terug  begin  verderprepost

E.

Ebbe (Dubbele) in Julij 1672. X. 12, 207-212. XI. 272-274.
Ebertus (Adamus). V. 184.
Ebroïn, Frankisch hofmeester. I. 69 v.
Echte of ware lezing eener plaats. Z. Kritiek.
[p. 49]
Edelen. I. 108. (Z. Adel.). - Hunne rechten. 28. - Misnoegen der Nederlandsche Edelen tegen de regeering van Filip II en gevolgen daarvan. (Compromis, verbond, verzoekschriften enz. der Nederlandsche Edelen in 1566.) VI. 29, 45-80, 230, 235. - Vermindering van hun aanzien in de Nederlandsche Republiek. VII. 60, 173.
Eerste Edele in Zeeland. IX. 37, 38, 190. XI. 12.
Edelmogend Heer! (wan-titel). VI. 267. XI. 203.
Edict (Eeuwig) van Don Juan. VI. 201. - van J. de Witt. Z. op Eeuwig.
Edict van Nantes. Z. op N.
Eduard, Koning van Engeland. Misnoegen tusschen hem en Floris V, 1275. enz. II. 194. - Verlooft zijne dochter Elizabeth aan Jan, zoon van Graaf Floris. 200 v. - doet uitspraak in de erfopvolging der Schotsche kroon tegen Graaf Floris, 1292. 222-226. - Nieuw misnoegen, en daaruit verbond van Floris met Frankrijk, dat hem door bedrijf van Eduard ‘den dood doet’. 227-230. - Zijn gedrag na den moord van Graaf Floris. 274-286.
Eduard II, Koning (en zijne gemalin Isabella). III. 90.
Eduard III, zijn zoon, Koning van Engeland. III. 90. - Trouwt, 1328, Filippa, dochter van Graaf Willem III. 86, 89. - Verbindt zich tegen Frankrijk met de Nederlandsche Vorsten. 101-112. - Wordt Rijks-Vicaris. 112. - Welke aanspraak van erfenis hij nom. ux. maken kon na het overlijden van Graaf Willem IV. 129-131, - en hoe het daarmede ging. 203-207(*).
Eduard IV verbindt zich met Filip van Bourgondië. IV. 178. - Wordt uit zijn rijk verjaagd, 1470. 195. - Hersteld, 1471. 196 v. - Zijne betrekking met Karel den Stoute. 210 v. - Sterft, 1484. 247.
Eduard, Hertog van Gelderland, 1361(†). III. 201. - Trouwt, 1371, Katharina, dochter van onzen Hertog Albert. 202. - Scheidsman tusschen hem en den Bisschop van Utrecht. 207. - Sterft, 1371. 213: VII. 245.
[p. 50]
Edzard II Graaf van Oostfriesland, mengt zich in de zaken van Friesland en Groningen. IV. 316, 321, 326-330. V. 5-8, 11 v., 15 v.
Eed der Fransche Gereformeerden op de Dordsche Canones. VIII. 183.
Eed tegen het smokkelen. XI. 151 v., 252.
Eed van de ambtenaren enz. gevorderd in 1788. XII. 80. - In 1795. 102, 322-326.
Eem (rivier). I. 40.
Eenvoudig en zedig antwoord (enz.). Remonstrantsch geschrift, behandeld. VIII. 207-211.
Eenvoudig schuitpraetje tusschen een Hagenaer en een Rotterdammer(*), Anti-Wittiaansch pamflet van 1672. IX. 284 (enz.) aant.
Eerlijkheid (Hollandsche). X. 15.
Eest (d.i. bosch). I. 178 aant.
Eeuwig Edict, 1667. IX. 186. - Hoedanig afgeschaft ter Statenvergadering van Holland. 233-236, 297.
Effestucatio. VII. (180), 273.
Egbert, Markgraaf van Saxen, Graaf van Friesland. II. 36.
Egbert, Burggraaf te Groningen. II. 120 v.
Egge. Z. Hegge.
Eggert (Willem), Rijk koopman te Amsterdam, ondersteunt Hertog Albrecht met geld. IV. 5.(†)
Egil, Noormansch zeeplonderaar in Friesland, 943. II. 3. - IJslandsche legende over hem. 3-5.
Egmond (Hegmonde), oude Rhynsuitloop aldaar. I. 152.
Egmond. Kerk aldaar gebouwd en begiftigd door Graaf Diederik II. II. 1.
