De dichtwerken van Bilderdijk. Deel 10


auteur: Willem Bilderdijk


bron: Willem Bilderdijk, De dichtwerken van Bilderdijk. Deel 10. A.C. Kruseman, Haarlem 1858


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

De dichtwerken van Bilderdijk. Deel 10

Willem Bilderdijk

bron

Willem Bilderdijk, De dichtwerken van Bilderdijk. Deel 10. A.C. Kruseman, Haarlem 1858

codering

DBNL-TEI 1

Wijze van coderen: standaard

dbnl-nr bild002dich11_01
logboek

- 2010-12-17 AD colofon toegevoegd

verantwoording

gebruikt exemplaar

eigen exemplaar dbnl

 

algemene opmerkingen

Dit bestand biedt, behoudens een aantal hierna te noemen ingrepen, een diplomatische weergave van De dichtwerken van Bilderdijk. Deel 10 van Willem Bilderdijk in de eerste druk uit 1858.

 

redactionele ingrepen

 

Bij de omzetting van de gebruikte bron naar deze publicatie in de dbnl is een aantal delen van de tekst niet overgenomen. Hieronder volgen de tekstgedeelten die wel in het origineel voorkomen maar hier uit de lopende tekst zijn weggelaten. Ook de blanco pagina's (p. π2, 2, 208, 472) zijn niet opgenomen in de lopende tekst.


[pagina π1]

DE DICHTWERKEN

 

VAN

 

BILDERDIJK.

 

X.


[pagina π3]

DE DICHTWERKEN

VAN

BILDERDIJK.

TIENDE DEEL.

HAARLEM,

A.C. KRUSEMAN.

1858.


[pagina π4]

Gedrukt bij A.C. Kruseman.


[pagina I]

INHOUD.

 

MINNE- EN HUWELIJKSLIEDEREN.

(vervolg.)


De appel Blz. 3.
't Minnenestjen Blz. 4.
De gouden eeuw Blz. 6.
Waarschouwing Blz. 9.
Wederhouding Blz. 12.
Anacreontisch zangstukjen Blz. 15.
Angeriaan aan Celia Blz. 16.
Aan Odilde, met mijne Verlustiging Blz. 20.
Aan Odilde, in andwoord Blz. 23.
Aan Odilde. Verschooning Blz. 25.
Verlangen Blz. 28.
Aan Odilde, ter verjaargety van hare zuster Blz. 32.
Angst Blz. 35.
Mijmering Blz. 37.
Aan mijne Odilde Blz. 39.
Bruiloftszang Blz. 40.
Aan mijne Odilde Blz. 46.
Op het afbeeldzel mijner Odilde Blz. 47.
Mijne Odilde Blz. 47.
Mijne Echtviering Blz. 48.
Odildes afbeelding Blz. 54.
Verrukking Blz. 54.
De vrouw Blz. 55.

 


[pagina II]


De winter Blz. 56.
Liefde Blz. 59.
Aan den Dichter Kinker Blz. 60.
Zelfbedrog Blz. 62.
Lentefeest Blz. 63.
Troost Blz. 67.
Zangstukjen Blz. 68.
Aan Gloorroos Blz. 69.
Stesichorus aan Glycere Blz. 70.
Theokles aan Neëra Blz. 71.
Aan Melitta Blz. 72.
Myrtalus aan Erotium Blz. 73.
Euforion aan Panarete Blz. 74.
Evagoras aan Kalyce Blz. 75.
Avondeenzaamheid Blz. 77.
Morgenwacht Blz. 78.
Aan Nerine, met een bloemruiker Blz. 79.
Aan Glycere Blz. 80.
Aan Filine, op hare schilderkunst Blz. 81.
Aan twee dichteressen, in andwoord Blz. 81.
Aan Elize Blz. 83.
Aan Lucinde Blz. 84.
Wenschen aan Betzy, op haar verjaarfeest Blz. 85.
Terpsion aan Eudoxe; met een gouden uurwerk Blz. 89.
Ode Blz. 90.
Aan Panarete Blz. 105.
Begeerte Blz. 106.
Medon aan Delia Blz. 107.
De ware kus Blz. 109.
De ruiker Blz. 111.
Aan Cinthia Blz. 122.

 


[pagina III]


Sulpitia aan hare Juno Blz. 123.
Lisis Blz. 124.
De appel Blz. 125.
Zy Blz. 126.
Geboortegroet Blz. 127.
Houwelyex-prent door Jacob Cats Blz. 129.
De verovering Blz. 132.
Aan Barine Blz. 134.
De eed der meisjens Blz. 135.
Vrouwenliefde Blz. 139.
Kasper van Baerle aan Tesselschade Roemers Blz. 141.
Op het oog van Tesselschade Roemers Blz. 142.
Op Tesselschades huis en tuin Blz. 146.
Op een zwartkoralen borstklis Blz. 150.
Op Lykoris afbeeldsel Blz. 151.
Winter Blz. 151.
Lente Blz. 152.
Herstelling Blz. 152.
Bruiloftsslotzang Blz. 153.
Godinnen Blz. 155.
De Bruiloftsdag Blz. 159.
De Dichter aan zijne bruid Blz. 172.
Herdergift Blz. 172.
Endymion Blz. 174.
De schoone aan de bron Blz. 178.
De Bruid Blz. 180.
Slangen Blz. 182.
Minnezang, voor muzyk Blz. 183.
Eens meisjens vraag Blz. 184.
Aan een sijsjen Blz. 186.
Erastes by 't verlies van Lizes hairlok Blz. 188.

