terug  begin  verderprepost

De vrijmetzelarij.

Der Signatstern, 5e Band. Berlyn, 1809. p. 111.

In 't begin van 1790 zond de groote Nationale Loge van Parijs een Manifest, door den Hertog van Orleans, als Grootmeester onderteekend, aan alle de Loges der voornaamste steden van Europa, waarbij zij die uitnoodigde en aanmaande de Fransche revolutie te ondersteunen, haar vrienden en verdedigers te verschaffen of aan te werven, en naar hare gelegenheid den geest van opstand zoo veel mogelijk te verbreiden. Dit stuk is ter kennisse van den Keizer en verscheiden Vorsten gekomen, en heeft vrij wat ondernemingen doen smeden, die toen in stilte onderdrukt of verijdeld zijn geworden. En vele niet erg denkende bedrogene mannen werden daarin verwikkeld.

 

Het Systema der stricte observantie in 't begin der 18de eeuw had 6 graden: te weten 3 boven de gewone; zijnde de 4de de Schotsche Meestergraad, de 5de het Noviciaat, en de 6de de Tempelheeren graad. Omtrent 1770 kwam er nog een 7de bij, die van Eques professus. En later nog een klericale tak, die zich met Natuurlijke en Godlijke Magie, Chemie, Alchymie enz. ophield.

Deze komen uit voor hunne afstamming van de Tempelheeren. - Zij verhalen 't dus:

‘In 1303 (melden zij) worden twee Ridders der orde

[p. 288]

bij hen, wegens eenige overtreding tegen de orde, ter straffe veroordeeld, die zij Noffodoi en Sqiin Florian noemen, en de laatsgenoemde verloor daar door zijne Commandery te Montfaucon. Beide wilden daar tegen hersteld worden, en vorderden dit van den Heirmeester a Monte Carmel, en als deze het afsloeg vermoorden zij hem op zijn landgoed bij Milanen, vloden naar Parijs en traden als beschuldigers tegen de orde op, waarop de geheele ondergang van dat lichaam volgde, en de Grootmeester Jacobus de Moley verbrand werd.

De Heirmeester van Auvergne, Pierre d' Aumont, ontvluchtte met twee Commandeurs en vijf Ridders, (om onbekend te zijn) in Metselaars gewaad; zij verborgen hun namen en noemden zich Maubignac, waaruit de leus mao-benac ontstaan zou zijn. - Op het eiland Mull tot Schotland behoorende, aangekomen zijnde, vonden zij daar den Grootmeester van Hamptoncourt, George Hasris met meer broederen en besloten onderling de orde voort te zetten. In 1312 hielden zij ten dien einde een Kapittel te Johannis, en Clermont werd Grootmeester door hen verkoren. Om zich onbekend en buiten ontdekking te houden, namen zij teekenen en herkenningswoorden aan, en noemden zich naar de Metselaars waarvan zij die ten deele ontleenden. In 1361 werd de residentie des Grootmeesters naar Aberdeen verlegd.’ (p. 177 sqq.)

Vrijmetselarij.

Volgens villers vindt men den naam in geene zekere echte bescheiden voor het jaar 1610.

Lessing, meent dat noch vrijmetzelaar noch Freemason voor de 18de eeuw gehoord zij.

[p. 289]

Hij meent, dat, de oorspronklijke naam Masoney zij; (niet van Maçon, Metzelaar, maar) van het Ang. Sax. mase, disch; en dat dit woord derhalve dischgezelschap, en zoo club of Societeit beteekent; zoo dat het dan daarin met de ronde tafel van Koning Arthur overeenkwam. Ook heeten vergaderplaatsen of afdeelingen der Tempelheeren Masoneys.

Zoodanig eene Masoney zou zich, na de vernietiging der orde tot aan het einde der 17de eeuw in Londen staande gehouden hebben, en vergaderd zijn in de nabijheid der Paulus-kerk. - Ook Christoffel Wren zou daar lid van geweest zijn, en zijn vlijtig bezoeken van die klub gedurende den dertigjarigen bouw dier kerk aanleiding gegeven hebben om haar voor Bouwkunstenaars te houden, en er Masonry van te maken.

