[p. 119]
[We zijn niet meer alleen]
We zijn niet meer alleen:
de stilte is daar,
even kwetsbaar
als het subtiel verlangen
om ons heen.
Ontbladerd heb ik
- uit verzet -
elk verlangen.
De bonte pijnen
hangen talmend
aan de rand van uw palet.
Ontkleed mijn leed:
de naaktheid ervan zal blozen
onder de schaamteloze
greep van uw blik.