terug  begin  verderprepost

21
briefkaart

poststempel

Amersfoort

8.6.14

 

Amf. 7/6/'14

 

B.A. Hartelijk dank voor je brief. Ik kan me in dat gevoel volkomen indenken; je hebt groot gelijk, dat je nu wat later komt, en ik zou het zelf ook jammer vinden als het logeeren hier maar een half genoegen voor je was.

- Inderdaad veel nieuwe dichters in de Beweging; met jouw oordeel kan ik me wel vereenigen, alleen vind ik dat over Käthe Mussche en vooral over Berkel wel wat te scherp. ‘Het wonderleed’ is werkelijk godvergeten rot; zoo nu en dan schijnt er in de Bew. iets te moeten komen, waar je met de meeste meegaandheid niet kunt begrijpen hoe Verwey zoo iets heeft kunnen plaatsen [sic]. Ik vind je stukje heel mooi, echt jouw, en zeer bizonder.88 Ik wachtte al iederen dag op je boek; nu begrijp ik waarom het niet kwam. Het zal dan nu tegelijk met het mijne komen, ik ben gedecideerd en met v[an] D[ishoeck] is het ook in orde. Wij kunnen dan gelijk oversteken. Ik heb nog enkele verzen geschreven, die je niet kent; ik zal ze aan Verwey sturen.89

Met het werk gaat het nog niet al te best, zij het dan ook niet zoo beroerd als een poos geleden. Als ik kan ga ik nog een weekje bij Jan [Greshoff] logeeren in Leipzig. Excuseer deze kaart, maar ik heb geen tijd voor langer. Hart. gr. aan Toos en Joh van je

 

Jacques

[p. 59]

P.S.N.B. Mijn adres in Utr. is tegenwoordig:

33. Korte Nieuwstraat

88Bloem schrijft hier over bijdragen aan De Beweging, dl. 10, II (1914). Van Käthe Mussche verschenen hierin de sonnetten Werelds wonderen, Lentedag, Stille vreugd, Vrouw bij grijzen dag, De leege vrouw en Dags uitvaart (p. 297-300). Van J. Berkel verschenen Sonnetten (p. 301-303). Het wonderleed is van de hand van A. van Leiden (p. 309-311). Van der Leeuw publiceerde in deze aflevering van De Beweging Straatmuziek (p. 312-316); deze novelle is niet herdrukt.
89Zie noot 71.
prepostterug  begin  verder