Wij hebben de geschiedenis onzes Vaderlands tot de alleraanmerklijkste epoque gebracht welke ooit eenige volkshistorie opleverde. - Wij hebben het Land uit de golven zien aanspoelen, zich vormen; door vluchtelingen en zwervers uit Noordelijke streken of uittochten en verhuizingen bevolken, door dapperheid tegen de Romeinsche overmacht, door vlijt en schranderheid tegen zee en stroomen verdedigen, groot, rijk en machtig worden. Wij zagen het in een verbloemde en zeer onbestemde afhanklijkheid van de Romeinen; wij zagen het een deel van de Fransche Monarchie, door vorsten uit het Fransche Koningsbloed geregeerd; bij verdeeling dier Monarchie aan het Duitsche Rijk verknocht, en onder de Graven van inlandsch bloed bloeiend, gelukkig en roemrijk zijn. Aan een minder doorluchtig Huis (dat van Henegouwen) vervallen en van dit aan een tak van dat van Beijeren, overgaan, en aan vele jammeren blootgesteld, waarvan wij tot nog de gevolgen gevoelen, tot de wijze en weldadige Regeering van den Bourgondischen Filip den Goede het tot het gelukkigste en (naar zijnen kleinen omvang tegen andere Rijken) vermogendste Land van Europa verhief. Eindelijk hebben wij den overgang tot het Huis van Oostenrijk gezien, en den waarlijk grooten Karel den
Vijfde onder zich alle de gewesten der Nederlanden vereenigen, gelukkig maken en tot den hoogsten bloei opvoeren waarin men tot nog een volk gekend had. Wij hebben dezen voortreflijken Vorst, een geboren Nederlander, en volmaakt Nederlander van inborst en aart, ten grave geleid, na alle zijne erflanden aan zijn eenigen zoon, Filip den tweede afgestaan te hebben met eene allerhartelijkste en vaderlijke aanbeveling van dezen Landaart, waaraan hij met geheel zijne ziel verknocht was.
Thans moeten wij de geschiedenis der gezamendlijke Nederlanden (door Filip den Goeden alreeds, zoo verre hij die bezat, onder ééne Regering vereenigd, en door Karel den Vijfden tot één lichaam, systema, of ζυνϑεσις van staten verbonden), van de dood van dezen grooten Vorst af, vervolgen en voortzetten; en dus, om het zoo uit te drukken, een geheel nieuw tooneel van geschiedenissen openen, niet alleen voor ons Land, maar geheel Europa, in hare toedracht-zelve, even zoo zeer als in hare gevolgen allergewichtigst.