Egmond (Abdij te) door Graaf Diederik V gegeven aan den Bisschop van Utrecht, 1064. II. 25 v. - Door Diederik VI opgedragen aan den H. Petrus, 1138. 44. - De Graven van Holland waren Kloostergraven (Advocati Ecclesiae) van Egmond, geen Eigenaars dier Kerk of Abdij of harer goederen. XIII. 135-153. (tegen A. - T.)
[p. 51]
Egmond (Kronijk van). XIII. 127(*).
Egmond (Wouter van) onder Graaf Willem I. II. 94 v.
Egmond (Willem van). Z. Berwout.
Egmond (Jan van) onder Graaf Willem VI. IV. 41 v. - onder Jacoba van Beieren. 57 v. - onder Filip van Bourgondië. 110. - Zijn broeder Willem. Z. Ysselstein.
Egmond (Jan van) onder Maria van Bourgondië, 1479, en voorts onder Filip den Schoone. IV. 230, 234, 244. - Tot Graaf verheven en Stadhouder van Holland. 253. - Zijne bedrijven als zoodanig. 276 v., 287 v., 298, 313 v. - [Hij stierf in 1516, Wagen. IV. 402 v.]
Egmond (Karel van), Hertog van Gelderland. Z. Gelderland en Karel van Egmond.
Egmond (Lamoraal Graaf van). Wint den slag van St. Quentyn. VI. 9. - Dien van Grevelingen. 11 v. - Gijzelaar in Frankrijk. 13. - Stadhouder van Vlaanderen, en Artois. 15. - Onvergenoegd. 16. - Werkt tegen Granvelle. 28-34. - Reist naar Spanje tot den Koning, en keert terug met goede woorden. 39-43. - Zijn verder weifelend gedrag. 43 (enz.)-72. - Hij wordt vergeefs gewaarschuwd door Oranje. 78. - Gevangen genomen door Alva. 83. - Onthoofd. 95. Z. nog bl. 307.
Egmond (Zoon van Lamoraal). Zijn aanslag op Brussel voor Koning Filip, (1579). VII. 16, 229.
Egmond (Procopius Franciscus van). Protesteert tegen den vrede van Rijswijk (gelijk zijn vader, tegen dien te Nymegen en zijn grootvader tegen dien te Munster). X. 187, 188.
Ehrlehn, Irrlehn (leens-exspectative). III. 8, 9.
Eider (hage of hegge). I. 44 v.
Eilerschans, ingenomen door den Bisschop van Munster, (1663). IX. 141. - Hernomen door de Staten (1664). ald.
Eklektiken. - Vereeniging, 1776, oorsprong der Illuminaten. III. 292.
[p. 52]
Elburg. Z. Hattem.
Electiën, vrije Canonicale, door de Kapittelen of Kanunnikken. II..48. - Afgekeurd door Bild. 118.
Eleonore de Bourbon, Gemalin van Filip Willem van Oranje. VI. 249-252.
Elisabeth, Dochter van Filip den Schoone, geb. 1501. IV. 321. - Gemalin van Christiaan II van Denemarken, 1515. V. 12, 47. - Komt vluchten in Holland. 47. - (Hare dochter Christine. Z. bij Christiaan.)
Elisabeth, Dochter van Koning Eduard van Engeland, verloofd aan Jan, den zoon van Graaf Floris V. II. 200. - Trouwt hem, 275. en komt met hem hier te lande. ald. - Wacht na zijn overlijden hier vergeefs op hare douarie. 311. - Hertrouwt in Engeland, ald.
Elisabeth, Koning in van Engeland. Ten huwlijk gevraagd door Filip II. VI. 12. - Door Nederland om hulp aangezocht tegen Koning Filip. 121. - Te onrecht als eene groote vrouw geroemd. 124 v., 209. - Vooral besluiteloos. 121, 125. - doch hieraan het innemen van den Briel te danken. 125 v. - Hare verdere weifelingen in het verleenen van hulp aan de Nederlanden. 192, 194, 208. VII. 91(enz.)-99. - en in haar huwlijk met den Hertog van Anjou. VII. 43. - Toeleg om haar gevangen te nemen. VI. 225. - Hare verdere handelingen (en weifelingen) met de Nederlandsche Staten-Generaal. VII.104 v., 132 v., 141(enz.)-169(299), 180 v., 191. - Zij sterft, 1603. 200. - Haar oogmerk aangaande de Nederlanden. VIII. 1.
