terug  begin  verderprepost

Bilderdijk aan zijn vrouw. Groningen, 28 april 1795

Dierbaarste!

Even heb ik nog de tijd om je te melden dat ik je brief met de

[p. 41]

ingeslotene van Beelaerts van Blokland40 ontvang, maar jouw pakje dat je over Amsterdam gestuurd hebt, is mij niet ter hand gekomen. Ik heb geen tijd om de genoemde heer vanhier te antwoorden, maar zal dat van de eerstvolgende plaats doen. Groet hem intussen hartelijk, en alle vrienden. - Wat je pakje betreft, onderzoek met welke veerman het meegegaan is, of het aangetekend en tot hoever het gefrankeerd is en wanneer het weggestuurd is. En schrijf dit dan aan de heer Fellinga, medisch doctor te Groningen, die er navraag naar zal doen, en het mij zal nasturen.41 Ik vertrek nu zonder pas, maar als je die krijgt, stuur hem mij dan na naar Hamburg. Ik heb zware hoofdpijn van vermoeidheid en onrust. Spoedig komt er verandering, de Fransen trekken terug en verlaten snel deze provincie. De Pruisen trekken binnen. Maar je weet dat ik het niet op de Pruisische macht begrepen heb. Wij weten hier meer dan men in Holland weet, maar ik kan niet besluiten om hier gebeurtenissen af te wachten die nog zes, acht, ja tien weken op zich kunnen laten wachten, en evenmin om hier in moeilijkheden verwikkeld te raken. Het beste voor mij is dat ik mijn reis afmaak. Komt de Prins in Den Haag, zorg dan hemzelf te spreken, en schilder hem mijn hele lot. Want ik kan niet terugkomen behalve op terugroeping met eerherstel van de Staten van Holland of op speciaal verzoek van Zijne Hoogheid, en dan moet ik weten hoe. Enfin, zie maar hoe je het doet, als alles misloopt gaat het om een kwade drie maanden. - Vaarwel, mijn dierbare, zoek troost bij God, zoals ik ook doe, en bemin mij zoals ik jou. Vaarwel!

 

Groningen, de 28ste april 1795.

 

p.s. Ik sluit een versje in op een portret dat een zekere kunstschilder Hauck van mij gemaakt heeft, en dat ik niet kon weigeren om te maken.42 Deel het de heer Outhuys ook mee!

 

Lieve, op het ogenblik dat de post vertrekt, valt er iets voor waardoor ik nog blijven moet. De schipper kan niet vertrekken. Misschien schrijf ik je nog met de volgende post vanhier. Vaarwel!

40De Haagse advocaat Beelaerts van Blokland correspondeerde klaarblijkelijk ook met Bilderdijk en de post werd in een gezamenlijk omslag verzonden.
41Bij deze Joannes Fellinga had Bilderdijk onderdak gevonden.
42Het gedichtje Op mijne afbeelding werd in 1804 gepubliceerd. Het portret zelf is niet overgeleverd, maar Bilderdijk moet er nogal mismoedig opgestaan hebben: ‘Beschouwer! zie my 't oog door 't geestuitputtend waken/ Verfletst en uitgedoofd by de afgeteerde kaken,/ En zoek geen glinstring meer in de uitgeblakerde asch.’
prepostterug  begin  verder