1(Bij mijn afschrift, Catal.
Musschenbr. L.B. Oct. 1827: p. 131. N. 84 fol. staat boven aan: ‘Hr. Ambs.
de Groot,
Rec. den 12 Jan. 1672,’ en in margine: ‘
Secreet: Omme den Heere
van der Hoolck.
(Zeker de beroemde Utrechtsche Burgemeester en medestichter der Utrechtsche
Hoogeschool.) Maar dit zegt niet, dat (zoo als het op dien Catal. heet) de
brief aan dezen gericht was. De ‘Mijnheer,’ aan wien de brief houdt, is
zeker de Griffier der Staten Generaal, die de officiele correspondentie met
de buitenlandsche Gezanten hield; van wier brieven dan, door de Commiesen
die elke Provincie in den Haag onderhield, afschriften gemaakt werden en
bezorgd aan de Gedeputeerden ter Staten Generaal uit de Staten der resp.
Provincien.)