terug  begin  verderprepost

17
correspondentiekaart

Amf. Vrijd. 19/XII/'13.

 

Beste Aart.

Je hebt natuurlijk wel gelezen, dat eenige maanden geleden Hofwijck is opgekocht om er een Huygens-museum te stichten. Ik dacht hieraan in het volgend verband: men zal daar natuurlijk een bibliothecaris, custos of hoe zoo'n bewarend individu moge heeten noodig hebben. Dat zou net iets voor mij zijn: een niet te drukke betrekking, zoodat ik toch nog de juristerij kan doorzetten, eenigszins gesalarieerd, zoodat mijn drukkende financieele omstandigheden wat zouden worden verlicht, en een aan het vak van literator niet al te oncongeniale tijdpasseering. Maar ik weet verder niets van die geschiedenis af, ook in de verste verte niet bij wien ik moet informeeren of eventueel solliciteeren. Kun jij dit niet eens voor mij te weten komen als Voorburgenaar? Want gesteld, dat ik bijv. eenige kennis v/h bibliothecaris-vak zou moeten hebben, dan zou ik nog hier of daar gedurende eenigen tijd als volontair kunnen gaan werken.

Maakt gij allen het goed? Ik ga zeer goed en snel vooruit, maar loop toch nog steeds met mijn hoofd in een verband.69

Hopend spoedig eenig bericht van je te ontvangen blijf ik met hart. gr. aan Toos en Joh

 

steeds tt

Jacques

69Bloem schreef over de ziekte, waarop hij in deze brief zinspeelt, aan Van Eyck op 8 december 1913: ‘[...] ik heb een heftige infectie van de baardharen, waardoor ik met mijn hoofd in een verband loop, dat mij het neerzien zeer bemoeilijkt’.
prepostterug  begin  verder