[p. 90]
[De branding]
De branding
kust je zinnen,
verbrijzelt alles
binnen
in je slaap;
neem je kans nu:
‘gaap’.
Uit angst heb ik de drang gebroken,
de scherven blinken je nog op de mond.
We zitten in elkaar gedoken
met een terracotta leed als achtergrond.
Omdat een bleke maan
de nacht onteerde
en slechts één ster getuige was
van het vergrijp,
beroerden vroege lippen,
pas gerijpt,
de schuwe borsten
van een jong verleden.