[p. 85]
Aan een dierbare
Licht lacht uw leven zich,
een verre hoogte
waar veldbloemen
bloeien aan uw hand.
Uw weelde speelt
een hazardspel,
trots lacht uw blik
de kansen weg.
Als deze nacht
mij doden zal
als al dit weten
mij zal bedekken:
vind ik u terug
in het niet-zijn
van mijn bestaan.
Geschonken heb ik
mijn stille hoop
door vrees geboren,
laat me, liefste,
als het kan,
je wrede passie
toebehoren.