terug  begin  verderprepost

Bilderdijk aan zijn vrouw. Amsterdam, 28 maart 1795

In een zeer verwarde en wanhopige brief van 27 maart meldt Bilderdijks vrouw Catharina dat er een halfuur na zijn vertrek al verschillende geldbeluste schuldeisers aan de deur waren geweest en dat ze niet weet hoe ze verder moet. Bilderdijk laat in zijn antwoord niet merken dat hij op de hoogte was van de schulden waarmee hij haar had laten zitten.

 

Lieve dierbare!

Wat je me meldt, verwondert me zeer. Maar houd moed, en alles zal (daar ben ik van overtuigd) goed komen. Alles komt neer op één punt, en dat is tijd winnen, en de zaken zoveel mogelijk laten zoals ze zijn. Wat mij betreft, ik vind het hier bepaald niet

[p. 21]

aangenaam. Steeds zonder geld en koud. Maar als ik het reisgeld maar eenmaal heb, zal ik me met de hulp van God verder wel redden en ook voor jou zorgen. Probeer alleen van de declaraties te innen wat je kunt, en handel verder naar je eigen gevoel. - Mijn hoofd lijdt ontzettend onder de exclamaties &c. van vader. Hij is radeloos bedroefd, en wil alles doen, maar kan niets doen behalve het mij lastig maken. De route om weg te komen is nu ook gesloten. Daarom is reizen bijna ondoenlijk; maar hoe het ook gaat, ik zal me erdoorheen scheuren, al was het naakt en zonder een duit geld. - Ik zou jou en de kinderen willen zien, en je kunt met hen bij vader logeren. Over alles dan mondeling. Aan hulp zul je geen gebrek hebben als ik vertrek, en de verlossing uit de nood is nabij.

Ik heb Outhuys5 verzocht om jou te vragen mij een Italiaans boekje (de Aminta di Tasso) te sturen, maar ik zie dat ik dat al bij me heb, zoek dus niet.6 Van het kabinet merk ik de sleutel bij mij te hebben. Een smid bestellen zal je minder kosten dan de porto van sleutels. Ik wacht daarom tot ik je hier zie om hem aan je te geven. Ik denk dat het het veiligst is als ik deze brief insluit bij die aan Van der Linden, aan wie ik op zijn verzoek enkele berichten schrijf over zaken &c.7 De tijd ontbreekt mij om langer te zijn. Vaarwel, mijn enige! Vaarwel! Bemin

je Bilderdijk

 

Amsterdam 28 maart 1795.

5Gerrit Outhuys (1773-1835) is een student theologie en oosterse talen in Leiden (vanaf 1797 predikant), bewonderaar en vriend van Bilderdijk. Hij zou voor Bilderdijk in diens ballingschap enige publicaties die op stapel stonden, afwerken.
6Torquato Tasso's Aminta (1571-1573) wordt beschouwd als het hoogtepunt van de pastorale in de renaissanceliteratuur. Tasso bracht een groot deel van zijn leven in gevangenschap en ballingschap door. Mogelijk wilde Bilderdijk het boekje bij zich hebben vanwege de verwantschap.
7Joannes van der Linden (1756-1835), rechter te Den Haag, werd zaakwaarnemer voor Bilderdijk. Zijn broer Dirk, ook een vriend van Bilderdijk, had eveneens geweigerd de eed af te leggen.
prepostterug  begin  verder