terug  begin  verderprepost

Refereyn.

 
MEn gelooft geen santen si en doen miracule+
 
Dit woort is vanouts / gesproken gescreven
 
En nu is Luther inde tabernacule
 
Te Wittenberge / als groot sant verheven
 
Wat miraculen doet hi / wat mach hi geven
 
Dat hem dus verheft doverlantsce natie
 
Leyt hi een strange / exemplaer leven
 
Merct hier sijn heylige conversatie
[p. 158]origineel
 
Hi maect oploop / strijt / murmuratie
 
Hi verjaecht paeys / vrede en accoort
 
Santen verwecten doden / duer gods gracie
 
Daer tgelove / duer gesterct wert / en Cristus woort
 
Maer contrarie wert / van desen sant gehoort
 
Want duer hem wert vergoten / tcristen bloet
 
En menich hondert dusent / menscen vermoort
 
Dit sijn de miraculen die Luther doet
 
 
 
Hi waeyt met allen winden / gelijc een loof
 
Hi can gods geest / uuten menscen verdriven
 
Hi maect gaende lien crepel / en hoorende doof
 
Siet doch hoe sijn / miraculen becliven
 
Oude jonge doet hi / in sonden verstiven
 
Die ter kercken / om aflaet plegen te gane
 
Sietmen nu thuys / in haer camerken bliven
[p. 159]origineel
 
Oft gaen tuysscen / en spelen opte bane
 
Die voortijts gods woort / diep om te verstane
 
Vanden predicanten / hoorden met jolite
 
Sijn nu doof / geen predicant / en staet hen ane
 
Dan een verloopen munc die de cappe is quijte
 
Die dwoort goods verkeeren / tharen appetijte
 
Dien heeten si geleert / verlicht / en vroet
 
Dus seggic noch / allen ketters16 te spite
 
Dit sijn die miraculen die Luther doet
 
 
 
Luther werct wondere / ic bens orcondere
 
Dat hier voortijts recht was / maect hi nu crom
 
Duecht heet hi sonde / ende ooc bisondere
 
Wise geleerde mannen / maect hi dom
 
Siende lien blint / en wel sprekende stom
 
Gods lof oft biechte en willen si niet spreken
[p. 160]origineel
 
Maer al sijn discipulen / dats meer dan som
 
Connen wel couten / van ander lien gebreken
 
Si sijn vol achterclaps / theeft claer gebleken
 
En tsijn selve de scorfste scapen diemen vint
 
Maer si en sien den drec niet / daerse in steken
 
So heeft haer patroon / de oogen verblint
 
Mochten si volbrengen / daer si toe sijn gesint
 
Si maecten gemeene / alder werelt goet
 
Siet christen menscen / die tgeloove bemint
 
Dit sijn de miraculen die Luther doet
 
 
 
Lucifer sal Lutherum / croonen feestelijc
 
Want hi heeft hem menige / siele gewonnen
 
Die eens waren geestelijc / maect hi beestelijc
 
Tspel dat hi heeft geroct / wert vast ghesponnen
 
Hi doetse qualic enden / die wel begonnen
[p. 161]origineel
 
Donstantachtige machtmen nu kennen voor waer
 
Religiosen / beide muncken en nonnen
 
Die reynicheit geloofden / over menich jaer
 
Dien wert haer oordene / nu veel te swaer
 
Si en willen niet meer dragen / sots caprunen
 
Deen loopt hier hoere / dander boeve daer
 
En hangen haer cappen / opte tunen
 
Si en achten gelooften / wielen oft crunen
 
Maer loopen in dwilde / als menschen verwoet
 
Van deene sonde in dander / als Turcken en Hunen
 
Dit sijn de miraculen die Luther doet
 
 
 
Hi maect veel hoeren / hi maect veel boeven
 
Want muncken en nonnen / sijn luy en lackere
 
Hem gebreect van als / honger doetse bedroeven
 
Si en connen niet ploegen / inden ackere
[p. 162]origineel
 
En wilt hem dan niet / borgen de backere
 
Men moet eten / daer en is geen gelt om coopen
 
Om crigen sijn si in quaet doen / wackere
 
Dan gaet dit gespuys / met grooten hoopen
 
Den coopman berooven / den lantman stroopen
 
Moorden / branden / stelen niet om verstrangen
 
Ten lesten / sietmense tsamen knoopen
 
Deene op een rat / dander gehangen
 
Na haer wercken / si ten eynde loon ontfanghen
 
En darm siele vaert licht / bi thelsce gebroet
 
Elc mocht wel seggen / met bescreyden wangen
 
Dit sijn de miraculen die Luther doet
 
 
 
Weeukens maechden / voortijts niet om versimpelen
 
Die thooft lieten hangen / in deerde manierich+
 
Men siet hoe aerdich / dat si hen nu wimpelen
[p. 163]origineel
 
Si werden weerlijc / curioos / en nieucierich
 
Die reinichlijc leefden / devoot en vierich
 
Heeft Luther / eenen anderen / geest doen rapen
 
Om eenen man te crigen / sijn si seer gierich
 
Si en willen niet langer / alleene slapen
 
Het waer hen alleleens / weer muncken oft papen
 
So grooten begeerte / hebben si om houwen
 
So de meester doet / doen maerten en cnapen
 
Die hi heeft gevangen / in sijn clouwen
 
Si sijn sonder vreese / beide mans en vrouwen
 
En op haer boosheit / dragen / si hoogen moet+
 
Noch seg ic / al soudense / venijn uut spouwen
 
Dit sijn de miraculen die Luther doet
 
 
 
Men veracht gods moeder / en alle santen / siet
 
Kercken clusen / werden gedestrueert
[p. 164]origineel
 
Men gelooft precaren / oft observanten / niet
 
Maer den spinroc / devangelie exponeert
 
Gods lichaem / gods bloet / wert geblasphemeert
 
Men spot metten seven / sacramenten
 
De heilige scriftuere / wert gecorrumpeert
 
Duvelsce glosen / laetmen daer bi prenten
 
Mannen cloosteren / en ooc vrouwen conventen
 
Werden bedorven / vanden boeven / onversaecht
 
Van onnosel scaepkens / maectmen serpenten
 
Men scoffiert / so menige / geestelijcke maecht
 
Heel kerstenrijc schiere / inden dyenst gods vertraecht
 
Meest elc sijn lichaem / na sijn sinlicheit voet
 
Es hier yemant / die Luthers / leere behaecht
 
Dit sijn de miraculen die Luther doet
[p. 165]origineel
 
Prince.
 
Elc siet de werelt / vol dieven crielen
 
Dlant en is niet veylich / men scent de straten
 
Men vermoort veel lichamen / noch veel meer sielen
 
Werlike princen / geestelike prelaten
 
Bevechten de boeren / haer ondersaten
 
Chore en Abiron / sijn weder verresen+
 
Doctoren pastoren / licentiaten
 
Werden nu / vanden wijfs onderwesen
 
Scriftuere wert / inde taverne gelesen
 
In deen hant devangelie / in dander den pot
 
Tsijn al droncken sottoren / nochtans van desen
 
Werden geleerde / predicanten bespot
 
Tvolc mest in sijn quaetheit / als tvercken int cot
 
De werelt is verdroncken / inder sonden vloet+
 
Noch so ic eerst seide / so seg ic int slot
[p. 166]origineel
 
Dit sijn de miraculen die Luther doet

+Joan iiii
16Verbeterd uit kettters.
+Esaie iii
+Luce vi
+Nume xvi
+Ozee iiii
prepostterug  begin  verder