[p. 31]
Passie
[p. 32]
[Hij was de schepper van mijn zinnen]
Hij was de schepper van mijn zinnen,
hij schetste driften op mijn mond
zijn dorst, in een roekeloos ontginnen,
gaf vergif te
drinken aan mijn open wond;
nu is zijn beeld,
mijn droom ontgroeid...
mijn trage vingers
kunnen moeilijk klimmen
naar't vleesgeworden leed
dat in de nanacht verder bloeit...
zijn lust was het etteren van mijn tranen,
zijn kus een gaping op het gezicht,
zijn strelen, een verbeten amen
op de litanie van mijn gedicht.
[p. 33]
[Tastbare schaduwflarden]
Tastbare schaduwflarden
zijn de contouren van je niet-zijn om mijn lijk;
rouwfloersen tracht ik te ontwarren
om te vluchten uit dit dodenrijk,
-want stenen zijn te hard voor dit ontwaken,
nog dwaalt mijn slaap van de een naar de andere rots,
de hitte in mij ligt openlijk te blaken,
op deze lippen door uw kus gekorst...
...somber blonken
neon-vonken
op mijn tombe...
[p. 34]
Consecratie
U gaf
de nacht te drinken
van uw bloeding,
maar ik nam
voeding
uit het graf,
-we zijn niet meer alleen
de stilte is daar
even kwetsbaar
als het subtiel verlangen
om ons heen...-
bij het fladderen heb ik u gekooid
in de warmte van mijn kleine handen
uw koude tranen, half ontdooid
heeft mijn beblaard hart opgevangen.
[p. 35]
[Droomzwaar drukt op mij uw adem]
Droomzwaar drukt op mij uw adem,
zwaarder dan de kracht die in
mijn zee vergaat;
donker als een palissade
rijst vóór mij uw stil gelaat...
de avond rondt
zich om dit
koesterend zwijgen
maar pijnbomen
fluisteren
met elkaar
hun eeuwig leed
omsluiert
ons vibrerend hijgen...
[p. 36]
Kruisbeeld-serenade
Het zacht gekerm
van uw gebroken ogen
de crescendo van uw eenzaamheid
het dof gerochel
van uw adem
de syncopische zuchten
van uw strijd,
-laat deze dans ons hullen
in een ritme cellofaan...
nog één stap en we zullen
in een kakofonie vergaan..