Met derzelver prijzen1.
| Het Karakter van den Raad-Pensionaris jan de wit, en zijne factie, beschreven door den Graaf d' Estrades2, Eerste en origineele Druk, in 's Hage bij P. van Os | ƒ 0-11-0. |
| Tweede en Veranderde druk | ƒ 0-11-0. |
| Derde Druk, vermeerdert met eene breedvoerige voorreede3, in groot octavo | ƒ 0-12-0. |
| Het Egt en waar Karakter van den Heere Raad-Pensionaris johan de witt, getrokken uit de Brieven van den Grave d'Estrades4. Te Amsterd. bij J. Tirion | ƒ 0-10-0. |
| Ad Manes Violatos jani wittii: op de Geschonden Overblijfselen van jan de witt5 | ƒ 0-6-0. |
| - Aan de Geschonden Gedachtenisse van joan de witt | ƒ 0-6-0. |
| Op het Lasterschrift genaamt, Aan de geschonden Gedachtenissen van joan de witt, door J.T.6. Beneffens twee Schimp-Dichten op het zelve | ƒ 0-6-0. |
| Sententie gepronunciëerd en geëxecuteerd, op ende jegens Japik Tovenaar, Alias J.T.7 | ƒ 0-6-0. |
| Ad Manes Violatos jani wittii: Aan de Gehoonde Schim van joan de witt | ƒ 0-6-0. |
| Colloquium de scriptis et scriptoribus, Memoriam jani wittii (etc.), Lugduni Batavorum8 | ƒ 0-4-0. |
| Samenspraak over de Schriften en Schrijvers, van de Nagedachtenisse des Heeren joan de witt. Gedrukt te Leiden. | ƒ 0-4-0. |
| De Colloquio Amstelaedamensi, et amicae ejus responsiones Duae. Tweede Druk, vermeerdert met een Waarschouwing aan den eersten Uitgever9 | ƒ 0-4-0. |
| Vindiciae Philalethae Batavi: Philalethes Batavus, gehandhaafd en gewroken, door zijnen Leerling Pamphilus, Zoon van Cratinus | ƒ 0-4-0. |
| Philalethes Batavus, gewrooken, door deszelfs Leerling Pamphilus Gratinides | ƒ 0-4-0. |
| Philalethae Batavo, Manium wittianorum Vindici10: |
| Aan Philalethes Batavus, Wreeker van de Schimmen der de witten | ƒ 0-6-0. |
| Philalethae Batavo, etc. Aan Philalethes Batavus, Verdediger der Gedachtenisse van de witten. Waar achter gevoegd is eene tegenstelling van het Haagsche Punt-Dicht | ƒ 0-6-0. |
| Zeedige Beproeving van de voorgestelde Karakters, van den Raad-Pensionaris johan de witt, 's Hage bij P. van Os.11 | ƒ 0-14-0. |
| Lofbazuin, gevlogten om het hoofd van den doorluchtigen Samenstelder van de Zeedige Beproeving12 | ƒ 0-4-0. |
| Voorlooper, van een volgend onpartijdig Onderzoek, der zoogenaamde Zeedige beproeving; Tweede-Druk, vermeerdert met een Toegift13 | ƒ 0-8-0. |
| Het Waare Karakter van den Raad-Pensionaris de witt, en der Loevesteinsche Factie; door de Heer la Fargue14. In 's Hage bij M. Gaillard | ƒ 0-11-0. |
| De Zugt van den Heere Raad-Pensionaris johan de witt, tot zijn Vaderland en deszelfs Vrijheid. Te Leyden bij E. Luzac Junior15 | ƒ 0-16-0. |
| De Schim van Joan van Oldenbarneveld, aan Philalethes Batavus, Verdediger der Rampzalige Gedagtenisse van joan de witt, door C.C. Boëtius. Te Utrecht bij G.T. en A. van Paddenburg16 | ƒ 0-8-0. |