Elisabeth, Keizerin van Rusland. XII. 17.
St. Elizabeths-vloed. Z. Zuidhollandsche waard.
Eloquent (vroeger te Amsterdam). XI. 171.
Elzevier, Vroedschap en Kapitein der Burgerij te Rotterdam. XII. 59 v.
Emanuël Filibert. Z. Filibert.
Emanuël (Don) van Portugal, zoon van Don Antonio. VII. 50. - Trouwt Emilia van Nassau. 190. - Overlijdt, 1638. X. 298. - Zijn zoon Emanuël Felix, 1646. ald.
Emden. Toevluchtoord der Geuzen. VI. 78. - Beheerd door de Staten-Generaal. VII. 188. IX. 141. X. 187. (Z. verder Oostfriesland). - Afrikaansche Maatschappij aldaar opgericht,. X. 94. - Oost-Indische Maatschappij in 1751. XI. 156.
[p. 53]
Emigratie in Frankrijk in 1789 enz. XII. 93. - Der Nederlandsche patriotten in 1787. XII. 83, 95, 214-217, 229, 233 v. - Der Oranjelieden in 1795. XII. 104, 333-337. (Z. ook Uitgewekenen.)
Emigratie (Mijne) in Duitschland’ (enz.). Boekwerk van 1837 [niet 1802]. XII. 217 v., 233-236.
Emilia-van Nassau trouwt Don Emanuël van Portugal. VII. 190, 274. (XII. 367.) - Hare zonen maken mede aanspraak op de voogdij van den jongen Willem III. IX. 121 v.
Engeland en Engelsche staatszaken in betrekking tot Nederland - ten tijde van Filip van Bourgondië. IV. 161 v., 176 v. - Onder Karel den Stoute. 195 v. - Onder Maximiliaan en Filip den Schoone. 280, 309 v. - Onder Karel V.Z. Hendrik VIII. - Onder Filip II. VI. 114 v., 169 v. (Z. ook Elisabeth en Leicester.) - Onder Cromwel. Z. op C. - Onder Karel II. X. 73. (Z. ook Parlement.) - Onder onzen Willem III. 112 v., XI. 37 v. - in de XVIIIde eeuw. XII. 11, 18 v. - Retraite der Engelsche armee uit de Nederlanden in 1794 en 1795. 247-253. - Landingen in Engeland. Z. op Landingen. - Engelsche kerk. VIII. 188 v., 248 v. - Fransche modes in Engeland ingevoerd onder Karel II. IX. 286 v. - Engelsche koningstitel. XII. 109.
Engelschen. Hunne onkunde; I. 92. - Hunne domheid. XI. 37.
Engelbert van Nassau, Stadhouder van Vlaanderen onder Filip den Schoone. IV. 291 v.
Enkhuizen onder Hertog Aalbrecht. IV. 11. - Onder Jacoba. 102. - Verklaart zich voor Willem van Oranje, 1572. VI. 132. - Onlusten aldaar (in 1653). IX. 78-80. - Kerklijke twist aldaar. X. 68 v.
Enno Lodewyk, Vorst van Oostfriesland. IX. 141.
Entes (of Enthes), Watergeus. VI. 134. - Luitenant van Lumei, woest en wreed. 154, 160 v. - Belegert Groningen. VII. 24 v.
Episcopius [S.], Theol. Professor te Leiden, in plaats van Arminius en Vorstius, en hoofd van de Remonstranten op de Synode te Dordrecht. VIII. 19, 75, 89, 120, 196 v., 201, 206.
Episcopius [R.], te Amsterdam. VIII. 28.
Erasmus, Voorlooper der Kerkhervorming. V. 31. - Sterft in 1536. 102. (Z. ook nog III. 300 en VIII. 197.)
[p. 54]
Erflijkheid, is geen erfrecht. XIII. 135.
Erflijkheid in 't Stadhouderschap. Z. op S.
Erfopvolging in het Leen. I. 309 enz. IV. 124-128. 352 v. V. 106 v.
Erfopvolging van in onecht of uit overspel geboren kinderen. IV. 90.
Erfprins van Oranje [Koning Willem I]. Treedt in het huwlijk. XII. 84. - Trekt te velde tegen de Franschen. 98. - Zijn verblijf in Engeland. 104. - Zijne landing in Noord-Holland, 1799. 107, 108. (Z. ook 334 v.) - Betrekking met Buonaparte. 113. - Gevangen na den slag van Jena. 115 v. - Z. ook nog 340. - Zijn zoon [Koning Willem II], geboren. XII. 84, - en heet ook Lodewyk. 346. - Zijn kleinzoon [Koning Willem III] insgelijks, ald.
