[p. 118]
Refereyn.
+
PAys ende vrede / blijschap / geluck en heyl
+
Een goede tijdinge / ick u vermane
O dochters van Sion / hebt een ooge int seyl
Te Bethleem is nu Gods gratie veyl
+
Metten voeten des heeren / pijnt derwaert te gane
+
Siet uwen bloedigen Bruydegom / ane
+
Int cribbeken ligghen / met grooten geweene
+
Haest u uuten slape / nu op te stane
+
Om u cleederen in dlammekens bloet te dwane
+
Op dat si mogen werden wit en reene
De Coninck der glorien / is worden cleene
+
Op dat hy ons / in sijn rijcke / soude waken groot
Hy roept ons tot hem alle ghemeene
+
Uut uwen sondighen weghen / haest u te scheene
+
Soeket kint van Bethleem / op sijn moeders schoot
+
Siet den jongen David van verwen root
+
Met bloede besprengt zijnde / vol pijnen swaer
+
Op dat ghy ontgaen moecht / des vyants poot
Wensch ick u Gods gratie / voor een nieu Jaer.
Doude slanghe / leyt nu onder de voete
+
De mensche heeft gratie / by God gevonden
+
Pays comt der rechtveerdicheyt / ooc te gemoete
+
Om dat wy van tserpents beet / souden crijge
n
boete
+
Heeft God eenen grooten medecijn gesonden
+
Die hem opten achsten dach / heeft laten wonden
+
Op dat ons wonden souden werden genesen
+
Met zijnen bloede / gratie niet om gronden
Om dat ons banden souden werden ontbonden
Heeft hem deeuwich woort / laten binden en vesen
+
Die metten vader is een God int wesen
+
Die is gheworden / een slave der slaven
+
Om dat wy Gods kinderen / souden werde
n
gepresen
+
Dalder rijckste arm / op dat hy ons by desen
+
Soude rijck maken / met zijnder haven
Hy heeft dorst gheleden / om dat hy ons soude laven
Uuter levender Fonteynen / springende claer
+
Op dat ghy hen moecht dancken / van zijnen gaven
Wensch ick u Gods gratie / voor een nieuwe Jaer.
[p. 119]
Loeft den nieuwen Heere met vrolijcker stemmen
+
Coemt alle tot hem / hoe seere benaut
+
Ghy sondaers die in welluste swemmen
+
Leert doch u quade begheerte temmen
+
Neemt waer gods gratie die in therte daut
Die Coninck doet roepen door zijnen Heraut
+
Comt ten Avontmale / alle dinc is bereet
Maer siet dat ghy in gods liefde niet en flaut
Oft anders wert ghy vanden Coninc besnaut
+
Als ghy wert vonden / sonder bruyloft cleet
Gods gratie streckt haer / over alle menschen breet
+
Sijnen wille is ons salicheyt / so Paulus spreeckt
En om die te vercrijgen / seyt hy ons bescheet
Weest simpel als Gods kindere
n
/ niet stuer oft wreet
+
Recht op u slappe knien / en u handen uutsteect
+
Op dat niemant der gratien gods en ghebreect
Die by Christum wil comen / moet hem volgen naer
+
Op dat ghy hier toe soudt wesen ghereckt
Wensch ick u gods gratie / voor een nieu Jaer.
Laet ons altesamen inden heere verhuegen
+
Sijn gratie / is nu alle menschen verthoont
+
Door de welcke wy alle dingen vermuegen
+
Want ons wercken / die uut ons selven niet en duege
n
+
Werden door de gratie gods verschoont
+
Door gods gratie werden wy Coningen ghecroont
+
En Priesters ghesalft / op dat wy souwen
+
Ons selven offeren / niemant u en hoont
+
Elck sal nae zijn wercken / werden gheloont
+
Te vergeefs wy in gods gratie betrouwen
+
Als wy Gods gheboden / niet en willen houwen
+
Sal in ons vruchtbrengen / treyn Godlijck saet
Wy moeten den acker onser herten bouwen
Door duechtlijcke wercken / en de sonden schouwen
Oft anders ghy Gods gratie / te vergeefs ontfaet
+
Hebt ghy gode lief / toonet metter daet
+
Seyt Joannes / hout zijn geboden een paer
+
Op dat ghy moecht leven naer desen raet
Wensch ick u Gods gratie voor een nieu jaer.
