Refereyn.
INde
n
afgro
n
t der droefheyt geheel verswolgen
+
Roepen wy om hulpe / ghenadighe heere
+
[p. 38]
Teghen de gheene / die u kercke vervolghen
+
O heere al hebben wy u verbolghen
+
U ghenadighe ooghen / wildt tonswaert keeren
+
Want veel vossen / en wolven / in schapen cleeren
+
Sijn in u coeye / subtijlijck ghebroken
Van wien veel blasphemien tuwer oneeren
Teghen u en u sancten werdt ghesproken
+
Siet ghy niet heere / sijn u ooghen gheloken?
Hoe dat dees vossen / uwen wijngaerdt vertrapen
+
Sult ghy noch langhe laten onghewroken?
+
Dees grypende wolven / verslinden u schapen
Visiteerdt u cudde / want de wachters slapen
+
Oft anders u schaepkens / werden verbeten
+
Wy roepen / als die naer u ghenade gapen
+
Heere hebt ghy u kercke gheheel vergheten?
[p. 39]
Als in Egipten / tvolck van Israel
Seer werdt verdruckt / vanden heydensen honden
+
Al waren sy dicwil / teghen u rebel
+
Nochtans hebt ghy hen / wa
n
t u deerde haer gequel
Moysen / tot eenen verlosser ghesonden
+
Josue / Judicum / Regum / claer orconden
Als de heydenen / volck op Israel brochten
+
Behoevende hulpe / hebben syse vonden
Als sijt met berouwe / aen u versochten
Ghy sondt hen capiteyns / die voor hen vochten
Sult ghy u bruydt / inder noodt dan laten
Die de heydenen niet meer quellen en mochten
Dan de ketters / en doen / die de waerheyt haten
Den Machabeen / quaempt / ghi oic dicwil te baten
+
Teghen de heydenen / rondt om / hen gheseten
+
Es u Christen volck / nu van u verwaten
[p. 40]
Heere hebt ghy u kercke gheheel vergheten?
Noeyt en voeren sy wel int oudt testament
Die uwen tempel onteerden / tbleeck aent bedrijf
Van Nichanor den hooveerdighen vent
+
Die den tempel dreychde daer sijnde ontrent
+
U wrake quam haestelijck over den catijf
Heliodorus creech oock vol gheesselen dlijf
Die den schat des tempels wilde wech draghen
Anthiochum raeckte u handt ooc stijf
Ghy liet hem de wormen levende duercnaghen
+
Osa viel doot daert veel menschen saghen
Die nochtans darcke onverhoets aentaste
+
Nabuchodonosor ghinck niet vry van plaghen
+
En Baltasar daer hy met sijn boelen braste
+
Uuten vaten des tempels dranck soot hem paste
+
[p. 41]
Inder selver nacht wert hy doot gheesmeten
Wat gheschieter nu al en god lijdet vaste
Heere hebt ghi u kercke gheheel vergheten?
Hoe compt dat ghy nu gheen weerstant en doet?
+
Den gheenen die u dienaers bedroeven
Die vaten stelen daer u vleesch en u bloet
In werdt ghetracteert kercken en cloosters goet
Rooven / en verteeren met hoeren en boeven
Laet hen Heliodorus / gheesselen proeven
Datse niet een vel aen haer lijf en houwen
+
Op dat andere diese soe saghen toeven
Mochten leeren sghelijcx te doene / schouwen
O heere sijn u de belooften berouwen?
Die ghy Petro deedt wiltse ghedincken
+
Want in u woordt hebben wy betrouwen.
+
[p. 42]
Dat ghy tscheepken / niet en sult laten verdrincken
Hoe de ketters / die als bocken stincken
Haer hoornen / daer teghen te setten vermeten
Het helt nu / schijnende / oft soude sincken
Heere hebt ghy u kercke / gheheel vergheten
O heere / ghy latet / nu al om wroeten
Dat in gheset is / duer uus gheests beraden
U Sacramenten / werpen / onder de voeten
U prijsweerdighe moeder / niet om versoeten
Blasphemeeren / en al u sancten versmaden
Ghy laet de ketters / vol onghenaden
Haer boosheyt metten Evangelie / decken
Ghy laet de goede verdrucken vanden quaden
Dat niemant en mach duecht doen sonder begecken
Wilt / Ambrosium / Augustinum / verwecken
[p. 43]
En laet Hieronimum / comen ter banen
Doet Chrisostomum tharnasch aentrecken
En Athanasium / oprechten u vanen
Teghen de ketters / die opsteken haer granen
Contrarie gods woordt / als Baals propheten
+
Wy roepen tot u / uut dit dal der tranen
Heere / hebt ghy u kercke / gheheel vergheten
Prince / boven alle gouvernanten
Daer alle potentaten voor moeten beven
Sendt ons / vierighe / oprechte predicanten
Die u godlijck woordt / saeyen / en planten
+
En tgheene dat sij leeren / eerst selve beleven
+
Wilt ons herders / naer u herte gheven
+
Die wy in u weghen / moghen volghen opt spuer
So dat / uut kerstenrijck mach werden verdreven
[p. 44]
Twist discentie ende alle erruer /
Op dat de kercke mach comen in haeren fluer
Alsoo sij was int eerste beghinnen
Dat ons conversatie duer den soeten guer
Dongheloovighe mach trecken tot uwer minnen
En laet u aerm schaepkens niet verwinnen
Vanden bocken die sijn vander kercken ghespleten
Wy roepen tot u met droeven sinnen
Heere hebt ghy u kercke gheheel vergheten?
+
Jone. 2.
+
Psal. 24.
+
Psal. 117.
+
Abacu. 1.
+
Baruc. 2.
+
Psal. 12.
+
Psal. 73.
+
Psal. 79.
+
Psal. 82.
+
Ezec. 34.
+
Esaje. 56.
+
Hier. 23.
+
Exod. 3.
+
Psal. 77.
+
Psal. 105.
+
Psal. 106.
+
1. Mach. 1.
+
4. 9. 13.
+
2. Mach. 8
+
2. Mach. 3
+
2. Mach. 9
+
2. Reg. 6.
+
1. Para. 13.
+
Dan. 4.
+
Dan. 5.
+
Psal. 43.
+
Psal. 78.
+
Matt. 16.
+
Psal. 118.
+
3. Reg. 18.
+
Matth. 5.
+
2. Timo. 2.
+
Hier. 3.