[p. 98]
De laatste kus
De kanker wondt
op mijn gezicht;
dicht bij mijn mond
rauwt het open vlees,
dat hees zich schreit
om leegten eindeloos wijd,
die ik niet omvatten kan,
die mijn leed niet vullen kan
met de eeuwigheid;
want,
dicht bij mijn mond
ligt de ontgonnen grond
te wachten op verrotting
van de tijd.