terug  begin  verderprepost

H.

Haag (Den). Haagsche Disputatiën. VII. 62. - Conferentie. VIII. 17, 204 v. - Correspondentie. VIII. 27. - Plan om die plaats te overrompelen, na 1795. XII. 298 v.
[p. 80]
Haamstede (Witte van). Z. op Witte.
Haan (de), Pensionaris van Haarlem. VIII. 46.
Haan (de), Zeevoogd. IX. 153.
Haar (van der), Heelmeester te Amsterdam. XI. 186.
Haarlem. Naams oorsprong. I. 341. - Haarlemmer wapenfeit te Damiate, stads-wapen, en Damiater klokjes. II. 61-63, 326-330. - Het Stadhuis aldaar gebouwd door Graaf (Koning) Willem II. II. 154. - Belegerd door de Kennemers. IV. 101. - Hoeksche onlusten aldaar. 149 v. - Belegerd en ingenomen door Fredrik d'Alva. VI. 155-160. - De Hervormde Godsdienst met geweld hersteld. 211. - Barneveldsch. VIII. 46 v. - Verklaart zich voor Willem III. IX. 81 en 228. - Opschudding aldaar in 1672. X. 34. - in 1748. XI. 128, 151. - Verschil met de Prinses Gouvernante over de Regeeringskeuze. XII. 8-10. - Begunstigd door Frankrijk, 1779. XII. 149.
Haarlemmer-meir (Droogmaking van de). I. 35. XII. 320.
Haas (de), Burgemeester van Amsterdam. (VIII. 109.) IX. 302 v. (XI. 181.)
Haben, have, haven. IV. 366. - Habsburg (Habichsburg). ald.
Hadewich, Erfdochter van Richem, ten huwlijk begeerd door Floris den Zwarte van-Holland (of Friesland), doch door hare voogden geweigerd. II. 41 v.
Hadriaan VI, Paus. Z. Adriaan.
Haemstede (Witte van). Z. op W.
Haersolte (Assuerus van) in Overijssel, Raadsman van Prins Frederik Hendrik. X. 309.
Haersolte (Rutger van). Geschil over zijne aanstelling tot Drost van Twenthe in Overijssel. IX. 102-105.
Hagedissen (Hoogd. Eidechse). I. 44.
Hagedoorn, Wijnkooper te Rotterdam. XI. 152.
Hagenbach (Pieter), Gouverneur van wege Karel den Stoute aan den Rhyn. IV. 209 v.
Hagestein, Utrechtsch roofslot. III. 95. - Op de Arkels veroverd door Graaf Willem VI en verbrand. IV. 30 v.
Hahn, Hollandsch Staatsman. XII. 101, 310.
Hair (lang en kort). V. 236.
[p. 81]
Hairen op snaren zetten. IV. 368.
Hakem, en zijne Academie of Loge te Cairo, in de elfde eeuw. III. 270, 283.
Hakkius of Hackius, oproerig Predikant. VII. 112, 153.
Halbertsma (J.H.), Zijn werk over de van Harens. XI. 236.
Halewyn (C. Teerestein van). Geschil over zijne verkiezing in den Oud-Raad te Dordrecht. X. 153 v.
Halewyn, Oud-Burgemeester van Dordrecht. Zijne heimelijke onderhandeling met Frankrijk. X. 169 v., 276-278.
Halewyn (een ander), Pensionaris van Dordrecht, anti-Stadhoudersch. XI. 115.
Hallink, Burgemeester te Dordrecht, 1672. X. 34.
Halm (Overgifte met den). VII. 180, 273. Z. Effestucatio.
Halmael (Mr. A. van). V. 237-240. VII. 274. XI. 261 v., XIII. 189-193.
Ham (Meinard van). Z. Dam.
Hamaker (Prof.), Over Damiate. II. 111, 327 v.
Hamburg. I. 39.
Hamburger Choor te Amsterdam. V. 161, 199.
Hamel (van), Advocaat in 's Hage. Zijne aanspraak aan Prins Willem V, 1760. VIII. 163, 246. XII. 27, 143.
Hamer. Z. Strijdhamer.
Hamer (der Vrijmetselaars). III. 282.
Hammer (von). Zijne beschuldiging der Tempelieren. III. 268-287. [Doch z. 300, 301 v.]
Hammes (Nic. de), Wapenkoning der Guldevlies-orde, ijveraar voor het Compromis der Edelen. VI. 46.
