terug  begin  verderprepost

Bilderdijk aan zijn vrouw. Hamburg, 2 juni 1795

Lieve dierbare!

Ik smacht naar tijdingen van je. Laat me toch een brief ontvangen. Elke postdag laat ik vragen naar brieven met het adres van Ideman, van Teisterbant, van B., maar vruchteloos. Vertrouw je deze adressen niet, sluit dan mijn brieven in een omslag gericht aan de heer G.C. Enderes, koopman in wijn, of wijnhandelaar (zoals men in Duitsland zegt) te Hamburg. - Ik heb naar de Prins geschreven, die in Engeland is, en wacht op zijn antwoord en orders. Intussen zit ik hier redelijk goed door de vriendelijkheid van de heer Hartsinck, waarover ik je in mijn vorige vertelde. Daar-

[p. 57]

zonder zou het slecht gesteld zijn met mij. Van de buitenlandse omstandigheden die betrekking op ons land hebben, kan ik niet veel melden dan alleen dat het nu ernstig gemeend schijnt te zijn dat men iets voor ons gaat doen. Binnenkort zal alles duidelijk worden. Er schijnt ook zeker een omwenteling in Frankrijk ophanden te zijn.67 Hoe is het met de eed in Amsterdam en Leiden en bij de Hoge Raad afgelopen? Schrijf mij daar toch iets over. Kun je me niet de Amsterdamse en Leidse brief over de eed (die in de kranten gestaan heeft) toesturen, of een exacte kopie of iets dergelijks?68 Ik wil daar gebruik van maken. Laat degenen die het goed menen met het land zich toch stilhouden, en geen oproer maken! Dit is vooral nu noodzakelijk: inwendig oproer (als dat niet in de leidingvoerende partij zelf voorkomt) kan niets dan kwaad doen. Laat men hoop houden, maar niet veel daarvan laten blijken. - Vergeet niet mij te melden van welke datum je voorlaatste geweest is, opdat ik weet of ik je brieven wel krijg. Het ga je goed, en groet iedereen die het goed met ons meent allerhartelijkst. Vaarwel en hou van mij.

 

Hamburg, de 2de juni 1795.

67Bilderdijk is blijkbaar op de hoogte van plannen die gesmeed worden. Op 26 juni zouden naar Engeland uitgeweken Franse antirevolutionairen landen op het schiereiland Quibéron. Willem v greep dit aan om te pogen vanuit Noord-Duitsland met hulp van uit Holland gevluchte orangistische militairen en Engelse troepen de Bataafse Republiek aan te vallen. Zijn zoon prins Frederik moest de leiding krijgen. Dit zou het zogenaamde Rassemblement van Osnabrück worden. De actie liep op niets uit.
68In de Leydse Courant van 23 maart 1795 had een missive gestaan van de Provisionele Representanten van het Volk van Amsterdam aan de vertegenwoordigers van het volk van Holland in Den Haag. De Amsterdamse vertegenwoordigers vinden de eis tot het afleggen van de eed voorbarig, omdat het bestuur nog slechts voorlopig is en nog niet overal zijn beslag heeft gekregen. Een brief met dezelfde strekking van de Provisionele Raad van Leiden kwam in de krant van 27 maart.
prepostterug  begin  verder