 


[pagina IV]


Een zwaluw, briefbode Blz. 190.
Bruiloftszang by 't huwlijk van Pieter N - en Celia V - Blz. 191.
Grijsaarts liefde Blz. 193.
't Woord van een meisje Blz. 195.
By een slapende schoone Blz. 196.
Waarschouwing Blz. 197.
Oostersche minnebede Blz. 198.
De Sulamiet Blz. 198.
Grijzaarts bruiloftszang Blz. 204.

 

GELEGENHEIDSVERZEN.


Aan het taal- en dichtlievend genootschap, onder de zinspreuk: ‘Kunst wordt door arbeid verkregen’ Blz. 209.
Aan Jonkvrouwe Juliana Cornelia, Baronesse de Lannoy Blz. 212.
In den vriendenrol des Heere Mr. Laurens van Santen. Blz. 213.
In den vriendenrol van den Heere F. Dobbrauski Blz. 214.
Aanspraak aan het taal- en dichtlievend genootschap: ‘Kunst wordt door arbeid verkregen’ Blz. 215.
Den Weledelen Zeer Geleerden Heere Dr. J. Verschuur. Blz. 217.
Bij eene teekening, verbeeldende den Oorsprong der Schilderkonst [in de vriendenrol des schilders * * * Blz. 218.
Aan den Heer P.J. Uijlenbroek, in andwoord Blz. 219.
In den vriendenrol des Heeren J. de Stoppelaar. Blz. 220.
Aan de Bestuurders van het taal- en dichtlievend Genootschap: ‘Kunst wordt door arbeid verkregen’. Blz. 222.
Op de zinnebeeldige teekening van den invloed der Dichtkunste op het bestuur van den staat Blz. 223.

 


[pagina V]


Den Weledelen zeer Geleerden Heer Dr. J. Verschuur. Blz. 225.
Op het afbeeldsel van Jonkvrouwe J.C. de Lannoy Blz. 226.
Aan den Heer * * * Blz. 227.
Op het afsterven van den dichter Lucas Pater Blz. 229.
Aan de Bestuurders van het dichtlievend genootschap, onder de spreuk: ‘Kunstliefde spaart geen vlijt;’ Blz. 231.
By het ontvangen van den gouden eermunte Blz. 234.
Ter gedachtenisse van den dichter Hermanus Coster Blz. 237.
Reisgroet, aan * * * Blz. 238.
In den vriendenrol des Heeren Mr. R. van Spaan Blz. 240.
De Leydsche weezen aan de Burgery Blz. 241.
In den bondel van Lijkdichten op de dichteresse Cynthia Lenige Blz. 246.
Op den dood van Juliana Cornelia, Baronnesse de Lannoy Blz. 247.
Op de Rotterdamsche Kunstgenootschapsvergadering Blz. 251.
Troostzang Blz. 253.
In het stamboek van Jan Hendrik, Baron de Lannoy Blz. 256.
In den vriendenrol van den Heer J.W. Bussingh Blz. 257.
In den vriendenrol van den Heer J.W. Bussingh Blz. 257.
In den vriendenrol des Heeren J. de Kruijff Blz. 258.
In den vriendenrol des Heeren J.H. van der Palm Blz. 259.
Aan den Heer K. van der Palm Blz. 260.
Bruiloftszang Blz. 262.
Ter echtviering van den Weledelen Gestrengen Heeren Mr. C.F. Brand, en de Weledele Jonkv. B.H. Braad. Blz. 273.
In den vriendenrol van Ds. J. Scharp Blz. 277.
Grafschrift, te plaatsen op de tombe van Jonkv. Lannoy. Blz. 278.
Aan den Heer J.H. van der Palm Blz. 278.
In een' vriendenrol Blz. 272.
Aan Wichilde Blz. 280.
De Schrijver aan zijn werkjen Blz. 281.