Handeling over vrede of bestand. VII. 204-220.
Handschoen. Z. Vergiftiging.
Hanover (naams-afleiding). I. 39. - Door het Engelsch Ministerie overgelaten aan Frankrijk. XII. 110 v. - Geëigend door Pruissen. 113.
Hanoversche Erfopvolging tot den troon van Engeland. X. 167. XI. 49. (Z. George I.)
Hans-ee, Hansé-steden. IV. 113, 350 v. Z. Oosterlingen.
Hardbert, Bisschop van Utrecht. Z Herbert.
[p. 82]
Harde, harre, landstreek. I. 341.
Harderwyk (Do. Is. van), Over de beruchte rechtspraak van Karel den Stoute. IV. 359.
Haren (Jonkh. Willem van). X. 182. - De jongere (de Dichter). XI. 87, 109, 236.
Haren (O.Z. van). Zijne Geuzen. VI. 257. - Zijn brief over Joh. de Witt. X. 246. - Hij gelaakt door Graaf W. Bentinck. XI. 250. - Zijne lijkrede op Willem IV. 284. (Z. ook J.H. Halbertsma.)
Hariadan. Z. Barbarossa.
Haringnet, haringbuizen, haringkaken. IV. 112, 349.
Haringvisscherij. V. 124. - Verloopen in de 18e eeuw. XI. 157.
Harius (Ever.), Leermeester van Philip Willem van Oranje. X. 301.
Harley, (Lord Oxford), Engelsch Staatsman onder Koningin Anna. XI. 38.
Harmonie (Voorslag van J. de Witt.) IX. 106 v.
Harris, Engelsch gezant in Nederland [naderhand Lord Malmesbury]. XII. 221.
Hartevelt, te Leiden. XII. 63.
Hasselaar (Kenau). Z. op K.
Hasselt (G. van), Over de apologie van Prins Willem I. VIII. 298-300.
Hattem en Elburg. XII. 71, 198.
Havezate. I. 327.
Haze (de), Hollandsch Scheepsvoogd. Sneuvelt, 1672. IX. 213.
Heekerens en Bronkhorsten in Gelderland. I. 239 v. III. 201 v., 213 v. VII. 245.
Heeckeren (van). Z. Zuideras.
Heelu (Jan van). II. 201 (aant. 3)., 344.
Heemskerk. Slot gebouwd door Koning Willem tegen de Friezen. II. 151, 169. - Bezet door de Kabeljaauwschen onder Hertog Albrecht. III. 196, - doch bemachtigd voor hem. 197.
Heemskerk (Gerard van). Voornaam Hoeksch Edelman onder Hertog Albrecht. III. 148, 197. - Een latere, Kabeljaauwsch. IV. 65.
[p. 83]
Heemskerk (Admiraal van). Zijn tocht naar Gibraltar. VII. 207 (277).
Heemstede (Jan van), Hoeksch Edelman, verzet zich tegen Hertog Jan van Beieren. IV. 72. - Verzoent met hem. 74.
Heere-diensten (niet feudaal). I. 314.
Heergewaad (laudemium). I. 306.
Heerkens (G.N.), Latijnsch Dichter te (Groningen. VIII. 256-260. X. 344.
Heerlijkheden (hooge, lage, vrije). I. 326.
Heerlijkheden in Holland. XI. 249.
Hegge, tak van den Rhyn. I. 152, 185, 186.
Hegmonde (Egmond). I. 152.
Heidanus. Z. op Heydanus.
Heidelberg levert de eerste Professoren aan Leiden. VI. 178.
Heilige verbonden beschimpt door B. VI. 152 (aant.) XII. 118.
Heiligerlee (Slag bij), 1568. VI. 101, 256, VIII. 254 v.
Heim (van der), Raadpensionaris, 1736. XI. 78. - Sterft, 1746. 108.
Heinsius (Ant.). Gezant in Frankrijk. X. 99. - Raadpensionaris, 1689. 182. - B's oordeel over hem. XI. 22, 47. - Zijn invloed na den dood van Willem III. 22-24, 34. - Hij sterft, 1720. Z. nog over hem XI. 212, 215, 219 v., 233, 285.
Hel in roeren (De).’ Anti-Wittiaansch schimpschrift van 1672. X. 245.
Helling (Kolonel), sneuvelt voor Amsterdam. VI. 207.
