[p. 120]
Curaçao bij nacht
De stad is leeg;
bol lacht zich de maan
om al de dode stenen,
om die stille muren,
om verlaten voetdrukken
van figuren
voor de volle leegten
weggevlucht,
om mij, die als de paljas
van mijn kuren
nog te somber ben
voor deze klucht.