 


[pagina VI]


Toewijding Blz. 282.
[Inleiding van een vers van B. eerste gade] Blz. 283.
By mijn Dochtertjens afbeelding Blz. 283.
Aan mijn Dochtertjen Blz. 284.
Wiegzang Blz. 289.
Aan mijne Egade Blz. 292.
Ter gedachtenis van mijn tweede Dochtertjen Blz. 296.
Op het graf van den Heere Bernardus de Bosch Blz. 301.
Grafschrift Blz. 302.
Aan een' vriend Blz. 302.
In den vriendenrol van Blz. 303.
By het lijk van mijn broeder Joannes Bilderdijk Blz. 304.
Aprilfeest Blz. 308.
By de afbeelding van den Heer de Monté Blz. 309.
By het lijk van mijn tweeden Zoontjen Blz. 310.
By de afbeelding van Ds. J. Scharp Blz. 311.
Den XXV April Blz. 311.
Aan den Heer Putman Blz. 315.
Aan Mevrouw * * * * * Blz. 316.
Op het afbeeldsel van F.A. de Hartog Blz. 318.
Nagedachtenis van mijn' zoontjen Ursinus Blz. 318.
Op mijner Egâ verjaring Blz. 320.
Opschrift, boven de deur der Haagsche Academie van Pictura Blz. 330.
Aan mijne Vrienden, in Amsterdam Blz. 330.
Toewijding van mijne ‘Urzijn en Valentijn’ Blz. 337.
Aan Zijne Excellentie J.C. Hartsinck Czn Blz. 340.
Op 't schip het Rendier Blz. 344.
Aan Miss Suada Blz. 345.
Aan Miss Suada, in andwoord Blz. 346.
Op de afbeelding van Mistress Schweickhardt Blz. 347.

 


[pagina VII]


Op de afbeelding van Miss Billah Blz. 348.
Aan Miss Schweickhardt in andwoord Blz. 348.
Aan Miss Billah, in andwoord Blz. 349.
All'amabilissima donna Catarina Guglelmina Schweickhardt Blz. 351.
Ter verjaring van den Heere Schweickhardt Blz. 352.
Op de afbeelding van den Kunstschilder Schweickhardt. Blz. 354.
Aan Jonkvrouwe * * * * * Blz. 355.
Thomas Morus Blz. 358.
Aan Mejufvrouwen S......... Blz. 361.
Bruiloftszang Blz. 362.
Op de afbeelding van Miss Chr....W..... Blz. 365.
Op de afbeelding van Miss A...Fr...E. - Blz. 366.
Aan...... Blz. 366.
A Mesdemoiselles Schweickhardt Blz. 367.
Aan...... Blz. 368.
Ten feestdisch van Mevrouwe * * * Blz. 370.
Genoegen Blz. 373.
Aan mijne Filumene, op haar geboortefeest Blz. 375.
Aan Mevrouw * * * * * * * * Blz. 377.
By 't verlies eens kinds, aan mijne Egade Blz. 378.
Geboortegroet Blz. 380.
Aan den Heer Jeronimo de Bosch Blz. 385.
Aan Nisa Blz. 388.
Bruiloftszang Blz. 389.
Aan mijne Filumene, op haar verjaring Blz. 393.
Aan mijne dierbaarste Blz. 396.
Aan Mevrouwe de Baronesse Bigot de Vilandric Blz. 402.
Vertrouwen Blz. 403.
De zucht eens vaders Blz. 405.
Verjaargroet Blz. 407.
Aan Mevrouw * * * op haar' verjaardag Blz. 408.

 


[pagina VIII]


Aan * * * by het overlijden van hare moeder Blz. 409.
Aan mijn Broeder Blz. 411.
In het stamboek eener Hollandsche dame Blz. 412.
Aan de Hollandsche Uitgewekenen in Brunswijk Blz. 413.
Echtheil Blz. 415.
Aan mijn' Broeder, in zijne vriendenrol Blz. 418.
Aan den Heer * * * met mijn' laatsten dichtbondel Blz. 419.
Met een roosjen, enz. Aan mijne Egade Blz. 420.
Berusting Blz. 424.
Op het afsterven van twee mijner kinderen Blz. 427.
Aan een Engelsch meisjen Blz. 431.
Aan een onbekenden vriend Blz. 435.
Aan mijne Ega, nog in Brunswijk zijnde Blz. 438.
Aan de Leydsche Afd. der Bataafsche Maatschappy Blz. 443.
* * * [Herinnering aan vroeg gestorven kroost] Blz. 446.
Op het afsterven van Dr. J. Verschuur Blz. 447.
By den dood van mijn jongste zoontjen Blz. 449.
By 't graf mijner kinderen Blz. 454.
In den vriendenrol van den Heere en Mr. K.F.F. Pestel. Blz. 456.
Aan mijne Egade, met een gouden borst-uurwerkjen Blz. 457.
Met een paar oorringen, verbeeldende harten Blz. 457.
* * * [Aan Mr. R.J. Schimmelpenninck] Blz. 458.
Aan 's lands Hoogeschool te Leyden. Opdracht van de ‘Ziekte der Geleerden’ Blz. 459.
Voorafspraak, by de voorlezing v.d. ‘Ziekte der Geleerden’. Blz. 462.
By de tweede voorlezing van mijne ‘Ziekte der Geleerden’. Blz. 464.
By de uitdeeling der Koninklijke prijzen van de Volksvlijt. Blz. 466.
Aan Mr. R.J. Schimmelpenninck Blz. 467.
Aan den Heer Jeronimo de Vries, in ziju vriendenrol. Blz. 469.
Aanteekeningen Blz. 471.