Hellenus, rechtzinnig Predikant te Alkmaar. VIII. 190.
Helmers, Dichter. I. iv.
Helsche pijnigingen. Voorstellingen, derzelve. X. 245.
Helu (J. van). Z. boven Heelu.
Helvetius (J.F.), Philosoof, voorspelt het treurig uiteinde der De Witten. X. 243.
Hemert (Turk, Heer van), Gouverneur van Grave. Onthalsd wegens voorbarige overgave. VII. 107.
Hemming, Deensch vorst, 812. I. 100. - Een ander, zoon van Heriold. 101.
[p. 84]
Hemsterhuis (Tib.). IX. 255. X 338.
Hendenesse, Hedenisse, Heidensee. I. 229 v.
Hendrik II, Keizer, (de Vogelaar). Weêrstaat de Hunnen. II. 2. - Bedwingt de Friezen. 6. - Zijne gemalin, ald. - Hij overlijdt, 1024. 18.
Hendrik III. - Beoorloogt Graaf Diederik IV in 1046. II. 19 v. - Moet aftrekken. 20. - Schenkt Drenthe aan Utrecht, 1046. 45. - Overlijdt, 1056. 22.
Hendrik IV. - Oorlog op zijn naam gevoerd. II. 22. en Giftbrieven op zijn naam gegeven, in zijne minderjarigheid, 24-28. - Overlijdt 1106(*), 33, 34.
Hendrik V. - Doet afstand van het recht om Bisschoppen aan te stellen, 1122. II. 48. - Oorloogt in deze landen. 24, 38. - Sterft, 1125. ald.
Hendrik VI. - Doet uitspraak in het geschil over de Veluwe, 1191. II. 64. - Handhaaft den tol te Geervliet. 65. - Geeft het bewind over het vacerend Utrecht aan Graaf Diederik VII. 1196. 69. - Sterft, 1197. 70.
Hendrik van Thuringen, gekozen Keizer, 1246; doch overlijdt. II. 129.
Hendrik (van Vianden), aangevallen door de Heeren van Amstel en Woerden, overwint ze, en voert ze aan zijn paard gebonden binnen Utrecht. II. 149 v.
Hendrik VII, Keizer. Tracht de Graven van Holland en Vlaanderen te bevredigen, 1309. III. 77.
Hendrik, Graaf van Gelder, in oorlog met Graaf Floris V. II. 53 v.
Hendrik de Krane, Heer van de Kuinder. Z. Kuinder.
Hendrik IV, Koning van Engeland. Verbindt zich met de Friezen tegen Hertog Albrecht. IV. 17, - met Graaf Willem VI. 35.
Hendrik V, Koning van Engeland. IV. 129 v. - Trouwt Katharina van Frankrijk, 1420. 129. - Sterft, 1422. 130.
Hendrik VI, Koning van Engeland, 1422. IV. 130. - Uitgeroepen als Koning van Frankrijk. ald. - Afgezet zelfs als Koning van Engeland, 1461. 176 v. - Hersteld, 1470. 195 v. - Weêr onttroond en gedood, 1471. 197.
[p. 85]
Hendrik VII, Koning van Engeland, 1485. IV. 280. - Verbindt zich met Maximiliaan en Filip den Schoone. ald. - Wederom. 286. - Wederom. 305. - Ontfangt Filip den Schoone, doch tot diens nadeel. 332 v. - Sterft, 1511. V. 4.
Hendrik VIII, Koning van Engeland. V. 5.(*). - Eerst vriend van Karel V. 10, 24, 32, 33, 35. - Wordt hem nijdig en vijandig. 40 v, 57, 65 (242), 68, 80. - Zijne zes vrouwen, 65. - Hij verbindt zich weêr met Karel V, doch weifelt. 140-142. - Sterft, 1547. 143. - Voert het in, eene wettige vorstin op het schavot te doen sneven. XII. 194.
Hendrik II, Koning van Frankrijk. Komt tot de kroon, 1547. V. 143. - Vijandig aan Karel V. 162, 163. - Oorlog. 166 v. - Bestand. 167. - Oorlog tegen Filip II. VI. 8-12. - Vrede. 12. - Sterft. (1559). 13.
Hendrik III, Koning van Frankrijk. Durft de Nederlanden niet aanvaarden. VI. 193. - Wederom niet. VII. 90. - Wordt vermoord, 1589. 178.
