[p. 113]
Voorspelling
Als straks de duistere nacht uitspant
en opgezweept de maan
een schuilplaats zoekt,
zal ik, geblinddoekt
door een donkere macht,
mijn liefde vinden;
de dolgeworden eenzaamheid,
gebeten door vergetelheid
gaan wij in een
behekste kus
verslinden.