terug  begin  verderprepost
[p. 233]

Nalezing van bijvoegselen en ophelderingen.

II Deel.

Bladz. 116, r. 9: ‘Floris III.’

l. Dirk IV. (Zie boven bladz. 21.)

Bladz. 325: ‘Wil men de waarheid hooren - uit te sluiten.’

[Een kundig en door mij persoonlijk geächt recensent van dit Deel, heeft deze plaats ‘ann de overweging van allen aanbevolen, die in staat zijn er de juiste bedoeling van te raden’ (l. te beseffen). Men voege dan uit Bilderdijks nagelaten Godgel. Opstellen, II D. Bl. 109, deze plaats er bij: ‘De macht die der kerk vijandig was (de Romeinsche heerschappij, uit welke alle staatsgezag werklijk afstamt, en waarvan alle tegenwoordige oppermacht werkelijk een afzetsel, deel en voortbrengsel is) heeft zich met Konstantijn in den Tempel in Christus plaats gezet en daar God vervangen, en regeert er in, beide wereldlijk en geestelijk, en verlochent facto, Hem die de eenige heerscher in Hemel en aarde moet zijn. Maar thands, na over de Christenheid lang gescheurd te zijn, hereenigt zij zich in het zoogenaamde Heilig Verbond,’ enz.]

[p. 234]

Bladz. 345, r. 12 v. ond.: ‘wij mogen dit bij de celeres noti stellen.’

[Wat beteekent dit schampschot? - Het slaat niet op wagenaar; maar op den armen meerman, en verwijt hem een lelijken bok door hem geschoten bij grot. Vergel. der Gemeeneb. III D. bl. 229: 232 waar hij in 't fraai gedicht van grotius op den zeilwagen van Prins Maurits, den regel

 
Vela noti celeres non potuere sequi;

door wederkeerige verwisseling van subject en praedicaat aldus vertaalt - (men leze 't als een pentameter):

‘Ruiters van naam evenwel liet onze wagen terug.’

Als of het ware noti (i.e. celebres) Celeres (i.e. Equites; met eene harde metonymie, die ik geloof zonder voorbeeld te zijn): terwijl het vers gedrukt moest zijn: Vela Noti celeres etc. en beteekent: ‘Den snellen Westewind liet onze vaart terug!’ - Hetgeen reeds blijkbaar is uit den samenhang met den vorigen regel:

 
Amissos tepidi frustra quaesivimus Austros
 
Vela Noti celeres non potuere sequi.

Ook is in notus voor celeber, beroemd, de eerste sylbe lang. - De feil was, in der tijd reeds, met bedeesde bescheidenheid [door Prof. siegenbeek] aangewezen, in den Kunst- en Letter-bode van den 27 Mei 1803 (N. 23, bl. 360): maar ik moet bekennen de indicatie daarvan en dus de opheldering van dit gezegde van B. verschuldigd te zijn aan den geleerden Dichter hoeufft, door middel van zijnen en mijnen lettervriend, den Heer wap.

prepostterug  begin  verder