Hendrik IV, Koning van Frankrijk. Gelaakt. I. 322. - Nog Koning van Navarre wil hij de Nederlanden wel aanvaarden. VI. 193. VII. 290. - Zijne behandeling van Filip Willem van Oranje. VI. 248-250. - Komt tot de regeering. 178. - Heeft onderstand noodig van de Staten. 180, 183 v. - Wordt Roomsch. 184. - Sluit een verbond met de Staten. 189, 190 v. - Tracht Nederland onder zijne macht of althans onder zijnen invloed te krijgen. 207 (enz.). VIII. 2-6. - Wordt vermoord, 1610, 6. - Z. nog over hem. XIII. 203.
Hendrik van Beieren, Bisschop van Utrecht, 1525. V. 38, 58. - Doet afstand van het gebied ten behoeve van Karel V, 1527. 58.
Hendrik van Brederode. Z. bij de Brederodes.
Hendrik Frederik (Prins). VII. 200, 276. Z. voorts Frederik Hendrik.
Hendrik Kasimir, Graaf van Nassau, Stadhouder van Friesland. Sneuvelt, 1640. VIII. 146.
Hendrik Kasimir II, Stadhouder van Friesland in 1664. IX. 140. - Van Groningen en Drenthe, 1675. X. 60.
[p. 86]
Henegouwen. Naams-afleiding. III. 2. - Min aanzienlijk dan Holland in het begin der 14de eeuw. ald. en 219. - Biedt wederstand aan Hertog Aalbrecht tegen Friesland. IV. 11.
Henegouwen (Jan van Avennes, Graaf van), Zoon van Aleid, zuster van Koning Willem. Komt tot de regeering. II. 176. - Twist met Wyt van Vlaanderen. 176 v. - Heeft het oog op Holland. 189, 191. - III. 7-13. - Mengt zich in het bewind over Holland, na den moord van Graaf Floris V. 262, 267-280. - Trekt weèr het land uit. 280. - (Zijn zoon Jan. Z, Jan, Graaf van Oostervant.) - Zijn broeder Guy. Z. op Guy.) - Hij berokkent den ondergang van Wolf. van Borselen. 301. - Wordt daarna weder in het land geroepen. 302. - Wordt door Graaf Jan I tot voogd aangenomen. 304. - Is bij diens overlijden afwezig. Z. voorts Jan II (Graaf).
Herbaren. Zie René.
Herbert of Hardbert, Bisschop van Utrecht. II. 47. - Overlijdt, 1150. 47. - Zijne broeders. 45, en hunne kinderen. Z. op Seppenroden.
Herbert, Gezant van Koningin Elisabeth van Engeland. VII. 155.
Herbert, Engelsch Admiraal, 1688. X. 140.
Herberts (Herman), Pred. te Hoorn. VIII. 200.
Hercules Magusanus. I. 31. XIII. 101.
Herdoopers. V. 80-92. (Z. ook Amsterdam, Mennoniten, en Munster.)
Heriold, Deensch vorst, hier te lande gevestigd door Keizer Lodewijk in 826. I. 100 v. - Eigenlijk aan te merken als Hertog. 162 v. - Omgebracht. 148.
Herman. Hermans-zuil. I. 294.
Herman, Bisschop van Utrecht. II. 49.
Herman van Woerden. Z. op W.
Hermegiskel. I. 62. XIII. 107.
l'Hermite (Jacques). Zijn Passetemps. VII. 275.
Hertogen. I. 106 v., 115, 163-166, 331. Z. Dux. Herulen. I. 56, 290.
's Hertogenbosch. VII. 16. - Ingenomen door Frederik Hendrik. VIII. 124. IX. 304.
[p. 87]
Hervormde geloofsbelijdenis of confessie. VIII. 10. - Kerk. VII. 111, 230. IX. 327. - In B's tijd geheel doordrongen van Arminianery. VIII. 121.
Hervormde Religie. Z. Gereformeerde.
Hervorming (Opkomst en voortgang der) in Nederland. V. 30 v., 80. - Karel V, een tegenstander derzelve. 94-96.
Herwynen (Ambr. van). IV. 18.
Hespe. XII. 65.
Hess (in den Haag). XII. 64, 67 v.
Hessels, Lid van den Bloedraad. VI. 88, 241.
Hessen (Filip, Landgraaf van). V. 143, 146 v., 150, 165.
