terug  begin  verderprepost

14

Amf. 10 Juni '13. Dinsd.

 

Beste Aart. Hartelijk dank voor je gezelligen brief. Ik ga pas in 't begin van de volgende maand naar Bretagne, en zal het [...] bar gezellig vinden, wanneer je eenige dagen hier komt. Je moet dan zelf maar kiezen wanneer, doch na den 17den en voor den 26sten. Ik ga n.l. overmorgen een fietstocht van een paar dagen ondernemen met mijn vriend v.d. Meulen.61 't Zal door Overijssel zijn. Tenzij natuurlijk 't weer is zooals vandaag, want dan is het geen doen.

Met de litteraire opmerkingen in je brief ben ik 't grootendeels eens. Enkele opmerkingen hoop ik mondeling te maken, wanneer je hier bent. Ik verkeer op 't oogenblik in een geweldige opwinding over... de verkiezingen.62 Dat zul jij je wel niet kunnen begrijpen, o natuurdichter! Ik had zelf ook niet gedacht, dat zij

[p. 43]

mij zoo zouden aangrijpen. Ik ga naar meetings en spel alle krantenberichten daarover zorgvuldig uit. Trouwens v. Eyck doet dit ook.

Ik heb niets, zegge niets meer geschreven. Met deze onrust gaat dat niet. En dat, terwijl ik nog zoo graag iets voor mijn schamele bundel had! Bij v. Schendel ben ik ook niet meer geweest. Ik heb zijn vrouw even in Utrecht gesproken, die daar onder behandeling van Dr. Bierens de Haan was. Ik zal waarschijnlijk een boekje over Bretagne schrijven voor de nieuwe serie van L. Simons: Van reizen en trekken. Ik kan daar tot een maximum van ƒ300 mee verdienen, dus dat is nogal aardig.63

Wees nu toch niet zoo dwaas, je prozaboek weer op dat ellendige tijdstip uit te geven als je Liederen en Balladen. Wacht er dan in godsnaam nog maar een jaar mee, dan komt het tenminste in de herfst.64 Wat is die Versluys, met al zijn nobele eigenschappen, toch een zeur! Maar wij kunnen daarom toch wel elkander onze boeken ‘als geschenk en tegengeschenk vereeren’.65 Ik wist niet, dat het boek van v. Schendel al in 't najaar verscheen. Ik ben er ook zeer benieuwd naar.66 - En nu adieu; doe mijn hart. gr. aan Toos en Joh en schrijf spoedig, wanneer je komt.

 

je vriend

Jacques

61Met zijn studievriend, Mr. J.E. van der Meulen (1890-1968), later vice-president van de Hoge Raad, heeft Bloem zijn hele leven vriendschappelijk contact onderhouden.
62De verkiezingen van 1913 ontleenden hun belang aan het feit dat het algemeen (mannen)- kiesrecht de inzet vormde. Ze brachten een meerderheid voor ‘links’ (de verschillende liberale groeperingen, die samenwerkten in een concentratie) samen met de S.D.A.P.. Daar de sociaaldemocraten weigerden aan een coalitie met de liberalen mee te werken, werd een extra-parlementair kabinet gevormd, onder leiding van Cort van der Linden.
63Leo Simons was directeur van de Wereldbibliotheek. De reis van Bloem naar Bretagne is niet doorgegaan en zijn boekje is dus ongeschreven gebleven. In Werkjaar 1913-14 van de Wereldbibliotheek wordt inderdaad de serie Van reizen en trekken vermeld; deze ging van start met drie vertaalde deeltjes.
64Ik heb niet kunnen vaststellen in welke maand Liederen en balladen verschenen is.
65Bloems bundel zou volgens plan eerder verschijnen dan het boek van Van der Leeuw; zie noot 50.
66Waarschijnlijk heeft Bloem De berg van droomen op het oog, dat in 1913 verscheen.
prepostterug  begin  verder