[p. 108]
Weemoed
En toch is de nacht
in mij verkild;
de bleke maan had het mij voorspeld,
toen, ontzenuwd door een sterke hand,
mijn overgave werd opgetild
naar waar nu de angst het leed
beschut,
- mijn nocturne in woestijnen leeft -
waar ik de brokken
van mijn donk're passiehoop
tot korrels zand vind uitgezeefd.