terug  begin  verderprepost
[p. 3]

Aen die doorluchtige hoo-
ghe ghebooren Vrauwe, Maria van Ma-
morancy Gravinne van Mansvelt, Vrau-
we van Conde, etc. salige sa-
lutatie in den Heere.

DOorluchtige ende hoogen gheboren Vrou-
we uwer excellentie is wel bekent in wat
perijkel / dangier ende troubel / dat wy in
dese Nederlanden zijn gheweest in corten
tijden. Door diversche secten ende opinien quaet /
seer obstinaet vol discoort / ende twist gegoten / het
welck is een vroom argument / dat God vertoornt
is met een grooter gramschap / want gheen meer-
der plage / gheen stranger punitie / en mach Godt
senden oft laten dalen over die Christen familie
dan twist in tgheloove / ende meniger leyde secten
vuermits dat sulcx die siele toechiert naer Chri-+
stus beelde gheschapen ende door zijn bloet preci-+
eucx gheredimeert / alle andere straven tsi oorloge+
vreet / tsy dieren tijt met benautheyt groot / oft siec-
ten pestilentiael / waer die menschen seer af verscric-
ken si en touchieren maer het tijdelijck goet ver-
gangelijcke substantie / oft het lichaem der men-
schen in corten tijden aes en voetsel der wormen.
Al sietmen in sulcker plagen die handen vringen /
die haren trecken / die tranen spruyten wt der
oogen conduyten / al hoortmen versuchten carmen /
ende claghen door Gods castiment int oordeel wa-
rachtich / het en mach die siele niet hinderen / in ee-
nighe maniere / het is ons Vaders roede / zijn kin-+
deren tot duechden verweckende als si door der+
Propheten ende predicanten woorden / niet en be-+
keeren een sonderlyck teecken der liefden groot /+

[p. 4]

ende ghenade overvloedich / maer valsche leeraers+
met quade secten die quetsen het herte / ende bringen
die siele ter eeuwiger doot / seer clagelijck om hooren
Saraceenen / Turcken oft andere vyanden der
Christen natie moghen die gheloovige menschen
bringen / in groot verdriet met tirannische handen
spannende / in Plougen / in Wagens / als onredelijc
ke dieren / Slanghen ende Serpenten / met andere
fenijnighe beesten moghen het lant bederven op
menige contreye / maer die edele siele en connen
si niet crencken / wat listen oft laghen dat si daer
toe ghebruycken / het welcke die valsche broeders
verleyders subtijl van het eerste / der heyliger kerc
ke hebben gedaen / ende noch dagelijcx daer toe labo-
reren / onder een samblance ende schintsel der duech-+
den als Satans Artisten / verschuerende soo menich
Christen Schaepkens / aftreckende van het oprecht ge+
loove so menich onnoosel creatuere / bringende so een
groot getal1 tot die doot die Christus door het god-
lijc woort / ende het geloove crachtich / het leven hadde +
gheschoncken / waer door men claer mach begrijpen
dat die swaerste plaghe die onder hemele mach
wesen / is valsche leeringe der secten die waerheyt
gheheel contrarie / dat is ghebleken onder die He-
breusche vergaderinge / die welcke dickmael is ge-
smeten van die Godlijcke hant / maer noyt en voel-
de si so herdt eenen slach / noyt en quam si tot sulc-
ker benautheyt / dan als si luysterde naer die val-
sche Propheten / die achter lande liepen door haer+
eyghen auctoriteyt / bedriegijende Gods volck met
smeeckende woorden / ende bringhen die sielen int
eeuwich verdriet. Dit heeft Christus seer schoone
verclaert. Mat. int. 24. Daer hy van het eynde der+
werelt is sprekende voor oogen leggende diversche
stranghe punitien van oorlogen / twist der rijcken /
dieren tijden / en haestige sieckten / maer die laetste

[p. 5]

ende principaelste straven wert ghenoteert int op-
rijsen der valscher Propheten / die menighe sullen
verleyden / ende in sulcken staet die menschen brin-
gen / datter luttel menschen soude salich wesen / wa-
ren die dagen niet vercort / waer dore oock Paulus
in den gheest seer vierich sonderlijc vermaent alle
Christen menschen dat si van die plage der secten
soude wachten / als van grijpende wolven met bloe-+
dige tanden / wel wetende dat sulcke plage niet al-
leene lichaem oft goet / maer der siele hinderlijck is
boven maten / Dit heeft Petrus ghedaen ende S.
Jan Christus minjoot hebbende conpassie over die
precieuse sielen / hier in hebben naer der Apostolen tij-
den neerstelic gewrocht die heylige Doctooren / door
schriften ende levende stemme in viericheyt blaken
de / altijts die Christen waerschouwende / dat sie die
plagen der valscher seckten soude schouwen / met
grooter diligentie gheen gemeenschap mede hou-
den oft conversatie / geen allianche maken oft vrien-
schap betoonen / ja gheen ghespraeck oft gehoor ge
ven tot eenighe tijden si wisten wel in wat perijc-
kel dat die mensche zijn siele steldt / die sulcx aven
tuert / waer door ick gemoveert ben gheweest over
menich Jaren het goddelijc woort te saijen in der
stadt van Antwerpe / naer het oprecht verstant des
gheest. Altijt waerschouwende die Christen ghe-
meente dat si haer wachten soude / van valsche opi
nien verleyders der menschen der sielen doeders /
hadden si naer mijn woort gehoort / wy en waren
niet ghecomen in dit clagelijck verdriet / maer het
is Gods gehendicheyt / rechtveerdich / oordeel / Die
hooveerdicheyt groot opgheblasen pompieusheyt /
excessijf / die Coostelicke cleederen / ende equipage abun
dant te boven gaende / Lantsvrauwen ende Princes-
sen mede die regale maeltijden daer niet en ghe-
brack die costelijcke huysen gestoffeert boven / Co-

