Lieve dierbare!
Ik schrijf je nu uit Hamburg, waar ik gisteravond dodelijk vermoeid aankwam, nadat ik twee nachten op een open wagen in aanhoudende stormwind, sneeuw, hagel, en slagregen doorgebracht had, zodat ik helemaal uitgeput en krachteloos was. Het logement dat mij aanbevolen was, had geen plaats; zes, zeven andere evenmin en ik kon niet meer lopen toen ik bij een laatste kwam, 't Hof van Holland genaamd, waar ik ook afgewezen werd, en toen helemaal radeloos was. Ik wilde vertrekken, toen een meisje mij in het oog kreeg en mij tegenhield terwijl ze zei: 't is een Hollandse heer. Ze vroeg me of ik me voor die nacht wilde behelpen met een eenvoudig verblijf, dan kon ze er wel voor zorgen dat ik een plaats om te liggen kreeg. Ze deed dit, bezorgde mij thee en het nodige en vervolgens een klein kamertje, waar ik op een rustbank die de helft ervan inneemt, een goede slaapplaats met zindelijk linnen vond. En in het algemeen ben ik met het
logement wel tevreden, zodat ik daar wel blijven wil als men tenminste over twee of drie dagen een passende kamer voor mij klaarmaakt. - Dit meisje, dat mij werkelijk een onbetaalbare dienst bewezen heeft (want ik geloof dat ik neergevallen zou zijn als ik nog een half kwartier door had moeten gaan), gaat naar Amsterdam en Den Haag en ik geef haar dus een brief aan jou en aan je zus mee. Kun jij de menslievendheid (of hoe ik het noemen moet) die ze aan mij getoond heeft, belonen door haar een baantje als kindermeisje in een net huis te bezorgen, dan doe je iets goeds. Ze spreekt Engels, Frans en Hoog-Duits en is netjes en, voorzover ik kan beoordelen, fatsoenlijk. Waar ze eerder gewerkt heeft, zal ze je zelf vertellen. Dat ze van onze partij is, kun je makkelijk begrijpen.
Ik schrijf je met de post uitvoeriger, want die zal waarschijnlijk eerder aankomen hoewel die later vertrekt, maar deze gelegenheid is in elk geval zeker, wat ik van de post nog niet zeggen kan. Vaarwel mijn dierbare, schrijf mij toch en bemin mij even teder als mijn hart jou bemint. Vaarwel!
Bilderdijk
Hamburg 15 mei 1795.
n.b. Vrijdag.