[p. 88]
[Ik zie je nog]
Ik zie je nog
in de vuurdans van mijn dromen,
waar kaarsen een ritme dansen
om je geest.
Werd mij het blussen
door je kus ontnomen?
Of was mijn slaap alleen
te rood geweest?
...Want stenen zijn te hard
voor dit ontwaken;
nog dwaalt mijn geest
van de een naar de andere rots.
De hitte in mij
ligt openlijk te blaken
op deze lippen, door je kus gekorst.
Ik zocht je,
verkocht je
al mijn angsten
als genot...
maar achter ons stond
God.