Hessen-Homburg (Prins van), Bevelhebber der Munstersche troepen. IX. 165.
Hessen-Cassel (Landgraaf van). XII. 223.
Hettema (Jr. Mr. M.), geleerde Fries. XIII. 109, 187 v., 210 v.
Heukelum, komt aan Holland. IV. 185.
Heusde (J.A.C. van), Over Willem Lodewijk van Nassau. VII. 288.
Heusden. Eerst leen van Kleef, daarna van Holland, eindelijk van Brabant. II. 259, 260, 347. XIII. 170. - Met Holland onafscheidelijk (!) vereenigd. III. 178 v., 257.
Heusden (Heeren van). II. 186. (Z. ook Van der Sluis). III. 224 v. - Of de Heer van Heusden (Jan VII) gedeeld hebbe in de samenzwering tegen Graaf Floris V. ald. - Hun wapen. III. 224. - Geslachten uit dit Huis gesproten. XIII. 172.
Heuvell (Mr. H.H. van den), Utrechtsch Staatsman. Z. over hem. XII. 162 v.
Heydanus, Prof. Theol. te Leiden. Afgezet. X. 70.
Heyden (van), Admiraal. XII. 298.
Hierges, Spaansch Bevelhebber. VI. 187, 190, 203.
Hildegaarde, Vrouw van Graaf Diederik II. Z. op zijn artikel.
Hilken. Verdrinkt met Johan Willem Friso. XI. 47, 219.
Hinderdam. IX. 193 aant.
Hiram (bij de Vrij metselaars). III. 247 v.
Historie VII. 106. (Z. verder Geschiedenis). - Over de Fransche Histoire générale des Provinces Unies. Z. Sellius.
[p. 88]
Hochstelt. (Veldslag van) XI. 25.
Hoeksche en Kabeljaauwsche twisten. Derzelver oorsprong (en over de namen en kleuren). III. 156, 160-167. - Eerste twisten onder Willem V en Margaretha. 159, 169. - Amnestie voor de verdreven Hoekschen. 176. - Albrecht is den Hoekschen genegen, 195. - doch dit verandert door zijne betrekking op Aleid van Poelgeest: die door de Hoekschen vermoord wordt. IV. 3, 4. - Zij moeten 't land ruimen. 4-6. - Komen terug en hernemen hun invloed. 11. - Nieuwe opschuddingen onder Graaf Willem VI. 27 v. - Maken zich voor Jacoba van Beieren meester van het Bewind. 58 (enz.) - Hunne slechtheid. 104 v. (V. 156.) - De vele gezoend, en de partijnamen verboden. 109. - De Hoeksche partij verheft zich weder, en er ontstaat eene nieuwe burgeroorlog. 148-152. - Gestild door Filip van Bourgondië, en de partijnamen op nieuw verboden. 152. - De Hoekschen woelen toch onder Karel den Stoute. 201. - Steken na zijn dood het hoofd weêr op en beroeren Holland. 218 v., 224 v, 230-234. - Gefnuikt. 235. - Beroeren Holland op nieuw. 242-247. - Zijn eigenlijk Brederoders. 272. - Doen nog eene poging onder Jonker Frans van Brederode, 272-278, 286 v. - (Z. nog X. 294 v.)
't Hoen (P.) en zijn Post van den Nederrhyn. XII. 45, 63, 150 v. - Zijn zoon Reinier. 150.
Hoer (Prostibulum). II. 237.
Hoetink. XII. 215.
Hoeufft (J.H.). IV. 234. XII. 367.
Hof in 's Hage. II. 154.
Hof van Holland. V. 188 v. IX. 192, 277-282, 325 v. - Onder Willem V. XII. 34.
Hofgerichten. I. 206.
Hofstede (P.), Professor en Predikant te Rotterdam. XII. 146, 157.
Hogendorp (Gysbert Karel van). VIII. 270, 284. XII. 207, 224. - Een oudere, z. op Hoogendorp.
Hogerbeets (R.). Z. Hoogerbeets.
Hohenlo. Doorgaans ongelukkig krijgsoverste der Staten. VII. 24 v., 69, 86, 92, 104, 137 v., 145, 149, 172, 176. - Sterft, 1606. 204. - Zijne vrouw, half-zuster van Maurits van Oranje. 186.
[p. 89]
Holder (leendrager, provasallus). I. 326.
