terug  begin  verderprepost
[p. 25]

Derde Brief.

Geliefde Zusje!

 
Dat dees brief
 
U met de veelgeëerde Vrinden
 
In goeden welstand moge vinden,
 
Zal ons hoogst dierbaar zijn en lief.
 
Ook kan ik anders niet verklaren,
 
Dan dat wij hier ook reedlijk varen.
 
 
 
Voorts, overmits, welhaast, de tijd,
 
Dat gij van ons afwezig zijt,
[p. 26]
 
Tot veertien dagen is verloopen;
 
Zo is het dat
 
Dit kleine blad
 
Geschikt is om U voor te dragen:
 
Dat op aanstaanden Saturdag,
 
Naar de afspraak, hier met U genomen,
 
(Indien hij 't eenigszins vermag)
 
Uw broeder, Jan, bij U zal komen,
 
Om 's andrendaags met u terug
 
Te keeren naar den maagren brug.
 
 
 
Doch, daar wij nog niet kunnen zeggen,
 
Of hij des ochtends, hier van daan,
 
Dan met de middagschuit zal gaan,
 
Hetgeen hij nog moet overleggen,
 
Wordt Tante uit Moeders naam verzocht,
 
Indien hij 's avonds Landen mocht;
 
(Waarop gij zeker staat kunt maken,
 
Ten zij hij 's morgens klaar kan raken,
[p. 27]
 
Wanneer hij, ongetwijfeld, al
 
Vroegtijdig, bij u wezen zal.)
 
Dat ze om hem van de schuit te halen,
 
Een kruier aan den steiger zend;
 
Dewijl hij anders licht zou dwalen;
 
Door dien, dat hij den weg niet kent.
 
 
 
Voor 't oovrig, moogt ge u diverteeren,
 
Zoo lang gij nog in Utrecht blijft;
 
En Tante en Nicht den groet offreeren
 
Van die zich hartlijk onderschrijft:
 
 
 
(Uit naam van Vader en van Moeder,
 
En verdre vrienden te gelijk,)
 
Uw teêrbeminde oudste Broeder,
 
Am. 14, 10, 1779.
 
(altoos dezelfde+) Bilderdijk.
[p. 28]



illustratie

+Altoos dezelfde, (Semper idem) was de Spreuk in Bilderdijks Geslachts - wapen.
v.B.
prepostterug  begin  verder