terug  begin  verderprepost
[p. 286]

Ter plaatsvulling, deze vergeten

Nalezing bij het IX Deel.

Bladz. 209. ‘Het antwoord was’ - enz.

[Het geen hier gezegd wordt, is ingevolge den beroemden omstandigen Brief van den Ambassadeur p. de groot, van 8 Junij 1672; waarvan een tamelijk breed uittreksel is bij wagen. XIII D. bl. 464-468; maar die wel verdiende in eenige verzameling van authentieke stukken geheel uitgegeven te worden1.]

1(Bij mijn afschrift, Catal. Musschenbr. L.B. Oct. 1827: p. 131. N. 84 fol. staat boven aan: ‘Hr. Ambs. de Groot, Rec. den 12 Jan. 1672,’ en in margine: ‘Secreet: Omme den Heere van der Hoolck. (Zeker de beroemde Utrechtsche Burgemeester en medestichter der Utrechtsche Hoogeschool.) Maar dit zegt niet, dat (zoo als het op dien Catal. heet) de brief aan dezen gericht was. De ‘Mijnheer,’ aan wien de brief houdt, is zeker de Griffier der Staten Generaal, die de officiele correspondentie met de buitenlandsche Gezanten hield; van wier brieven dan, door de Commiesen die elke Provincie in den Haag onderhield, afschriften gemaakt werden en bezorgd aan de Gedeputeerden ter Staten Generaal uit de Staten der resp. Provincien.)
prepostterug  begin  verder