Holland (geen Holtland). I. 208. - Hoe oud is die naam? VII. 172. Z. I. 109 (110), 235. XIII. 114, 156-159, 207 v. - Bestaat onder dien naam sedert 848. I. 235. - Volgens Kluit eerst sedert 1018. 207 v. - (Oorsprong en oudheid van het Graafschap.) I. 150-152, 167-208. (XIII. 127-163: tegen A.T.) - Onzekerheid der oudste geschiedenis van Holland. XIII. 159-163. - Oudste uitgestrektheid van het Graafschap. I. 206. - In de elfde eeuw. II. 14. - Verblijfplaatsen der Hollandsche Graven. 115-117. Z. ook Jachthuizen.
Hollandsche Regenten. Z. op R.
Hollandsche Staten. Vergaderen te Dordrecht, onder Willem I. VI. 138. - Uitbreiding hunner macht onder hem. 142 v., 161, 178-183. (Z. Staten van Holland). - Willen alleen de Hollandsche taal gebruiken. VII. 106. - Willen ook oordeelen over de leer der Kerk. VIII. 18, 22. - In oppositie tegen de Staten Generaal. 149 v. - Hun gedrag jegens Willem II. IX. 7 v. - Zenden een afzonderlijk gezant naar Engeland. IX. 49. - Hollandsche politiek (om zich met Utrecht aftescheiden van de Landprovinciën). IX. 7, 240 v. X. 7, 111.
Hollandsche tuin, op munten enz. IV. 30.
Holtrop (W.), Vrijmetselaar. III. 308.
Homagium. I. 304.
Hominium. I. 304.
Honderdste Penning, door Alva geëischt. VI. 110 v. Z. ook Tiende Penning.
Hondhorst, Schilder. IX. 30, 249 v.
Hondsdam en Hondssluis in Vlaanderen. II. 324.
Honert, Raad in het Hof van Holland. Zijne stem beslist den dood van Buat. IX. 281.
Hongarijën. Opstand aldaar, gevoed door Frankrijk. X. 94.
Hongersnood en pest onder Graaf Willem III. III. 105.
Honorius III, Paus, 1227. II. 108 v.
Honslaarsdijk (Slot te), door Prins Maurits ten verblijf gegeven aan den gevluchten Paltsgraaf (Koning) Frederik. VIII. 93. - Naams-oorsprong. 236. - De naam moeilijk voor een Franschen mond. 235. (Z. Onadin). - Bilderd. beklaagt het slopen van het slot. 93.
[p. 90]
Honte, arm der Schelde. II. 324.
Hoofd en hart. VII. 7, 32. Z. Geweten.
Hooft (Korn. Piet.), Burgemeester van Amsterdam. Verhindert de inhuldiging van Prins Willem I als Graaf. VII. 77 v. - Remonstrantsch-gezind. VIII. 23.
Hooft (J.K.), Bevelhebber der Amsterdamsche Schutterij, bij 't onthaal van Leicester. VII. 122.
Hooft (P.C.), Oordeel over zijne Historie. VI. 127. - Zwager van de Rijk. ald.
Hooft, Burgemeester van Amsterdam. Afgevaardigde in Hollands Staatsvergadering, 1684. X. 99 v.
Hooft, Burgemeester van Amsterdam. Hoofd der Patriotten. XII. 74.
Hooft (D.) Jansz., Auditeur Militair te Amsterdam. XII. 356.
Hooge of Groote Raad van Mechelen, 1500. IV. 176, 208.
Hooge Raad in Holland, 1582. Opgericht door Prins Willem I. VI. 181. VII. 49. - Waarom. IV. 176. - Bespot door Bild. X. 23 aant.
Hoogendorp (Gysb. van). Onder de eerste Leden van den door Prins Willem I ingestelden Hoogen Raad. VII. 49.
Hoogenhoek, Burgemeester te Vlaardingen. IX. 76.
Hoogerbeets (R.). In commissie te Alkmaar. VIII. 15. - Raadsheer in den Hoogen Raad, 1617. 35. - Pensionaris van Leiden. 46 v., 103, 108, - Gevangen. 51. - Zijne verdediging. 73. - Veroordeeld. 85. - Zijne gevangenis verzacht, na den dood van Maurits. 103. - Sterft, ald. Z. nog XI. 259 v.
Hoogheemraadschap van Rhijnland, opgericht door Graaf (Koning) Willem II. II. 154.
Hoogmoed: door dien te strelen, regeert men den mensch. IX. 47 v.
