terug  begin  verderprepost

Bilderdijk aan zijn geliefde. Londen, 7 januari 1797

Lieve engel! Ik heb je laten betrappen gisteravond en mijn hart verwijt mijzelf de onvoorzichtigheid die ik begaan heb. Ik volgde Jenny, en zodra zij de deur opende, hoorde ik je broer William met haar praten met enig misnoegen, en daarom liep ik door naar

[p. 183]

de hoek van Chelsea Road. En omdat ik niet in staat was terug te gaan naar huis zonder opnieuw te proberen jou te zien, wandelde ik door de straat, die op dat uur van de avond vol mensen van de lagere stand is, vooral dienstmeisjes, cafékelners en jongens die kannen bier naar verschillende huizen brengen. Veel deuren waren geopend, en op de drempels stonden de mensen samen te praten en hielden hun ogen op mij gericht. De maan scheen, weet je, en het is onmogelijk dat onze ontmoeting niet gezien is. Misschien was er wel meer dan een half dozijn mensen dat ons opmerkte. - Ik ben verplicht je deze waarschuwing te geven, zodat je voorbereid bent als dit door mag dringen bij jou thuis.

Inderdaad, mijn lieve beminde, de plaats is niet geschikt voor een geheime ontmoeting. Er is geen moment te vinden dat het er rustig is en 9 uur schijnt wel het ergste van alles te zijn. Een moment jou zien, je lieflijke lippen op de mijne te drukken, is hemels geluk, maar we verliezen op deze manier wat geen schat ons kan teruggeven;-en met welk doel? Ja, ik veracht het mompelende geroddel van slecht volk, maar we geven iets prijs zonder er iets goeds mee te bereiken! - Kom in mijn armen, mijn schat, doe het openlijk, vrij, en laat ons dan niets vrezen: laat ons handelen met de koelbloedigheid die ons waard is, en die overeenkomt met de zuiverheid van onze harten, en dan zullen we gelukkig zijn en de wereld zal ons bewonderen en zwijgen. [...]

Ja, mijn lieve engel, dromen betekenen niets, evenmin als werkelijke gebeurtenissen in het leven, maar door hun verbindingen met de hele ketting van toevallige mogelijkheden (zoals ze bepaald worden door de voorzienigheid) vormen ze voorspellende tekens en emblemen van andere, en elke aparte gebeurtenis draagt het embleem van het geheel. Op dezelfde manier is deze lichamelijke en sensuele wereld niets anders dan het voortdurende embleem van de geestelijke, waartoe we werkelijk behoren: en het is die verbinding of relatie van het sensuele met het spirituele die de moraal van onze handelingen bepaalt, en die de basis vormt van hun innerlijke onschuld en schuld. Dit is een waarheid die gewone mensen niet zien, omdat hun sensualiteit niet overstemd wordt door het intellectuele deel van de geest en ontoegankelijk is voor spirituele invloed. Maar jij, mijn lieve engel, zult gemakkelijk de draagwijdte daarvan overzien. Ik kan er een andere observatie aan toevoegen, namelijk de onmiddellijke invloed van de

[p. 184]

geestelijke wereld op ons, waarvan we elk moment overtuigd worden, wakend of slapend, door geheime gedachten waarvan de bron onbekend is voor onszelf, en doordat onze verbeeldingskracht op gang gebracht wordt in dromen en visioenen. - Een andere keer zal ik je dit onderwerp duidelijker uitleggen.

Ik ben beter, mijn schat, hoewel niet zo goed als ik gisteravond was en ik zie op tegen de nacht. Maak je er niet ongerust over. Ik zal geen enkele remedie overslaan die goed voor me kan zijn, en ik zal snel beter zijn. Nee, mijn liefste op aarde, er is niets wat je voor mij kunt doen. Als ik gevaarlijk ziek zou worden, dan hoop ik dat je me niet zult laten sterven zonder me te zegenen met je lieve verschijning! - Maar ik voel dat ik niet erg ziek ga worden. Over twee of drie dagen ga ik naar Hamptoncourt, alleen omdat ik niets in de stad te doen heb. Als ik niet ergens anders gevraagd word...! Je begrijpt me, mijn liefste! Blijf kalm, wees gelukkig, en vergeet niet hoe ik liefheb en wat deze liefde verwacht van haar goddelijk en aanbeden object! Vaarwel, mijn enige beminde! Vaarwel!

 

Zaterdag, 7, 1, 1797.

prepostterug  begin  verder