Ernestus Eremundus (Pseudonym Geschiedschrijver). VI. 235-240.
Ernst van Oostenryk, Landvoogd der Spaansche Nederlanden, 1594. VII. 184. - Sterft, 1595. ald.
Ernst Kasimir, Stadhouder van Groningen en Drenthe, 1625. VIII. 102.
Escovedo, Vertrouwde van Don Jan van Oostenrijk, in Spanje vermoord op last van Filip II. VI. 216.
Espinoy (Prinses van), verdedigt Doornik tegen Parma. VII. 42, 287.
Estrades (d'), Fransen afgezant bij den Staat. Z. over hem en zijne handelingen. VIII. 144. IX. 145-147, 159, 161, 182, 190, 208, 274, 287.
Etrurië, Koningrijk van, 1801. XII. 110 (118).
Etymologiseren (Misbruik van het). I. 57, 233.
Euangelische Godsdienst, wat die zij. VIII. 211.
Eudo, Hertog van Aquitaniën. I. 75 v.
Eugenius IV, Paus. IV. 111. - Afgezet. 112.
Eugenius (Prins) van Savoie, Keizerlijk Veldheer. IX. 200. XI. 27, 28, 42.
Eunuchen, staatzuchtig. XII. 25.
Europe vivante (l'). Zeldzaam boek van 1667. X. 283 v.
Eustatius (St.) door de Engelschen genomen. IX, 149. - Hernomen. 176.
[p. 55]
Everard (Graaf), vermoordt Godfried den Deen. I. 160.
Eversdyk, Burgemeester te Goes, 1692. X. 168.
Everstein (Slot) van de Arkels, veroverd en verbrand door Graaf Willem VI. IV. 30 v.
Evertszoon of Evertsen [Jan en Cornelis], Admiralen(*).IX. 57, 67. - Cornelis (Jr.) onder Willem III. X. 159, 160.
Evocatie. X. 254.
Evocando (Jus de non). V. 195. - Geschillen hierover onder Karel V. V. 119, 123 v. - onder Filip II. VI. 22, 84 v. VIII. 23, 41 v., 57. - onder Prins Willem II. IX. 15. - na Willem III. XI. 206.
Ewouts, slaat een Spaansche vloot (1572). VI. 137.
Excellentie, titel. VIII. 153.
Excijnsen. Z. Accijnsen.
Exercitie-Genootschappen. Z. Vrijcorpsen.
Exploicten (Valsche). XI. 188, 251.
Exspectatief van Leen. III. 9.
Extract uit de Resolutiën van het geheim Commité (enz.)’ Schimpschrift van 1794. XII. 255-257. - ‘Extract uit een brief van Parijs.’ Vlugblad van 1794. 257-259.
Ezechiel IX. 4. in de overzetting der LXX geëmendeerd. III. 282.

(*)Bild. bl. 203 vangt dus aan: ‘Intusschen bestond de bullebak van Eduards aanspraken nog.’ Men moet wel opletten dat deze Eduard niet is die van bl. 201 v., maar een andere vroegere van bl. 130 v.
(†)1561 is drukfout.
(*)Amsterdammer is schrijffout.
(†)(Het aldaar nader over hem beloofde is achtergebleven.)
(*)In de aanhaling dezer Kronijk, ald. bl. 144, is een zinstoorende drukfeil ingeslopen. § ‘ Doch het’ (reg. 8-13 van de bl.) is die Kronijk driemaal aangehaald ‘Kap. XXIV’, maar de tweede maal moet dit zijn XXVI; en er moet gelezen worden: ‘het zeer duidelijk bewijs uit Kap. XXVI aangaande het jaar 1174.’
(*)Uit Bilderdijk's. verhalen., dáár hij de vóórnamen verzwijgt, kan men dit edel broederpaar niet onderscheiden. Men moet dus hiertoe Wagenaar nazien; doch, over dit geheel roemrijk geslacht van zeehoofden, vooral de Geschiedenis van het Nederlandsche Zeewezen van Jhr. Mr. J.C. de Jonge, of wel de voortreflijke monographie van denzelfden.
prepostterug  begin  verder