[p. 6]

nincx paleysen bewatert seer wijt / bemuert seer
sterck / geprieelt als woonsteen der Goden / met wa
randen verciert / vol vreemde gedierten daermen heeft
tsondaechs ende sheylichdaechs gaen spatieren met groo
ten wellusten en Gods woort met zijnen Tempel ver
laten / daer boven die woeckerije nu sonder schande voor
die Copmans duere staende / draecht boven tot me-
niger stede bekent / gemaecte opsettelijc banckeroe-
tije / warachtige diverije / naer Gods sententie / scan-
delicke dronckenschap / met veel andere abuysen heb-
ben ons die plage op den hals ghehaelt / wy moeten
verdragen wy hebbent verdient / die goede met den
quade die moetent becoopen. Il ny a remede. Noch-
tans hoe die saken gaen ick en sal niet laten die ge
meente der Christen te waerschouwen / van alle vreem-
de nieuwe ende valsche opinien te vlien / niet alleene
metter levende stemme / maer ooc met schriften daert
my sal wesen moghelijck / die contrarie partijen
vyanden des geloofs / hebben door het woort (sub-
tijlyck vervalscht) ende door schandelose boecken
vol fenijns ende blasphemie horribele menich men-
sche verleydt ende menich siele vermoort in die stadt
van Antwerpen / in alle die weereldt bekent soo ist
wel reden dat wy door het oprecht woort en2 schrif-
ten warachtich die Christen weder roepen / tot haer
moeders schoot / die si onsalichlijck ende qualijck be-
docht hebben verlaten / Ende want door den last der
provincie die my onweerdich is bevolen / in dese Ne-
der Duytslanden daer veel Cloosters gerooft / ende
ghedistruweert zijn / ja ghebrant uut grooten haet /
over mijn persoone ende mijn ondersaten / veel Re-
ligieusen verjaecht / niet wetende waer si soude
bevaeren / so en hebbe ic mijn principale saken niet
connen absolveren3 / dus tot een vertoeven aenmerc-
kende seker boecken die Anna Bijns / een eerweer
dige maget over menige jaren tegen die secten heeft

[p. 7]

uut gegeven / die seer vruchtbaer zijn gheweest / ende
getrocken van mannen ende vrouwen / ende noch
seker werck resterende was / dat noyt ghedruckt is
gheweest / so hebbe ick dat tot Christus glorie int
licht ghebrocht / ende profijt der ghemeente / ende
overmits dat nu ghemeenlick observeert is / yemant
te verkiesen onder wiens protectie ende bescher-
minge het werc mochte bewaert wesende ende meer
faveur crijgen / onder die Christen vergaderinghe /
so is uwer Excellentie my ghecomen te voren om
sulcks te dediceeren door seker reden int eerste om
dat my perspect ende wel bekent / is dien Catholijcken
vromen geest die uwer excellentie Christus jonste-
lijc heeft geschonken / persevererende inder anti-
quatie ende waerheydt met grooten love. Ten
tweeden om den wijsen ende voorsichtigen raet / die
den vromen Capiteyn den Grave van Mansvelt /
Gouverneur excellent in dese periculose tijden heeft
ghegeven / als een van die salvatueren der Neder-
lant ghepresen / uwen man uutvercoren. Ten laet-
ste om die groote jonste ende goet herte / dat uwer
excellentie van joncx tot onser oorden heeft gedra-
gen ende uutwendich getoont niet alleene ten tijden
van den doorluchtigen excellenten Catholijcke heere
Monseur de Laleyn saliger memorie uwer excellen-
tie eerste man / maer oock in den weduwelijcken staet
wesende / ende noch daghelijcx doet / daer doer heb-
be ic wille een cleyn teeken der danckbaerheyt / pre-
senteren supplierende ootmoedelijc / dat uwer excellen-
tie wille in dancke nemen / niet aensiende die gifte maer
het herte / tot meerder bereedt / Al is die sake cleene
uwer excellentie sal hier uutmercken / datter noch
cloecke vrome vrouwen zijn / die Mans al verde te
boven gaen / in die Goddelijcke scientie / ende den
warachtigen geest. Daer zijn hier voortijts veel ge-
leerde vrouwen / ende maechden ghevonden die

