Onder bild.'s papieren vind ik deze versjes, geschreven met eene hand die weinig jonger schijnt dan de bijgevoegde tijds-opgave: en daar ze aldus het eerst en naast behooren tot het in dit Deel behandelde tijdperk der Geschiedenis - (gelijk ook de burlesque Notulen van 't gebesoigneerde ter Vergadering der HH. Staten van Zeeland, en de Illustre ambassade van Jan Pr. van den Brande, Heere van Cleverskerke,) - meende ik ze hier wel te mogen opnemen als bladvulling.
L. 16 Dec. 1836. H.W.T.]