[p. 120]
Gods gratie leert ons hier / als vreemde gasten
+
Altijt na ons eeuwich vaderlant haken
+
Goddienstelijck leven / abstineren vasten
+
Niet leckerlijck voeden / ons stinckende basten
+
Waer altijt hemelsche dinghen smaken
+
De werelt versmaden / ons selven versaken
+
Ons passie sterven / ons vleesch castijen
+
Innichlijck suchten / bidden en waken
+
De duechden prijsen / en de sonden laken
Vrolijck in teghenspoet / god gebenedijen
+
Gods gratie leert ons vromelijck strijen
+
Sy helpt ons alle tentatien verwinnen
+
Gods gratie troost ons in alle tijen
+
Gods gratie doet ons herte besnijen
+
Sy doet ons oock ons vyanden beminnen
+
Sy leert ons God vreesen / en ons selven kinnen
+
Hebt ghi heymelijck ghedoolt / oft openbaer
Op dat ghy een nieu leven / moecht beginnen
+
Wensch ick u Gods gratie / voor een nieuwe Jaer.
PRINCE.
Besoect den nieuwen Coninck in u contemplatie
+
En begheert zijn gratie / dach ende nacht
+
Suyvert u herte / vernieut u conversatie
+
Niet ledich en laet in u zijn gods gratie
Arbeyt daermede / god wil hebben ghewracht
+
In sijnen wijngaert / want hy vruchten verwacht
+
Nu doet uus heeren bevel / als dienaers gehuldich
+
En als ghy alle zijn gheboden hebt volbracht
+
U selven voor onnutte knechten noch acht
Al vint ghy in u duechden / menichvuldich
Seght dat ick ghedaen hebbe / was ic te doe
n
schuldich
Al is Christus Jesus inde werelt gheboren
De doot voor ons ghestorven verduldich
Niet door ons wercken / uut liefden overtuldich
+
Nochtans heeft hy ons doen wy waren in gods tore
n
+
Als kinderen Gods / tot goede wercken vercoren
+
En om dat wy behoeven als Paulus seyt voorwaer
Sullen wy duecht doen / Gods gratie al voren
So wensch ick u dit al tsame
n
voor u nieuwe Jaer.
+
Tobie. 10.
+
Zacha. 9.
+
Luce. 2.
+
Psalm. 33
+
Canti. 3.
+
Luce. 2.
+
Roma. 13.
+
Apoca. 5.
+
Hebreo. 2
+
Matth. 11
+
Ezech. 33.
+
Esai. 55.
+
1 Reg. 16.
+
Esaie. 53.
+
Apoca. 12
+
Luce. 1.
+
Psal. 84.
+
Gene. 3.
+
Matth. 9.
+
Luce. 2.
+
Esaja. 53
+
Luce. 2.
+
Joann. 1.
+
Luce. 22.
+
Ephesi. 2.
+
2. Cor. 8.
+
Joann. 4.
+
Psal. 147
+
Psal. 33.
+
Job. 21.
+
Collo. 3.
+
Mat. 21.
+
Mat. 22.
+
Eccl. 42.
+
Phil. 2.
+
Hebr. 12.
+
Ma. 16.
+
Eza. 52.
+
Titu
m
. 2.
+
Phil. 4.
+
Esa. 64.
+
Ephe. 2.
+
Apoc. 5.
+
1 Pet. 2.
+
Rom. 11.
+
Mat. 16.
+
Matt. 7.
+
Jaco. 1.
+
1. Cor. 15
+
Joa
n
. 14
+
1 Joh. 2.
+
Psal. 119.
+
2 Cor. 5.
+
Titi. 2.
+
Rom. 13.
+
Collo. 3.
+
Marc. 8.
+
Collo. 3.
+
Luce. 21.
+
Jaco 1.
+
Ozee. 7.
+
Phil. 4.
+
2. Cor. 1.
+
Collo. 2.
+
Matt. 5.
+
Pro 1.
+
Eph. 4.
+
Joan. 16
+
2. Cor. 7.
+
1 Cor. 15.
+
Joan. 6
+
Mat. 22
+
Luce. 15
+
Luce. 17
+
Titu
m
. 3.
+
Ephe. 2.
+
Ephe. 1.