terug  begin  verderprepost

Bilderdijk aan zijn vriend Outhuys. Groningen, 5 april 1795

Zeer geliefde vriend!

Hartelijk dank voor je aangename, je verkwikkende brief, die mijn hart verzadigd en gesterkt heeft met de waarachtige troost van een zuivere vriendschap zoals die van jou is. Ik dank je hartelijk en zal je mijn leven lang er de nodige erkentelijkheid voor geven. God geve dat ik of de mijnen in de gelegenheid komen om je die op een onvergetelijke manier te tonen.

Ik schrijf je deze gewoon om je mijn voorrede en enkele aanwijzingen voor de druk van Ibn Doreid te doen toekomen.10 Niets hierin dus over politieke of huiselijke zaken! niets over mijn reis, wat de bezorging zou kunnen vertragen. Als men mijn brief onderschept, dan vertrouw ik erop dat men het onschuldig papier zijn bestemming niet weigert en jou en mij en de poëzieminnen-

[p. 24]

de wereld het kleine en onschadelijke boekgeschenk niet misgunt, waarbij dit hoort en dat zonder dit supplement onvolmaakt zou blijven.

Je zult het dichtstuk-zelf met de aantekeningen via mijn broer ontvangen hebben. Nu vind je hierbij de Voorrede, met een titelblad en nog enige kleine toevoegingen bij de noten, die je wel op hun plaats wilt inlassen. Ik vertrouw erop dat de voorrede je bevalt; wil er het jaar des Heils invoegen, dat hetzelfde is als het 223ste van de Hegira.11 Dit moet goed gebeuren, en ik heb geen boeken daarvoor bij de hand.

Ik laat jou beslissen bij wie je het stuk wilt laten drukken, maar volg in letter en manier van uitgeven zoveel mogelijk de Vertoogen van Salomo;12 en (wil je dat doen) begin met de voorrede, die cursief moet staan.

Achter de titel had ik graag in een kleine letter het citaat uit Cicero, dat je daar lezen zult.13 Dat verklaart mijn manier van bewerken.

Om er nog iets sierlijks bij te voegen, zou het me plezier doen als je het silhouet van mijn vrouw bij wijze van opdracht voorin plaatste op een apart blaadje, met de letters daarboven en -onder zoals op het bijgaand papier.14 Als ik hier een silhouet van haar had die op haar leek zoals ze nu is, dan zou ik die hier graveren, maar nu moet ik je vragen dit bij jullie in Amsterdam of Rotterdam te laten doen, echter niet door een knoeier, maar zo dat het goed is, want beter niet dan belachelijk slecht. [...]

10Toen Bilderdijk Den Haag moest verlaten, was hij bezig met de bewerking van de Treurzang van Ibn Doreid uit het Arabisch. Alleen de voorrede en de toelichtingen waren nog niet geheel voltooid, en die zijn bij deze brief gevoegd. Hij droeg de verdere afwerking van de publicatie en het nazien van de drukproeven over aan zijn jonge vriend. De eerste druk verscheen eind 1795 in Den Haag. Het lange gedicht uit de negende eeuw bevat de klaagzang van een oude balling.
11In de Voorrede van de Treurzang van Ibn Doreid staat dat de Arabische dichter geboren werd ‘in het Jaar der Hegira 223, 't welk overeenstemt met het Jaar 845 na 's Heilands menschwording’ (na Christus, het jaar des heils). Dit laatste heeft Outhuys dus toegevoegd. De Hegira slaat op de uitwijking van de profeet Mohammed uit Mekka, die het beginpunt van de mohammedaanse tijdrekening vormt.
12Vertoogen van Salomo, berijmd door Bilderdijk, verscheen in 1788 bij Uylenbroek in Amsterdam.
13Bilderdijk laat de Treurzang voorafgaan door een motto van Cicero waarin deze verdedigt dat de vertaler niet als een tolk, maar als een dichter moet vertalen.
14Een silhouettekening van Catharina Bilderdijk werd los aan de uitgave toegevoegd. Boven de afbeelding stond: ‘Aan myne Egade’, eronder een citaat van Ovidius: ‘Zij doorstond, de echtgenote te blijven van haar verbannen man’. Silhouetten werden gemaakt door de schaduw van het profiel van een persoon na te trekken op ruitjespapier. Om gedrukt te worden moest de silhouet dan nog gegraveerd worden op een koperplaat.
prepostterug  begin  verder