terug  begin  verderprepost
[p. 30]

9

Amersfoort. 31/X/'12.

 

Beste Aart.

Zoo pas ben ik van eenige peregrenaties [?] teruggekeerd en ik haast mij nu, je eindelijk te schrijven. Ik heb hier opzettelijk mee gewacht, totdat ik bij v. Schendel geweest zou zijn. Ik ging er Zondagmorgen heen. Hij haalde mij aan het station af. Ik bleef logeeren en ging Maandagmiddag weer naar huis. Zondagmiddag maakte ik een wandeling met hem, Maandagmorgen met Miss Briest en de kinderen. Ik vind hem een heel aardigen man, eigenaardig ook wel - gelukkig! Hij heeft o.a. deze gewoonte: - is je dat wel eens opgevallen? - dat hij geen antwoord geeft, als je iets tegen hem zegt, waar geen bepaald antwoord op te geven is. Ik dacht eerst, dat hij distract was, en het niet hoorde, maar dat is niet zoo. - Op onze wandeling debatteerde ik met hem over het Socialisme. Hij heeft mij vrijwel overtuigd, hoewel er tusschen ons natuurlijk verschillen zijn, die zullen blijven. Hij is van een zoo veel meer revolutionnaire natuur dan ik. Zoo is en blijft mij bijv. de S.D.A.P. hoogst onsympathiek, terwijl hij, ofschoon hij wel een open oog heeft voor de fouten van die partij, haar toch wel mag.

Zondagavond, nadat de rest v/h huisgezin naar bed was, hadden wij het over literatuur, vooral over de [?] keerzijden van dit schoon bedrijf. Het was zeer amusant. Hij kan zoo echt wat je in 't Engelsch noemt ‘sneer-’en. Over Engelsch gesproken, wat ziet hij er Engelsch uit! Men kan hem wel aanzien, dat hij zoo lang in Engeland is geweest.36 - Ook bekeek ik dien avond zijn mooie boekbanden. - Ik geloof toch, dat ik nog meer aan hem zal hebben, als ik hem wat meer ken. Hij is zoo verbazend kalm en dat intimideert mij altijd geweldig (Verwey heeft deze eigenschap ook zoo sterk).

Zijn kinderen vind ik ook erg aardig. Daarbij komt nog dit. Je weet, dat ik voor vrouwen - als ik er voor voel - verbazend laat ik zeggen lichamelijk voel. Aan den anderen kant heb ik voor sommige kleine meisjes van zoo 10 tot 14 jaar een ontzettend gevoel van adoratie. Ik kan het niet goed uitdrukken, het is een zeer verheven gevoel, misschien vindt je dit een gek woord, maar ik weet geen beter. Ik word er bepaald door ontroerd. Precies zoo'n meisje nu is Bart je van Schendel. - Zijn vrouw vond ik ook erg vriendelijk.37 Jammer had zij dien Maandag weer zoo'n last van asthma, dat ik haar niet meer zag [sic]. Hij is dol op zijn vrouw en zijn kinderen, niet waar? Alleen - maar ik schrijf dit, terwijl ik eigenlijk haast

[p. 31]



illustratie
Arthur van Schendel, naar een tekening van J. Breemer (augustus 1908)

[p. 32]

zeker weet, dat het niet waar is, dus onder het allergrootste voorbehoud - het kwam mij soms voor, alsof zij niet zóó lief voor Bartje waren. Maar nog eens: ik ben er bijna zeker van, dat ik het mij heb ingebeeld. Dat zou ook best kunnen, want als ik eenmaal een kind zoo vind, dan vind ik bijna alles te ruw en niet goed genoeg voor haar.

Tegenover zoo'n meisje heb ik ook altijd een gevoel van weemoed en berouw. Per slot van rekening ben ik toch nog tamelijk jong en ook niet iemand van bestede instincten, maar dan gevoel ik mij oud en vol van zonden. Lach niet om de gekke woorden, nog eens, ik weet het niet anders te zeggen.

- Wat mij ook zoo geweldig bekoorde was het huis, en de tuin. Ik vond die zoo echt dichterlijk. Dit woord lijkt hier wel een gemeenplaats, maar jij begrijpt natuurlijk, hoe ik het bedoel.

Maandagavond kwam Jan Greshoff bij me, met wien ik Dinsdag even naar Amsterdam en daarna naar Apeldoorn ging. Het had hem, evenals mij, zoo vreeselijk gespeten, dat hij jou was misgeloopen. Het zal nu wel weer December worden, voor ik jelui zie, vrees ik. Hoe maken Toos en je schoonzuster het, en jij zelf. Worden jelui nog door de somnambule behandeld? Ik schreef sinds ik je zag nog 3 verzen, waarvan ik de minst slechte als proeve van plagiaat v/d dichter van Meiregen insluit.

(In werkelijkheid is het vers evenwel noch door jouw noch door Verwey's prachtige gedicht (De Regel) ontstaan, eerder door een gedicht uit der Westöstliche Divan. Ik hoop evenwel, dat het niet geheel onoorspronkelijk moge blijken.38 Nu adieu, beste Aart; schrijf me eens, als je lust hebt, doe mijn hartelijke groeten aan Toos en je schoonzuster en geloof mij

 

als steeds je vriend

Jacques

36Van Schendel woonde vóór 1908 vele jaren in Engeland, waar hij meestal werkzaam was als leraar Frans aan verschillende grammar schools. Hij heeft zelfs het plan opgevat uitsluitend in het Engels te schrijven, maar voerde dit idee niet uit. Zijn Engelse ervaringen legde hij vast in het proza-stuk De Grammar School en in de gedichten Tuxford en Londen; deze verschenen in de posthuum uitgegeven bundel Herdenkingen . Amsterdam, 1949, p. 35-43, 94-96 en 97-100.
37Met de vrouw van Van Schendel bedoelt Bloem Annie de Boers, met wie Van Schendel in 1908 getrouwd was; zijn eerste vrouw, Bertha Jacoba Zimmerman, was in 1905 overleden. Bartje van Schendel was een dochter uit zijn eerste huwelijk.
38Met de drie verzen heeft Bloem Het brood (geschreven 23 en 26 september 1912), De schaduw (geschreven 10 oktober 1912) en Lentewind (geschreven op 18 oktober 1912) op het oog. Het minst slechte, Lentewind (gepubliceerd in De Beweging, dl. 9, II (1913), p. 70-71, herdrukt in Verzamelde gedichten, p. 58-59), komt overeen met Meiregen (Verzamelde gedichten, p. 94-95) in strofebouw en metrum. De regel van Verwey (in: Albert Verwey, Oorspronkelijk dichtwerk. Eerste deel 1882-1914 . Amsterdam enz., 1938, p. 830-831; verder aangehaald als Oorspronkelijk dichtwerk I) heeft dezelfde versvorm als Lentewind. Het gedicht uit Westöstlicher Divan van Goethe, waarmee Lentewind volgens Bloem wel overeenkomsten vertoont, is Selige Sehnsucht uit het Buch des Sängers. Zie hierover Over de dichter Bloem, p. 72-73. De schaduw verscheen in Vox Studiosorum dl. 49, VII (1913), p. 57-58 en is herdrukt op p. 56-57 van de Verzamelde gedichten. Zie voor Meiregen noot 24. Overigens is het manuscript van Lentewind niet met de papieren van de correspondentie overgeleverd.
prepostterug  begin  verder