| Een Voorstander van Joan van Oldenbarneveld, aan C.C. Boëtius | ƒ 0-4-0. |
| Vrijmoedige Aanmerkingen over de Zeedige Beproeving, en Zugt. Te Amsterdam bij J. Tirion17 | ƒ 0-14-0. |
| Gepast Antuoord, op de Vrijmoedige Aanmerkingen. Te Utrecht bij G.T. en A. van Paddenburg | ƒ 0-15-0. |
| Brief, gericht aan den Ondersoeker van de Zugt. In 's Hage bij O. van Thol | ƒ 0-5-0. |
| Tweede Brief van de Heer la Fargue; waar in het waare Karakter van de witt, benevens dat van Oldenbarneveld. In 's Hage bij M. Gaillard | ƒ 0-9-0. |
| Het Pascha. Te Amsterdam bij Philippus Doorewaart18 | ƒ 0-3-0. |
| Philomusi Onomastigis, Elegia ad Mopsum. Glaucopoli, ex Officina Fratrum Satyricorum19 | ƒ 0-6-0. |
| Sententie van het Publyk, in het thans zweevende Verschil, over het Karakter van den Heere johan de witt. Te Dordrecht bij Jan Christiaanszoon.20 | ƒ 0-4-0. |
| Het Laatste Olyzel, voor de zoogenaamde Egte, Waare, Valsche en Wanschapen Karakters21. In 's Hage bij H. Bakhuizen | ƒ 0-10-0. |
| De Pace Reipublicae, et Unione servanda22. Trajecti ad Rhenum apud Henricum Spruyt | ƒ 0-4-0. |
| Opwekking aan de Nederlanders. Te Utrecht bij H. Spruyt | ƒ 0-4-0. |
| Twee Klink-Dichten op de Verschillen van dezen Tijd. Te Amsterdam bij T. Bliek | ƒ 0-3-0. |
| Geessel der Hedendaagsche Paskwillanten, Blij-spel; onder de zinspreuk: Feras, quae tuâ culpâ pateris23 | ƒ 0-12-0. |
| De welgegronde, rechtvaardige en wettige Klachte, der zeegepralende Leeuwendaalsche Maagd; Tweede Druk. Vermeerdert met een Lof-Dicht op hetzelve24 | ƒ 0-6-0. |
| Brief van Phileleutherus Glaucomastix, aan den geprivilegeerden Haagschen Karakter-Drukker Pieter van Os. Te Oudbatenburg, bij Claudius Civilis25. | ƒ 0-4-0. |
| De Witten Oorlog. In 's Hage bij M.F.L. Varon en H. Bakhuyzen26 | ƒ 0-4-0. |
| Het Edel-Wit van den Heere Mr. johan de witt. Te Amsteldam bij J. van Hoogstraten. | ƒ 0-4-0. |
| Vrije Gevoelens vervat in een zaaklijk Antwoord, aan den Schrijver van het Edel-Wit. In 's Hage bij H. Bakhuyzen | ƒ 0-4-0. |
| Carmen, olim ab Horatio scriptum in Cassium Severum; nunc repetitum in Auctorem duorum Libellorum Belgice scriptorum sub titulis; Zedige Beproeving, en Gepast Antwoord. Brutopoli, in aedibus Valeri Poplicolae, ad Aram Libertatis. | ƒ 0-6-0. |
| Het Oordeel over den Heere Raad-Pensionaris johan de witt. Te Leyden bij E. Luzac Junior27. | ƒ 1-5-0. |
| Marten van Roshems, Tweede Lofbazuin, gevlogten om het Hoofd der beroemde Heeren C.L. Schrijver van het Gepaste Antwoord, en A.V.K. Schrijver van de Zugt van, en het Oordeel over den Raadpensionaris j. de witt. | ƒ 0-6-0. |
| Het Karakter der Loevesteinsche Factie, nagespoort uit de Negociatiën van den Graaf d'Avaux28, ter bevestiging van het Karakter van den Raad-Pensionaris jan de witt en zijne Factie. In 's Hage bij P. van Os. | ƒ 1-2-0. |
