terug  begin  verderprepost

2
briefkaart

poststempel

Amersfoort Station

1-2-12

 

1 Febr. '12

 

B.A. Ik heb een verzoek aan je: zou je mij, wanneer zij verschijnen, een overdrukje van je verzen uit den Gids (Heer, waarheen drijft gij mij?) willen zenden?7 En, als het niet onbescheiden is dit te vragen, voor het geval dat je nog overdrukjes overhoudt, ook een aan Thomson?8

- Hoe maken je vrouw en jij het? Heb je nog veel geschreven? Ik niets. Waar komt ‘de Prins en de Fee’ in?9 Ik verlang er naar, weer eens een avond bij jelui in Voorburg te komen praten: ik vond het toen zoo gezellig. Ik houd mij ook aanbevolen voor een overdrukje van den ‘Speerworp’.10 En voor een bezoek alhier, indien jelui deze kanten eens op mocht komen. - Nu adieu, geloof mij met vele hartelijke groeten ook aan Toos

 

steeds tt

Jacques Bloem

7De verzen De boodschap van den dood, Jongste droom, Heer, waarheen drijft gij mij? en Lachend liedje verschenen in De Gids, dl. 76, I (1912), p. 548-555. Ze zijn herdrukt in Aart van der Leeuw, Verzamelde gedichten . Rotterdam enz., z.j., p. 182-183, 184-185, 191 en 176 (verder aangehaald als Verzamelde gedichten).
8De dichter J. Jac Thomson (1882-1961) publiceerde onder meer in De Beweging en maakte daarbij soms gebruik van het pseudoniem Jan Dideriksz. Hij was predikant in Hoogland (in de buurt van Amersfoort); Bloem en hij ontmoetten elkaar regelmatig (zie ook de brieven 4 en 5).
9De prins en de fee, een ongepubliceerd gedicht van bijna 500 regels, werd kort na december 1911 geschreven.
10Het is mij niet gelukt vast te stellen welk gedicht of welk prozastuk Bloem op het oog heeft met de Speerworp.
prepostterug  begin  verder