dat ghi biecht / of sonden bescreit+
 
Ghi en derft niet doen / dan alleene betrouwen
 
Gods geest seit / u sonden moeten u rouwen
 
Doet penitentie / oft ghi sult al vergaen
 
De boose gheest seit / hoort mannen en vrouwen
 
Ghi en derft u hant / aenden ploech niet slaen
 
Christus heeft voldaen / laet u wercken staen
 
Breect kercken en clusen / en beelden ghestoffeert
 
Ic vraghe noch / wie sal mi berechten saen
 
Wat geest eest die de Lutherianen regeert
[p. 135]origineel
 
Die sinen broeder sot heet is verdoempt+
 
Seyt gods geest / achterclappers bedwinct u becken
 
Tserpent seyt / dwelc men den boosen geest noempt
 
Met paus met bisscoppen wilt spotten en gecken
 
En haer ghebreken / elcken ontdecken
 
Plact brieven aen kercken / laet boecken scriven
 
Tgemein volc wilter / tsegen verwecken
 
Laet papen en muncken / tsamen verdriven
 
Gods geest seit / wilt inden ouden wech bliven
 
Deenicheit der kercken / en wilt niet schueren+
 
De boose geest seit / sal u leere becliven+
 
Ghi moest de scriftuere / recken en lueren
 
Hier mede suldi / donnosele besueren
 
Roept evangelie / maer tfutselboec studeert
 
Segt mi die dabusen siet die nu gebueren
 
Wat geest eest die de Lutherianen regeert
[p. 136]origineel
 
Gods geest / doet den mensce / tot duechden lustich zijn+
 
De bose geest / doet inden dyenst gods vertragen+
 
Gods geest / maket herte inwendich rustich / fijn
 
De boose gheest doet conscientie knaghen
 
Gods geest doet stoutelijc sonder versaghen+
 
In dopenbare belijden de waerheyt
 
De boose geest / doet preken achter de haghen+
 
Sijn valsce propheten / hatende claerheyt
 
Gods geest / sinen apostolen / openbaer seyt
 
Gaet willet dwoort gods inde menscen planten+
 
De bose geest / seit neen en spaert geenen arbeyt
 
Gaet verkeeren dwoort gods / mijn predicanten
 
Leert gods moeder versmaden / en alle santen
 
Scriftuere na uwen / wille exponeert
 
Doctoren / predicaren / en observanten+
 
Wat gheest eest die de Lutherianen regeert
[p. 137]origineel
 
Prince.
 
De gheesten sijn seer / menigherhande+
 
Den gheest der wijlen / besat / Achabs propheten
 
Regneert ooc als nu / men achtet geen scande+
 
Den geest daer Adam de vrucht / door heeft gebeten
 
Doet noch de menschen / verboden spijse eten+
 
Almodeus / den geest / vol oncuyscer voeren
 
Doet moniken en nonnen / haer gelooften vergeten
 
Die si god en haren / oversten swoeren
 
En doetse loopen / als boeven en hoeren
 
Uut haren cloosters / achter de straten
 
Den gheest Lucifer / besit nu de boeren
 
Datse al gheerne op / Moyses setel saten+
 
Den nidegen geest / doet Malchum / Petrum haten+
 
Hier om de valscheit de waerheit persequeert
 
Och wie sal mi berechten / uut caritaten
[p. 138]origineel
 
Wat geest eest die de Lutherianen regeert
+Sapien vii
+Esaie xi
+Gala v
+i Timo iiii
+Roma xiii
+i Petri ii
+Philip ii
+Exodi xxxii
+Mat xix
+Mat xix
+Corin vii
+Mat xxii
+Mat xxiii
+Ephe iiii
+Psal xiii
+Mat xiii
+Mathei vii
+Sapi i
+Eccle xv
+i Petri v
+Johe ii
+Mathei iiii
+i Corin vi
+Mat iiii
+Sapien i
+Eccle xxiiii
+Luce xxii
+Psal xxxii
+Mathei vii
+Sapi ii
+Johe ii
+Luce xiii
+Mat v
+Johe ii
+Ephe iiii
+Roma viii
+Sapi vii
+Mat x
+Joan iii
+Mar xvi
+Ezechie xiii
+iii Reg xxii
+Gene iii
+Thobie iii
+Nume xvi
+Johan xviii
prepostterug  begin  verder