terug  begin  verderprepost

Zijn zoon

Aarnout

geboren te Gend, volgde hem in Holland en 't gantsche Burggraafschap op. ‘Zonder Keizer of Staten te kennen,’ zegt wagenaar (II Dl., bl. 128). Illud falsum, hoe ineptissimum [Het eerste is valsch; het andere overdwaas1].

De Friesen2 weigerden wederom hem te erkennen, en waren tot deze weêrspannigheid aangezet door den Bisschop Volckmar van Utrecht. In 993 borst dit tot een volstrekte oorlog uit. Nu viel er een vermaarde en bloedige slag te Winkel-

[p. 6]

made voor1. (In West-Friesland, waar 't dorp Winkel ligt, nabij Schagen), waarin men wil dat de Graaf omkwam. Echter doen anderen hem langer leven, omdat er een brief van hem is van het jaar 998. Kluit (ad ann. 993, not. 26) heeft beloofd te bewijzen, dat hij eerst in 1003 of 1004 gestorven is.

Zijn gemalin was Luitgarde, een zuster, niet (zoo de oude Kronijkschrijvers zeggen) van de Keizerinne Theofana (moeder van Otto III), maar van de Keizerin Kunegunde, gemalin van dezes zoon en opvolger Keizer Henrik. Dus wil het kluit, die echter ook hiervan het bewijs schuldig gebleven is2.

Hij liet drie zonen na:
Diederik, zijn opvolger in Holland.
Adelbert, " " in 't Burggraafschap.
en Sigfried (of Sicco; ook Sivaart) uit wien de
Teilingen en Brederoden.

1[Want er was toen geen zweem of denkbeeld van Staten].
2(Bestiales frisones! egm.) [die beestachtige Friesen!]
1aant.made als 't Engelsch meadow.
2Ook wagenaar, bl. 133, heeft dit gezien, die haar noemt, zuster van de gemalinne van Henrik II.
prepostterug  begin  verder