[p. 124]
Refereyn.
MEt den nieuwen jare / hoort wat ick vermane
Den dach is oppe / den nacht is verhaert
Tis nu tijt / uuten slape / op te stane
De gratie ons verlossers / is gheopenbaert
Een nieu licht / heeft de duysternisse verclaert
Den ouden onvrede is neder gheleyt
Die niet arbeyt // verlast zijn / met sonden beswaert
Haesten hen al tsamen te Bethleem waert
Daer der enghelen vreucht int cribbeken schreyt
Niet door ons wercke
n
maer uut grooter bermherticheyt
Heeft God zijnen sone / der werelt ghesonden
En uut liefden was de sone daer toe bereyt
Om ons levende te maken / soo Paulus seyt
Doen wy doot laghen / inde sonden verslonden
Va
n
der wet des doots heeft ons Cristus ontbo
n
den
Loeft hem alle monden / tis nu de huere
Verblijt inden heere / spijdt den helschen honden
Wert in Christo Jesu / een nieu creatuere.
Gods Sone / eeuwich als God vader almachtich
Die is nu voor ons een kindeken gheboren
Dwoort is vleesch / de maecht is werden drachtich
Ghelijck Ezayas / had geseyt te voren
God heeft ontsloten / der gratien tresoren
Hy roept ons ter bruyloft / uut allen landen
Door den ouden Adam waren wy verloren
Maer door Christum Jesum zijn wy vercoren
Gods Kinderen te heeten / die waren vyanden
Nu wy verlost zijn uut svyants tanden
Laet ons afwerpen / alle onreynicheyt
Wert vernieut door den geest / in u verstanden
Besidt u vaetken / in eeren / niet in schanden
Ghy zijt tempelen Gods / weet de certeynicheyt
Bedroeft Gods gheest niet / twaer groote cleynich
eyt
De sondighe kleynicheyt // elck nu afschuere
Achterclap / dronckenschap / en alle vileynicheyt
Wert in Christo Jesu / een nieu creatuere.
[p. 125]
Wilt van u worpen / u eertsche wandelinghe
Spreect voortane / de waerheyt / hebt ghy gelogen
En zijt rechtveerdich in u handelinge
Bedriecht niet meer / hebt ghy voortijts bedroghen
Donvruchtbaer wercken / die ghy hebt gheplogen
En pleecht nu niet meer / tis Paulus leere
Nae dat ghy den ouden mensch / hebt uutghetogen
Doet aen Jesum / Christum / en wilt u poghen
Door nieuwicheyt des geests / te dienen den Heere
Cruyst den ouden Adam / op dat duecht vermeere
Die de besmetheyt des weerelts / is ontvloden.
Niet weder totten ouden wercken en keere
Maer op dat elck God in zijn lichaem eere
Wilt de wercken der duysternissen heel uutroden
Ghiericheyt oncuyscheyt / tis dienst der afgoden
Zijt ghy Griecken oft Joden // wert hier af puere
Doot de wercke
n
des vleesch / wa
n
delt in Gods geboden
Wert in Christo Jesu / een nieu creatuere.
Den ouden deesem / moet afgebroemt // zijn
Ghiericheyt oncuyscheyt / en hooverdije
En laet oock onder u / niet meer genoemt // zijn
Overspel / dootslach / oft tyrannije
Teghen svleesch lusten / elck vromelijc strije
Weerstaet door tgeloove / des vyants schichten
Laet sonde in u hebben gheen heerscappije
Maer elck zijn herte / den heere besnije
Besnijt u ooghen / van ydelen ghesichten
Laet u voeten / van sondighe wegen swichten
Besnijdt u ooren / houdt u tonghe in bedwanghe
Wilt u handen / tot goeden wercken oprichten
Weest vreedsaem / en wilt malcanderen stichten
Niemant Gods gratie te vergheefs en ontfanghe
Hebt ghy in duysternissen ghewandelt dus lange
Weest niet meer ba
n
ge // maer vry van ghetruere
Loeft den nieuwen Heere / met nieuwen sanghe
Wert in Christo Jesu een nieu creatuere.
[p. 126]
PRINCE.
Brengt den nieuwen Coninck nieuwe gaven
Offert hem een nieu herte / hy is te vreden
Niet meer en wilt werden / des vyants slaven
Alsoo ghy gheweest hebt / in tijden voorleden
Vernieut u propoost / hebt ghy Gods wet overtreden
En in vernieuwinge / uus sins / wilt werde
n
hermaect
Neempt aen een nieu leven / leert den tijt besteden
Trect ane de wapenen / des lichts als heden
Vierich int gebedt / sober zijnde / waect
Rasch alle weerlijcke begeerten versaect
Alle bitterheyt / gramschap / en blasphematien
Als Gods kindere
n
/ weest simpel / alle boosh
eyt
staect
Neerstich int goet / dat ghy niet en wert gelaect
Noch berispt / onder de verkeerde natien
Arbeyt in Gods wijngaert / werct metter gratien
Vliet svyants tentatien / al werdet u suere
Ghy wert vervult / met geestelijcker consolatien
Wert in Christo Jesu / een nieu creatuere.