[p. 60]
[Refereyn.]
O Hoochste majesteyt niet om verminderen
+
Die hemel en eerde / in u hant cont weghen
Stercke
n
schermschilt voor al dat ons mach hindere
n
God des troosts die tot Adams kinderen
Als bermhertich vader zijt genegen
Mijnen noot en wert u oock niet verswegen
Seer zijnde benaut aen alle zijen
+
Diveersche vyanden hebben my belegen
De werelt / de vyant / tvleesch is my oock tegen
Leert mijn vingeren crijgen / mijn handen strijen
+
Geen ruyters oft rosvolck / en mach my bevrijen
Als briesschende leeuwen / comen mijn vyanden
+
Tegen my als die mijn salicheyt benijen
Verlost my van mijnder tegenpartijen
Heere dat si my niet en brenghen ter schanden
Stiert mijn scheepke
n
voort dat schadeloos mach la
n
den
Dwelc wert bestooten met veel tribulatien
Mijn victorie staet geheel in u handen
Ghy zijt mijn toevlucht in alle tentatien.
+
Ghy zijt ons verlosser en ons voldoendere
+
Ons Capiteyn / leytsman / ende bewadere
Ons heyl salicheyt en eenich versoendere
+
Ons broeder des ben ick oock te coendere
+
Tegen u / ghy en mocht my zijn niet naerdere
+
Wat sondaers tot u comen / ghy ontfermt haerdere
Tbleeck aen Petro al was hy u versakere
+
Sghelijcx aen Paulo / en noch claerdere
+
Aen Magdalenam / veel openbaerdere
+
Bleeck aen aen tcruys wel aenden rechten schakere
+
Opperste Bisschop herder en wakere
+
Die de verstroyde schapen brengt te gadere
Ons Heer / ons God / ons schepper / ons makere
+
Ons advocaet en trouwe voorsprakere
+
En middelaer aenden hemelschen vadere
+
Levende Fonteyne / springende Adere
+
Ick sende tot u veel supplicatien
+
O eeuwige wijsheyt zijt mijn beradere
Ghy zijt mijn toevlucht in alle tentatien.
[p. 61]
Ghy zijt mijn voorvechter en mijn victorie
+
Den slotel van David diet al heeft ontsloten
+
Het licht der Heydenen Israels glorie
+
Ghy zijt de suyver godlijcke ciborie
+
Daer den schat alder wijsheyt is uutgevloten
Ghy zijt die tverloren schaepken onverdroten
+
Met grooten arbeyde seer neerstelijck socht
Ghy zijt de bloeme uut Jessen ghesproten
+
Sijnde metten dau sheylichs geests beghoten
Die de salichste vrucht / hebt voort ghebrocht
Ghy hebt ons met uwen bloede ghecocht
+
Gods kinderen gemaeckt van svyants slaven
Als Moyses serpent verheven in de locht
+
Hebt ghy ons ghetrocken uuter hellen crocht
Daer wy door Adam / doot laghen begraven
Heel eertrijck is vervult met uwen gaven
U bermherticheyt streckt over alle natien
Ghy zijt die spijst de jonghe raven
+
Ghy sijt mijn toevlucht in alle tentatien.
Ghy zijt mijn bolwerck / mijn sterckte / mijn borcht
+
Mijn uuterste toeverlaet / in alder noot
Ghy zijt oock die voor ons salicheyt sorcht
+
Doen wy in sonden doot laghen verworcht
+
Maeckte ghy ons levende door u bitter doot
Ghy gheeft ons dwarachtich levende broot
+
Niet Manna dat Disraeliten aten
Ghy hebt ons gewasschen met uwen bloede root
+
Wy zijn u ledekens / ghy zijt ons hoot
+
O Heere hoe sout ghy my dan verlaten
Ghy hebt ons gheschreven / met openen gaten
+
In u handen / dus zijt mijns gedinckende
En willet werck uwer handen niet verwaten
+
Al ben ick als eenen meshoop vander straten
Door mijn boosheyt voor uwen oogen stinckende
Een berouwich herte / ben ick u scinckende
+
Willet vervullen met uwer gratien
Met David ben ick dees snare noch clinckende
Ghy zijt mijn toevlucht in alle tentatien.
[p. 62]
PRINCE.
Prince der princen die my uut liefden vercoost
+
Voor u kint / maer zijnde seer negligent
+
Hebbe ick dees salicheyt verroekeloost
Nochtans zijt ghy mijn hope en uutersten troost
+
Mijnen steen vasticheyt en fundament
+
Ghy hebt u Godlijck beelde / in my geprent
Ghy hebt u voor my laten slaen en blouwen
+
Voor u bermherticheyt u altijt ontrent
+
Als een saechtmoedich lammeken innocent
Liet ghy u swijghende ter dootwaert stouwen
Heere aen desen coop / wil icx my houwen
Dat ick uus lijdens sal zijn deelachtich
In u verdienste stelle ick mijn betrouwen
Laet den vleesschelijcken brant in my vercouwen
Dien te blusschen ken ick my onmachtich
+
Mijn vyanden zijn vele / en zijn seer jachtich
Om my te treckene / tot desperatien
Non foortse al vallen si teghen my lachtich
Ghy zijt mijn toevlucht in alle tentatien.
+
Isa. 40 c
+
Dan. 13 c
+
Ps. 143.a
+
Psa 21. b
+
Psal. 31. c.
+
Galat. 3 b
+
1 Cor. 1. d
+
Joa
n
. 2 a
+
Heb. 2. e
+
Lu. 21. g
+
1. Ti. 1 c.
+
Luc. 7. g
+
Ibi. 23. f
+
Heb. 4. d. 5. a. b.
+
Joa
n
. 10.b
+
Psa. 94.
+
1 Joa
n
. 2 a
+
1 Tim. 2 b
+
Joa
n
7.f.
+
Exo. 15 a
+
Isa. 22 f
+
Luce. 2
+
Col. 2.a.
+
Lu 15.
+
Isai. 11 a
+
1 Pet. 1 d
+
Joha
n
. 3 b 12. c.
+
Psal. 146
+
Psa. 17. a.
+
1 Pet. 5. c
+
Eph. 1. a
+
Joa
n
. 6 d
+
Apo. 1. b
+
Eph. 4. c
+
Isa. 49 e
+
Psa. 137.
+
Ps. 50. d.
+
Ephe. 1 a
+
Gal. 4 a.
+
Psa. 90 c
+
Psa. 17 a
+
Gen. 1. c.
+
Isai. 53. b
+
Psal. 3.