Hoogmogende Heeren. XI. 36, 55.
Hoogste Overheid, bestemde titel voor Prins Willem I. VII. 44 v.
Hoogstraten (Graaf van), Stadhouder in Holland onder Karel V. V. 39.
Hoogstraten (Graaf van) (een ander), Medestander van Prins Willem van Oranje. VI. 67, 70, 76, 78, 100.
[p. 91]
Hoolck (van der), Burgemeester van Utrecht. XI. 286.
Hoop (van der), Thesaurier Generaal, 1787. XII. 81.
Hoorn, rivierbocht. I. 343.
Hoorn. Beroerte aldaar, ten gevolge der Beden, doet de neering verloopen. IV. 198-200. Z. voorts 241-243 en 295-303.
Hoorn (Arnold van), Bisschop van Utrecht. III. 207, 209.
Hoorn (Jan van), Bisschop van Utrecht. IV. 288 v. - Een broeder van hem. ald.
Hoorn (Graaf van), Vliesridder door Filip II. VI. 7.
Hoornbeek, Raadpensionaris, 1720. XI. 59. - Sterft, 1727. 68. (Z. 233.)
Hop, Pensionaris van Amsterdam, 1684. X. 99 v.
Hop, Thesaurier Generaal der Unie in de 18de eeuw. XIII. 63.
Hopperus, Staatsman. VI. 40. - Zijne brieven aan Viglius. 242.
Hordt (van), Zweedsch Graaf in Nederlandschen krijgsdienst, en zijne Gedenkschriften. XI. 245-248.
Horik, Deensch koning. I. 103.
Horst (van der), betrokken in de zaak van Buat. IX. 169, 171.
Hortensius, onrechtzinnig Haagsch Predikant, 1584. VII. 111.
Hout (Jan van), verdienstlijk Stads-Secretaris van Leiden. VI. 174.
Houthandel. Z. Contrabande.
Hove (van den). Z. Court (De la).
Hovelingen, hofbedienden. XII. 195 v.
Hudde, Burgemeester van Amsterdam, 1688. X. 136.
Hugo de Boter (van Arkel). II. 46, 322 v.
Hugo van Voorne. Z. Voorne.
Hugonet. Z. Imbercourt. IV. 221-223.
Huis te Britten. I. 31.
Huismanspraatje.’ Vluchschrift van 1672. X. 323-325.
Huislade. I. 181.
Huisbondenen, Huismannen. I. 319.
Hulde, leenhulde. I. 304.
Huldiging aannemen. IV. 307.
[p. 92]
Huldiging van Filip II in de Wederlanden. V. 157 v.
Hulft, verovert Colombo op de Portugezen. IX. 114.
Hultman (Mr. C.G.). Naamloos geschrift van hem. IX. 300.
Hunnen. I. 86. - Verslagen door Karel den Groote. ald. - Nieuwe inval onder Keizer Hendrik den Vogelaar. II. 2. - Hunneland. I. 332. - Hunnebedden. II. 2. [318.]
Huren van Oorlogschepen. IX. 258.
Hus (Joh.). IV. 153, 343. - De Hussiten. 153.
Husband (Eng.) I. 319.
Huwen aan eene vrouw! (Wagenaar.) IV. 169 aant.
Huwlijk, burgerlijke zaak verklaard door de Hervormden. VI. 171.
Huybert (de), Raadpensionaris van Zeeland, Gezant naar Engeland. IX. 175. - Oranjegezind, 190. - doch wederstaat eene aanmatiging van Willem III. X. 103.
Huydecoper (J.), Schepen te Amsterdam. Weêrstaat Willem II in 1650. IX. 17, 19. - In gunst bij de Franschen, 1672. X. 235.
Huydecoper, Burgemeester van Amsterdam. Heeft geen deel aan de intrigue met d'Avaux. X. 99 v.
Huydecoper (B.). Geroemd. II. ix. - Berispt. III. 78. - Zijne Lambacheriana. I. 121 v. V. 156.
Huygens [Const.]. VIII. 93. X. 307.
Hyacint. Z. Nassau-Siegen.
Hyde, Graaf Clarendon, Engelsch Staatsminister. IX. 158, 263.

(*)Zoo moet hier gelezen worden; 1006 is drukfout.
(*)Ald. reg. 3 staat Karel lees Hendrik.
prepostterug  begin  verder