Amf. Vrijd. 26 Sept. '13.
B.A. Gisteren kreeg ik van mijn boekhandelaar de Collected Poems van Alice Meynell, die allerprachtigst zijn.68 Een van de mooisten heb ik hierbij voor je overgeschreven, ter kennismaking. Ook zij is een natuurdichter, al is misschien haar gevoel ervoor anders dan het jouwe - waarvan ik trouwens nog zoo zeker niet ben. Mij dunkt, dit gevoel van vreemdheid temidden der natuur, waarin men pas door den dood wordt opgelost, moet ook jij wel gekend hebben. Zij is verder een religieuze dichteres, zooals je o.a. uit de laatste strophe kunt zien, ik hoop,

Blad 1, 2 en 3 van een brief van 26 september 1913, door
J.C. Bloem ann Aart van der Leeuw, waarin hij ‘To any Poet’ van
Alice Meynell opnam


dat jij, niettegenstaande je notore antikerkelijkheid, haar dit zult kunnen vergeven. - Ook verder staan er werkelijk nog schitterende verzen in het boek, dat ik je ten zeerste kan aanraden.
Ik maak tevens van de gelegenheid gebruik om Toos, Joh en jou nog eens hartelijk te bedanken voor de gezellige dag, die ik bij jelui had. Het is altijd zoo heerlijk bij jelui, als ik mij mijn latere leven op optimistische wijze verbeeld doe ik dat altijd onder de vormen van jou woning, behalve dan het staan in Voorburg, dat mij niet zou lokken.
De volgende week ga ik een paar dagen naar v. S[chendel]. Op 't oogenblik is hij nog in Domburg.
Nu adieu, heel veel liefs voor allen van
je vriend
Jacques.
P.S. Schrijf mij eens gauw, hoe je het vers vindt?