[p. 8]

mannen hebben verwonnen als Corinna / Theba-+
na / die Pindarum vijfmael is te boven gegaen int scri-
ven / Erinna so excellent wert ghepresen / dat si die+
majesteyt van Homerus wercken heeft naer ghe-
volcht / stervende tot haren 19. jaren / Cornelia / Af-+
fricanus huysvrouwe / heeft sulcke elegante brieven
geschreven / dat si Quintilianus / den vernaemden
Oratuer heeft gepresen / Damophila Griexe vrou-+
we heeft wonderlijcke boecken achter gelaten / Hypa-
thia mede in die astrologia / ende lope der Hemelen+
seer gheleert / Zenobia Coninginne / Palmireorum+
in die Griexe en Egipse sprake / seer wel geverseert
heeft / schoone vermaenen geschreven / ende voor haer
knechten / ende ruyters / met den Helmette gereci-
teert / Diotima was so gheleerdt / dat Socrates+
haer meestresse naemde / in Aspasias lesse / en heeft+
hem niet geschaemt te vinden / waer af dat Pilato ooc
vermaent / Dama Pitagoras dochter / Cassandra uut+
Prianus gesproten Istrina Coninginne4 der Scothen /+
Door haer geleertheyt zijn zeer vernaempt / ende me-
nige andere. Maer het en is niet by deser vrauwe+
te gelijcken / die in godlijcke scientie soo hooge is ver-
licht als die tweede Apaides die inder heyligher scrif-+
tuere ende het recht / verstant van den geheelen Bijbel was
geverseert. Dit is die tweede Catherina van Senen+
die Volateranus prijst / dit is die andere maget Hil-
degardis die Theologale questien tot 30. toe heeft+
ghesolveert / ende wonderlijcke schriften heeft ach-
ter ghelaten / dit is die Veneetsche Cassandra die+
Politianus verheft / dat si voor die volle den boeck
voor die spille / die penne / voor die naelde den stijl
int schrijven exerceerde / dese persoone machmen met +
Isoota van Veroonen5 / die tot Nicolaum den Paus+
van dier name den vijfften / en Pium den tweeden
heeft geschreven / wel compareren / dese mach met+
Fabiola / Romana/ Marcella / ende Eustochio / die Je-+

[p. 9]

ronimus prijst / wel gerekent wesen met Cathari-+
na / Conincx / van Alexandrie dochter / ende Anasta-
sia Grisogonus discipline / wesen geannumereert / +
met die 10. Sibillen door den Geest sonderlinge ver-+
licht / want si veel schoone schriften heeft achter ge-
laten / tot Christus glorie / ende stercheyt des geloofs /
een ygelijck waerschouwende van die bedriegelijc-
ke seckten / hem te bewaren / ende vromelijc te houden /
in die Arca van Noe / in Petrus schipken tot inder
doot / hoe swaer dat die tempeesten overcomen / ende +
die baren rijsen daer en is gheenen noot / het schip
en sal niet versincken / die Arcke sal resten op die+
berghen van Armenie / hier boven het schip sal drij-
ven door den crachtighen wint des Gheest / tot in
die have der eeuwigher salicheyt / daer ick uwer ex-
cellentie met alle vrome constante Christen ridde-
ren / hopen met vruechden te aenschauwen / daer+
wy sullen looven / ende dancken den ghenadighen+
Heere / van zijnder jonstigher gratie / ende van zijn-
der glorie als dan opelijck ghereveleert / ende sul-
len jubileeren sonder cesseeren inder eeuwi-
ghe eeuwicheydt gheschreven int Jaer
1567. den 6. dach van den Mey in
ons erm verbrant Clooster
der Minnebroeders
inder stadt van
Antwerpen.

 

Uwer Excellentie dienare onweerdich.

 

B. Henrick Pippinck M. Pro-
vinciael van Nederduyslant.

+Gene. 1.
+Apoca. 5.
+Hebre. 9.
+Mat. 10.
+Luce. 12.
+Hebr. 12.
+Pro. 3.
+Apoca. 3.
+2. Tim. 3.
+Joan. 10.
1Verbeterd uit geltal.
+2. Tim. 3.
+Jere. 7. 13
+Mat. 24.
+Actum. 20.
2Verbeterd uit woortren.
3Verbeterd uit alsolveren.
+Corinna
+Erinna.
+Cornelia
+Damophila.
+Hipathia
+Senobia
+Diotima
+Aspasia.
+Dama.
4Verbeterd uit Coninginue.
+Cassandra.
+Istrina.
+Apaides
+Catharina senis.
+Hildegardis.
+Cassandra.
+Isoita.
5Verbeterd uit Verooven.
+Fabiola romana.
+Marcella
+Eustochium.
+Catherina.
+Anastasia
+Sibille .10
+Matt .7.
+Gene .8.
+1. Cor .13.
+1. Joan .3.
prepostterug  begin  verder