 

‘Je pense que la première mesure de sévérité employée contre les Francs-Maçons en Europe, est celle, qui fut décrétée par la chambre du police de Châtelet de Paris, le Septembre 1732. Elle défendit aux Franes Maçons de se réunir, et condamna M. Chapelot à mille livres d'amende pour avoir souffert une assemblée maçonnique dans son domicile. La porte de sa maison fut murée pour six mois. Louis XV ordonna, que les Pairs de France et les autres Gentilhommes, qui avoient leurs entrées à la Cour, seroient dépouillés de cet honneur, s'il étoit prouvé qu'ils fussent membres de quelque loge maçonnique. Milord d'Harnouester, grand-maître des loges a Paris, ayant été obligé de quitter la France, convoqua une assemblée de Francs-Maçons, pour faire nommer son successeur. Louis XV qui en fut informé, dit, que, si le choix tombât sur un François il le ferait mettre à la Bastille. Malgré cette disposition du Roi, le Duc d'Antin fût elu, et il accepta la dignité

[p. 290]

de l'ordre. Non seulement la menace de Louis XV n'eût pas son effet; mais le Duc d'Antin étant mort, ce fut Louis de Bourbon, Prince de Conti, qui lui succéda en 1743, et l'on a vu en 1771, un autre Prince du Sang, Louis de Bourbon, Due de Chartres, nommé Chef du Grand-Orient.’

‘La même année 1737 le Gouvernement de Hollande défendit leurs assemblées etc.’

‘l'Elécteur Palatin du Rhin les défendait alors dans ses domaines: la resistance qu'il éprouva fût cause qu'il fit arrêter tous les Francs-Maçons, qui s'étaient assemblés à Manheim. - En Toscane ils avoient été proscrits; et Clemens XII établit à Florence un Inquisiteur, qui en fit mettre plusieurs en prison; mais François de Lorraine étant devenu grand Duc, les mit en liberté, s'en declara protecteur et fonda plusieurs Loges dans ses états.’ Llorente, Hist. de l'Inquisit. Vol. IV, p. 69, 70.

‘Il est constant que les initiations des Francs-Maçons sont commencés à étre remarquées en Angleterre sous le regne de Charles I qui perit sur l'échafaud en 1649. Les ennemis de Cromwel et du système Républicain établirent alors le grade de Grand-maître des loges d'Angieterre, pour préparer les esprits des Francs-Maçons au rétablissement de la Monarchie.- Le Roi Guillaume III fut Franc-Maçon, et malgré le changement de Dynastie sous George I, la Franc-Maçonnerie ne parut nullement suspecte en Angleterre.

Elle pénétra en France en 1723 et le Chevalier Ramsay établit une Loge particulière a Londres en 1728, en annonçant que la société avoit été fondée par Godefroy de Bouillon, Roi de Jérusalem, en 1099; conservée par les Chevaliers du Temple et apportée à Edinbonrg, où elle fut établie par le Roi Robert I (en

[p. 291]

1314), du vivant de quelques Chevaliers du Temple qui avoient échappé à la persecution du Roi de France. En 1729 elle pénétra en Irlande: La République de Hollande la reçut en 1731 et cette même année elle ouvrit ses premières Loges en Rùssie. Elle parut à Boston en Amérique en 1733, et dans plusieurs autres villes de ces colonies Angloises. Cette année fut aussi celle de son établissement dans plusieurs villes d'Italie et deux ans après il y eut des Francs-Maçons a Lisbonne.’ (Ald. p. 68).

‘Le Pape Clément XII par sa bulle in eminenti du IV kalend. Maji 1738, excommunia les Francs-Maçons; Et en consequence Philippe V fit publier en 1740 une ordonnance contre eux en Espagne. Un assez grand nombre fut arrêté et condamné aux galéres. Les Inquisiteurs s'en mêlèrent bientôt.- En 1739 le vicaire de Rome y mit la peine de mort. - Benoit XII renouvella la bulle de Clemens XII, en 1751 par la bulle Providas.- Ferdinand VI fit (la même anneé) publier une nouvelle ordonnance contre eux, qui les menaça d'être punis comme Criminels d'É tat an premier chef. - Charles III d'Espagne, alors Roi de Naples, défendit le même jour les réunions maçonniques, en les qualifiant dangereuses et suspectes.’ (Ald. p. 53, 54.)

‘Le Pape Pie VII les a défendus de nouveau en 1814.’

 

Men wil dat in 1811 een 33 graad van Franc Maçonnerie te Madrid gesticht wierd. (Ald. p. 146).

En, in 1808 in het Fransche kamp te Orense in Gallicie, een vrijmetselaars orde van mannen en vrouwen onder den naam van Philochoristen of dans-liefhebbers. (Ald. p. 146).

prepostterug  begin  verder