| Brief van Vindex Patriae, aan het Vrijheid-minnend Publyk29. Te Utrecht bij G.T. en A. van Paddenburg. | ƒ 0-11-0. |
| Eerzuil opgerigt voor het Doorlugtige Huis van Oranje en Nassauw, ende al de schrijvers die uyt de Oude Geschiedenis van ons Landt desselfs bedekte Vijanden ontmomme. In 's Hage bij P. van Os. | ƒ 0-3-0. |
| J. Oudaan30, Spiegel der Tweedragt in de Nederlanden, Derde Druk, in groot octavo. | ƒ 0-6-0. |
| Brief van een Rentenier aan een Heer van de Regeering over het Stadhouderlijke Bewint. In 's Hage bij P. van Os. | ƒ 0-4-0.’ |
[Zoo ver die Tweede Lijst. Doch er is nog bij te voegen:
Philathetes aan Vindex Patriae, wegens den Brief van een Rentenier, - d. 24 Nov. 1757, 20 bl. gr. 8o.
Tweede Brief van de Rentenier. 's Hage bij P. van Os 1758. 29 bladz. gr. 8o.
De Triumf van den Raad-Pensionaris de witt en der Hollanderen, - met het Mandement van Apollo, - door de Heer La Fargue. In 's Hage bij M. Gaillard, 1757, 301 bladz.31.
Ernstige brief aan de zoogenaamde Heer La Fargue, geschreven ter occasie van deszelfs onlangs uitgegevene Blaauw-Boekje32 getituleert De Triumf enz.
Ad Celsissimum Gulielmum V Principem Juventutis. 4 pag. (geteekend C.V.33).
Samenspraak tusschen Prinslief en Dwingelant. - Waarin aangetoont word het nadeelige der Loevesteinsche Factie, en hoe raadzaam het is, zig van die Partij af te houden. In Digtmaat - door L.V.P. 1758, 31 bladz. groot 8o.
De Staatkunde der Hollanders, beschreeven door den Grave d'Avaux, onpartydig onderzocht, ter opheldering van de Vaderlandsche Historie en ter Verdeediging van het gedrag des Princen van Orange als Stadhouder, zedert den Jaare 1679 tot 1689. Door P.L.K. 68 bladz. gr. 8o.
Epicrisis of Oordeel der Onzijdigheid en Vaderlandminnende Eendracht, over de veelvuldige Twistschriften en Schrijveren, zoo voor, als tegen den Heere Raadpensionaris jan de witt, (d. 20 Maart 1758) 52 bl. gr. 8o34.]
‘ - La Fargue, die in zyn verarmde kluis, Uit trotschen overmoed zich zelv' den Heer durft noemen. Dus beeld zich de armoe in, in 't diep vervallen huis, enz.’Het valt echter ook Le Clercq hard aan, als eerste aanlegger van den twist; schimpt bl. 39-45 op Oudaen, die in zijne Spiegel der Tweedracht tot eendracht had willen vermanen, doch zelf de zijde van Oranje gekozen had, hij, die kort voor de verheffing van Prins Willem IV, met Oldenbarnevelds Stokje geschermd had: berispt ook bl. 30-32 Burman, wegens zijn vinnig gedicht; en bl. 32-34 Hemsterhuis, die in zijn Colloquium, Burman een zet had gegeven; enz. Eigenlijk evenwel predikt dit stuk eene eendracht en onzijdigheid, zoo als men ze ons sedert 1814, en vooral toen Bilderdyk, Da Costa, Van der Kemp enz., begonden te schrijven, voorhield; - d.i. om van Oranje geen goed, en van deszelfs tegenstenders geen kwaad te zeggen.]